← België

Arrest 145320 - - 02/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.320 Rolnummer: A. 76058/XII-605 Zaak: Arrest 145320 - - 02/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 16:50 Fiche Arrest nr 145.320 van 2 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.320 van 2 juni 2005 in de zaak A. 76.058/XII-

  1. In zake : Paul VIGNE, die woonplaats kiest bij advocaten P. Thomas en D. Vandermarliere, kantoor houdende te Koksijde, Zeelaan 172 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul Vigne op 17 oktober 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 augustus 1997 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken die luidt : “De inschrijving van de heer Paul Vigne dd. 26 juni 1995 in het bevolkingsregister van Middelkerke, Essex-Scottishlaan 1/101, als alleenstaande, dient te worden geannuleerd, evenals zijn afvoering dd. 12 oktober 1995 uit het bevolkingsregister van Middelkerke voor Frankrijk, Duinkerke, 19 Av. du Casino; De heer Paul Vigne dient op datum van 23 juni 1995 ingeschreven te worden in het bevolkingsregister van Middelkerke, Essex-Scottishlaan 3/101, als een gezin vormend met mevrouw Christiane Van de Maele; Hij dient vervolgens ingeschreven te worden in het bevolkingsregister van Koksijde, respectievelijk dd. 23 juli 1996 aan de Albertinestraat 5 en dd. 10 oktober 1996 aan de Bekentenissenweg 36, telkenmale als een gezin vormend met mevrouw Christiane Van de Maele; De heer Jacques Luchie dient op datum van 25 november 1996 ambtshalve te worden afgevoerd uit het bevolkingsregister van Koksijde.”; XII-605-1/24 Gelet op het arrest nr. 70.638 van 13 januari 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 18 februari 1998 ingediend door verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 24 april 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van adviseur I. Bens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-605-2/24 De gegevens van de zaak.
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Sinds 28 april 1982 is verzoeker ingeschreven in het bevolkingsregister van Koksijde op het adres Ammanswallestraat 1 en dit samen met zijn echtgenote Marie-Christine Vanbillemont, van wie hij op 25 juni 1996 uit de echt is gescheiden. 1.
  4. Met een brief van 27 april 1995 doet de burgemeester van Koksijde een beroep op de directie van de verkiezingen en van de bevolking van het ministerie van Binnenlandse Zaken (hierna: de directie) teneinde verzoekers hoofdverblijfplaats vast te stellen. Blijkens de stukken in bijlage zou verzoeker immers, niettegenstaande zijn inschrijving in het bevolkingsregister van Koksijde, effectief verblijven op het adres Essex-Scottishlaan 3A te Middelkerke. 1.
  5. Met een schrijven van 15 mei 1995 verzoekt de bevolkings- inspecteur de burgemeesters van Koksijde en Middelkerke verzoekers feitelijke verblijfstoestand te onderzoeken en hiervan binnen vijftien dagen verslag uit te brengen. Bij schrijven van 23 mei 1995 deelt het gemeentebestuur van Koksijde mee dat uit het politieverslag blijkt dat verzoeker sinds meer dan een jaar niet meer werd gesignaleerd op het adres Ammanswallestraat 1 te Koksijde en dat zijn briefwisseling meestal verwijst naar het adres Essex-Scottishlaan 3A te Middelkerke. Op 21 september 1995 deelt de politie van Middelkerke mee dat verzoeker sinds 26 juni 1995 is ingeschreven op het adres Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke. XII-605-3/24 1.
  6. Bij brief van 15 september 1995 deelt Marie-Christine Vanbillemont aan de bevolkingsinspecteur mee dat verzoeker is ingeschreven op het adres Essex-Scottishlaan 1/2 te Middelkerke terwijl hij in werkelijkheid sinds 7 juni 1994 samenwoont met Christiane Van de Maele op het adres Essex- Scottishlaan 3/
  7. Voorts stelt zij dat verzoeker het bezoekrecht over zijn kinderen uitoefent op laatstgenoemd adres. Daarenboven zou verzoeker op eerstgenoemd adres niet beschikken over een afzonderlijke badkamer, een keuken en stromend warm water. Zij vermoedt dat verzoekers inschrijving op eerstgenoemd adres tot doel heeft te voorkomen dat zijn eventuele inschrijving op laatstgenoemd adres een nadelige invloed zou hebben op de werkloosheidsuitkering die Christiane Van de Maele als alleenstaande geniet. Ten slotte wijst zij erop dat de wijkagent te Middelkerke niet onpartijdig zou zijn als gevolg van zijn vriendschap met verzoeker en Christiane Van de Maele. 1.
