id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.298 Rolnummer: A. 112636/VII-25019 Zaak: Arrest 145298 - - 02/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-10 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 16:42 Fiche Arrest nr 145.298 van 2 juni 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.298 van 2 juni 2005 in de zaak A. 112.636/VII-25.
- In zake : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), tegen : Arlette DE MULDER, wonende te GENT, Port Arthurlaan
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering - Dienst voor Geneeskundige Controle - op 9 november 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 11 september 2001 van de Commissie van beroep bij de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering inzake Arlette DE MULDER; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 21 september 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 24 september 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de VII-25.019-1/3 kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-25.019-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-25.019-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.298 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.