id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.317 Rolnummer: A. 150728/XII-4127 Zaak: Arrest 145317 - - 02/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 16:49 Fiche Arrest nr 145.317 van 2 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.317 van 2 juni 2005 in de zaak A. 150.728/XII-
- In zake : de CVBA VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATER- VOORZIENING, die woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en F. Vandendriessche, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- tegen : de INTERCOMMUNALE VOOR WATERBEDELING IN VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaten P. Waterinckx, J. Verhaert en I. Verheven, kantoor houdende te Sint-Stevens-Woluwe, Woluwedal
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E V O O R Z I T T E R V A N D E XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de CVBA Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening op 15 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “1) de afsplitsbare beslissingen van de Raad van Bestuur van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant van 15 september 2003 en van 20 oktober 2003 2) de afsplitsbare beslissing van de algemene vergadering van de vennoten van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant van 20 oktober 2003 3) de beslissing van ongekende datum van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant in zoverre hierin wordt besloten tot de overdracht van de exploitatie van de watervoorziening op het grondgebied van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant aan de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 28 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-4127-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 maart 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Vos, die loco advocaten D. D'Hooghe en F. Vandendriessche verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat I. Verheven, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij een eerste besluit van 7 april 2004, de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden de beslissing van 20 oktober 2003 van de Raad van Bestuur van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant houdende toetreding van de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening als vennoot en de indeplaatsstelling in de plaats van de NV Aquinter vernietigd heeft; dat voorts bij een tweede besluit van 7 april 2004, door dezelfde minister de beslissing van 20 oktober 2003 van de Buitengewone Algemene Vergadering, houdende de statutenwijziging van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant niet werd goedgekeurd; dat de verwerende partij uit beide beslissingen terecht afleidt dat de exploitatie van de watervoorziening op het grondgebied van de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams Brabant niet aan de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening werd overgedragen en dat derhalve het verzoekschrift tot nietigverklaring onontvankelijk is, aangezien aldus de eerste bestreden beslissing niet meer vatbaar is voor annulatie, de tweede bestreden beslissing niet is goedgekeurd en de “derde beslissing” niet werd genomen; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat moet worden afgeleid dat het voorwerp van de vordering verdwenen is; dat zij dienvolgens moet worden afgewezen; dat de verzoekende partij zich in de laatste memorie tegen een dergelijke XII-4127-2/3 uitkomst van het geding niet verzet maar terecht, gelet op de omstandigheden van de zaak, vraagt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4127-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.317 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.