  8. De bevolkingsinspecteur bezoekt in het kader van zijn onderzoek de bevolkingsdienst van Middelkerke alsook de adressen Ammanswallestraat 1 te Koksijde, Essex-Scottishlaan 1/101 en 3/101 te Middelkerke. Hij rapporteert hierover op 3 oktober 1995 en formuleert het besluit dat het voor hem duidelijk is dat verzoekers inschrijving in het bevolkingsregister van Middelkerke op het adres Essex-Scottishlaan 1/101 een “opgezette constructie” is. Naar zijn oordeel verblijft verzoeker “in werkelijkheid [...] aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke in het gezin van mevr. Christiane Van de Maele”. Hij stelt voor verzoeker op datum van 23 juni 1995 in te schrijven op laatstgenoemd adres. 1.
  9. Met brieven van 5 oktober 1995 brengt de bevolkings- inspecteur verzoeker, verzoekers raadsman, Marie-Christine Vanbillemont, Christiane Van de Maele en de burgemeesters van Koksijde en Middelkerke op de hoogte van zijn voornemen om aan de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken voor te stellen verzoeker op datum van 23 juni 1995 te doen inschrijven in het bevolkingsregister van Middelkerke op het adres Essex- Scottishlaan 3/
  10. Daarnaast stelt hij dat de geadresseerden gegevens die invloed XII-605-4/24 kunnen hebben op deze zienswijze uiterlijk binnen vijftien dagen schriftelijk dienen te bezorgen. Op 11 oktober 1995 deelt Christiane Van de Maele mee dat verzoeker zijn hoofdverblijfplaats niet bij haar heeft en dat zij zich met klem verzet tegen zijn inschrijving op haar adres. Bij brieven van 12 en 13 oktober 1995 bezorgt Marie-Christine Vanbillemont de bevolkingsinspecteur een aantal kopieën van documenten die allen het adres Essex-Scottishlaan 3 bus 1 als verzoekers adres vermelden. Op 8 november 1995 stelt zij de bevolkingsinspecteur er telefonisch van in kennis dat verzoeker het hem toegekende omgangsrecht met zijn kinderen van 28 oktober tot 1 november 1995 heeft uitgeoefend op laatstgenoemd adres. Daar het gemeentebestuur van Middelkerke heeft geantwoord dat verzoeker op 12 oktober 1995 werd afgeschreven naar Frankrijk, Duinkerke, Avenue du Casino 19, verzoekt de directie de bevolkingsinspecteur bij nota van 21 november 1995 een aanvullend onderzoek in te stellen “teneinde na te gaan of de betrokkene de woning aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel of zijn afvoering voor Frankrijk een opgezette constructie is”. 1.
  11. Tijdens zijn onderzoek wint de bevolkingsinspecteur inlichtingen in bij de bevolkingsdiensten van Koksijde en Middelkerke en bezoekt hij de adressen Ammanswallestraat 1 te Koksijde en Essex-Scottishlaan 3/
  12. In zijn verslag van 5 juni 1996 besluit hij dat blijkt dat verzoeker op het adres Essex- scottishlaan 3/101 te Middelkerke nog steeds een gezin vormt met Christiane Van de Maele en dat zijn afschrijving voor Frankrijk een “opgezette constructie” is en bijgevolg moet worden geannuleerd. Verzoeker moet op 23 juni 1995 worden ingeschreven op het adres Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke als een gezin vormend met Christiane Van de Maele. XII-605-5/24 Bij brieven van 3 juli 1996 brengt de directie verzoeker, verzoekers raadsman, Christiane Van de Maele en de burgemeesters van Koksijde en Middelkerke op de hoogte van haar voornemen om aan de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken voor te stellen verzoeker op 23 juni 1995 op het adres Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke in te schrijven als een gezin vormend met Christiane Van de Maele en zijn inschrijving op 26 juni 1995 op het adres Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke alsook zijn afvoering voor Frankrijk op 12 oktober 1995 te annuleren. Eventuele opmerkingen of nieuwe gegevens dienen de geadresseerden binnen vijftien dagen schriftelijk te bezorgen. Bovendien wordt hen meegedeeld dat zij het recht hebben het administratief dossier in te zien en dat zij kunnen worden gehoord door de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken. Zowel aan verzoekers raadsman als aan de raadsman van Christiane Van de Maele wordt inzage verleend in het dossier. Bij brief van 12 juli 1996 benadrukt Christiane Van de Maele dat verzoeker zijn hoofdverblijfplaats niet bij haar heeft. In haar schrijven van 31 juli 1996 stelt Marie-Christine Vanbillemont dat verzoeker en Christiane Van de Maele sinds juni 1996 te Koksijde verblijven, op het adres Albertinelaan
  13. Gelet op dit gegeven en gezien het feit dat uit een opvraging uit het Rijksregister blijkt dat Christiane Van de Maele op 23 juli 1996 op voornoemd adres werd ingeschreven, verzoekt de directie de bevolkingsinspecteur in een nota van 14 augustus 1996 een aanvullend onderzoek in te stellen teneinde verzoekers verblijfstoestand te regulariseren. 1.
  14. De bevolkingsinspecteur verricht een onderzoek ter plaatse op het adres Albertinestraat 5 te Koksijde, evenals op het adres Bekentenissenweg 36 te Koksijde, waarop Christiane Van de Maele op 10 oktober 1996 in het bevolkingsregister blijkt ingeschreven. In zijn verslag van 25 november 1996 besluit hij dat verzoeker nog steeds een gezin vormt met Christiane Van de Maele zodat hij op voornoemde adressen in het betrokken gezin moet worden XII-605-6/24 ingeschreven en dit respectievelijk op 23 juli 1996 en 10 oktober
  15. Bovendien moeten de besluiten van zijn verslagen van 3 oktober 1995 en van 5 juni 1996 worden gehandhaafd. Met brieven van 5 december 1996 brengt de directie verzoeker, Christiane Van de Maele en de burgemeesters van Koksijde en Middelkerke op de hoogte van haar voornemen om aan de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken voor te stellen verzoeker op 23 juni 1995 in te schrijven in het bevolkingsregister van Middelkerke op het adres Essex-Scottishlaan 3/101, op 23 juli 1996 in het bevolkingsregister van Koksijde op het adres Albertinestraat 5 en op 10 oktober 1996 op het adres Bekentenissenweg 36, eveneens te Koksijde, en dit telkens als een gezin vormend met Christiane Van de Maele. Voorts wil zij voorstellen verzoekers inschrijving op 26 juni 1995 op het adres Essex- Scottishlaan 1/101 te Middelkerke en diens afvoering voor Frankrijk op 12 oktober 1995 te annuleren. De geadresseerden kunnen eventuele opmerkingen of nieuwe gegevens binnen vijftien dagen schriftelijk bezorgen, hebben het recht het administratief dossier in te zien en kunnen worden gehoord door de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken. Met een brief van 10 december 1996 vraagt verzoekers raadsman het dossier te mogen inzien. Na inzage deelt hij bij brief van 3 februari 1997 mee niet akkoord te gaan met de voorgestelde beslissing. Hij argumenteert dat verzoeker een volledig loonbeslag ondergaat zodat hij is aangewezen op de steun van derden en hij zich slechts een bescheiden woonst kan veroorloven, dat de verklaringen van de bevolkingsinspecteur niet stroken met de werkelijkheid omdat een aantal personen ontkennen wat de bevolkingsinspecteur als een verklaring van hunnentwege heeft opgetekend en dat verzoeker niet ontkent dat hij bevriend is met Christiane Van de Maele, maar dat hij wel volhoudt dat hij niet bij haar verblijft, doch wel te Duinkerke, Avenue du Casino 19, Frankrijk, ten bewijze waarvan hij een aantal verklaringen bijvoegt. XII-605-7/24 1.
  16. Met brieven van 14 april 1997 worden verzoeker en zijn raadsman door de directie nogmaals op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing. In antwoord op dit schrijven vraagt verzoekers raadsman bij brief van 6 mei 1997 te worden gehoord door de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken. Het verhoor vindt plaats op 23 mei
  17. Verzoekers raadsman voert aan dat het bevolkingsonderzoek te veel is gebaseerd op de verklaringen van Marie-Christine Vanbillemont, gewezen echtgenote van verzoeker, die wordt gedreven door haar aanspraken op onderhoudsgeld, dat verzoeker en Christiane Van de Maele bevriend zijn, maar eerder een LAT-relatie hebben. Voorts verwijst hij naar zijn brief van 3 februari 1997 en de daarbij gevoegde getuigenissen inzake verzoekers verblijf te Duinkerke, Avenue du Casino 19, Frankrijk. Ten slotte stelt hij dat de kamer aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke alles was waarover verzoeker ingevolge het beslag op zijn loon kon beschikken, dat hij lesgeeft in het vormingsinstituut te Veurne, maar in een hotelletje in Duinkerke woont waar hij over een kamer kan beschikken, dat hij de verplaatsingen maakt met een wagen die hem ter beschikking wordt gesteld door Christiane Van de Maele en dat de huur van de hotelkamer later met de eigenaar zal worden verrekend. 1.
  18. Op 11 augustus 1997 neemt de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken de bestreden beslissing die, benevens op de aanhaling van de toepasselijke wetgeving en reglementering, steunt op volgende motieven : “Overwegende dat uit het onderzoek dd. 23 en 30 juni 1995, 21 en 29 september 1995, 9 februari 1996, 15 mei 1996, 22 en 27 november 1996 ter zake (door tussenkomst van de Directie van de Verkiezingen en de Bevolking) is gebleken dat : S Paul Vigne sedert 28 april 1982 ingeschreven was in het bevolkingsregister van Koksijde, Ammanswallestraat 1, samen met zijn echtgenote Marie-Christine Vanbillemont, van wie hij op 25 juni 1996 is gescheiden; S het gemeentebestuur van Koksijde bij brief dd. 27 april 1995 mededeelt dat betrokkene woonachtig is te Middelkerke, Essex- Scottishlaan 3A, maar dat het gemeentebestuur niet overgaat tot inschrijving aldaar; XII-605-8/24 S betrokkene vervolgens op datum van 26 juni 1995 ingeschreven werd aan de Essex-Scottishlaan 1/101 (en niet 3/101) te Middelkerke, als alleenstaande; S mevrouw Marie-Christine Vanbillemont, ex-echtgenote van betrokkene, bij brief dd. 15 september 1995 mededeelt dat : * betrokkene gedomicilieerd is aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke, maar in werkelijkheid reeds sedert 7 juni 1994 samenwoont met Christiane Van de Maele aan de Essex- Scottishlaan 3/101 aldaar, waar trouwens in 1994 overspel werd vastgesteld door een gerechtsdeurwaarder; * betrokkene het bezoekrecht over zijn kinderen uitoefent aan laatstgenoemd adres; * betrokkene aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke enkel over een kamer beschikt zonder keuken, badkamer of stromend water; * mevrouw Van de Maele werklozensteun als alleenstaande geniet, zodat de inschrijving van betrokkene aan haar adres voor haar financieel nadelig zou zijn; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn onderzoek op 23 juni 1995 aan de Ammanswallestraat 1 te Koksijde Marie-Christine Vanbillemont heeft gehoord, die bevestigt dat haar echtgenoot op 7 juni 1994 de echtelijke woning heeft verlaten om zijn intrek te nemen aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke, bij zijn vriendin Christiane Van de Maele; S betrokkene de eerste zes maanden na zijn verhuis zijn briefwisseling door de post liet nasturen naar de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke, en hij na die periode een postbus aan het postkantoor van Koksijde huurde; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn onderzoek op 30 juni 1995 aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke niemand kan aantreffen; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn onderzoek op 13 september 1995 aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke van de uitbater van de slagerij aldaar verneemt dat betrokkene een kamer huurt boven de beenhouwerij en dat Christiane Van de Maele een appartement huurt in het gebouw palend aan de beenhouwerij, de Essex-Scottishlaan 3; S betrokkene en mevrouw Van de Maele op 21 september 1995 op het kantoor van de bevoegde inspecteur de volgende verklaringen afleggen : * betrokkene ontkent niet een relatie te hebben met Christiane Van de Maele, maar ze vormen geen gezin en wonen niet samen; * betrokkenes ex-echtgenote heeft voor 100% beslag op zijn loon laten leggen; * betrokkene geeft toe dat hij op de kamer die hij huurt niet over de nodige voorzieningen beschikt en dat hij bij Christiane Van de Maele gaat eten; XII-605-9/24 * er geen huurovereenkomst bestaat en de heer Gruwier, uitbater van de slagerij aldaar, de kamer gratis ter beschikking stelt van betrokkene; * betrokkene geeft toe dat hij het bezoekrecht over zijn kinderen uitoefent aan het adres van mevrouw Van de Maele; S de bevoegde inspecteur na telefonische afspraak betrokkene en zijn raadsman Paul Thomas samen aantreft aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke, waarbij hij heeft kunnen vaststellen dat de kleine kamer een bed en wat oud meubilair bevat, dat niets erop wijst dat betrokkene er zijn hoofdverblijfplaats heeft en dat er nergens persoonlijke bezittingen van hem aanwezig zijn; S betrokkenes raadsman Paul Thomas verklaart dat zijn cliënt financieel volledig ten gronde wordt gericht door zijn ex-echtgenote Marie-Christine Vanbillemont, die onmiddellijk beslag zal laten leggen op de inboedel van mevrouw [Van de Maele] indien hij aan haar adres zou worden ingeschreven; S advocaat Paul Thomas toegeeft dat betrokkene eet en slaapt bij mevrouw Van de Maele, maar dat zij het zich niet kan veroorloven om hem bij haar te laten inschrijven, aangezien zij als alleenstaande werkloze een hogere uitkering ontvangt dan als samenwonende; S betrokkene op datum van 12 oktober 1995 afgevoerd werd uit het bevolkingsregister van Middelkerke voor Frankrijk, Duinkerke, Av. du Casino 19; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn bezoek op 9 februari 1996 aan de bevolkingsdienst te Koksijde van de heer José Chamon, diensthoofd bevolking, verneemt dat betrokkene tot op heden nog steeds een gezin vormt met Christiane Van de Maele aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke, en dat zijn afvoering voor Frankrijk beschouwd kan worden als meewerken aan een flagrante overtreding van de bevolkingsreglementering; S de heer Chamon tot aan betrokkenes adres in Frankrijk, Duinkerke is gereden en hij aldaar heeft kunnen vaststellen dat het adres Avenue du Casino 19 in feite een klein hotelletje betreft; S mevrouw Vanbillemont op 12 februari 1996 telefonisch verklaart dat haar echtgenoot nog steeds een gezin vormt met mevrouw Van de Maele, en dat hij het bezoekrecht over zijn kinderen in het weekend van 2 december 1995 nog heeft uitgeoefend aan de Essex- Scottishlaan 3/101 te Middelkerke; S het politieverslag van de gemeente Middelkerke dd. 16 mei 1996 bevestigt dat betrokkene regelmatig is aan te treffen aan de Essex- Scottishlaan 3/101 en niet 1/101, dat dit appartement wordt gehuurd door Christiane Van de Maele, met wie hij er samenleeft; S Christiane Van de Maele op datum van 23 juli 1996 ingeschreven werd in het bevolkingsregister van Koksijde, Albertinestraat 5, als alleenstaande; S het gemeentebestuur van Koksijde bij brief dd. 2 oktober 1996 mededeelt dat uit een politieonderzoek blijkt dat betrokkene samen XII-605-10/24 met Christiane Van de Maele dagelijks aan de Albertinestraat 5 verblijft, en dat zijn effectief verblijf aldaar door burenverklaringen wordt bevestigd; S Christiane Van de Maele vervolgens op datum van 10 oktober 1996 ingeschreven werd aan de Bekentenissenweg 36 te Koksijde, als alleenstaande; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn aanvullend onderzoek op 22 november 1996 aan de Albertinestraat 5 te Koksijde van de huidige bewoner verneemt dat betrokkene onlangs is verhuisd naar de Bekentenissenweg te Koksijde; S de bevoegde inspecteur tijdens zijn onderzoek op 22 november 1996 aan de Bekentenissenweg 36 te Koksijde niemand kan aantreffen, maar een buurvrouw bevestigt dat betrokkene er samen met Christiane Van de Maele woonachtig is; [...] S dienvolgens de bevoegde ambtenaar voorstelt : * de inschrijving van Paul Vigne dd. 26 juni 1995 aan de Essex- Scottishlaan 1/101 te Middelkerke als alleenstaande te annuleren, evenals zijn afvoering voor Frankrijk dd. 12 oktober 1995; * Paul Vigne op datum van 23 juni 1995 in te schrijven aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke, vervolgens op datum van 23 juli 1996 aan de Albertinestraat 5 te Koksijde en vanaf 10 oktober 1996 aan de Bekentenissenweg 36 te Koksijde, telkens als een gezin vormend met Christiane Van de Maele; [...] Overwegende dat de betrokkene de brief van het departement dd. 5 december 1996 niet heeft afgehaald voor ontvangst, maar dat de bevoegde inspecteur hem meermaals persoonlijk en telefonisch heeft gehoord; Overwegende dat de gemeentebesturen van Koksijde en Middelkerke, die bij brieven dd. 5 december 1996 hieromtrent door het departement werden aangeschreven, binnen de gestelde termijn geen opmerkingen hebben medegedeeld; Overwegende dat de brief dd. 5 december 1996 aan mevrouw Christiane Van de Maele op 10 december 1996 wordt beantwoord door haar raadsman Dirk Vandermarliere, die inzage vraagt in het administratief dossier; Overwegende dat, naar aanleiding van de inzage in het administratief dossier die plaatsvindt op 20 januari 1997, betrokkenes raadsman Paul Thomas bij brief dd. 3 februari 1997 mededeelt dat zijn cliënt niet akkoord gaat met de voorgestelde beslissing, en daartoe de volgende elementen aanhaalt : S betrokkene wordt geconfronteerd met een volledig loonbeslag door zijn ex-echtgenote, zodat hij aangewezen is op steun van derden, en hij zich aldus enkel een bescheiden woonst kan veroorloven; XII-605-11/24 S de verklaringen van de bevoegde inspecteur niet zouden stroken met de werkelijkheid, en een aantal personen die tijdens het onderzoek door hem werden gehoord, nu hun verklaringen intrekken, zoals o.a. de heer Chamon van de bevolkingsdienst te Koksijde; S betrokkene niet ontkent dat hij bevriend is met mevrouw Van de Maele, maar verklaart dat hij niet bij haar verblijft en woonachtig is te Frankrijk, Duinkerke; S ter staving van betrokkenes verblijf in Frankrijk een aantal verklaringen van directie, personeel en cliënteel van het hotel in Frankrijk waar betrokkene verblijft, als bijlage worden bijgevoegd; Overwegende dat betrokkene bij brief dd. 14 april 1997 opnieuw werd aangeschreven, ditmaal aan het adres te Frankrijk, Duinkerke, Avenue du Casino 19, maar dat hij binnen de gestelde termijn geen opmerkingen heeft medegedeeld; Overwegende dat de advocaten Paul Thomas en Dirk Vandermarliere, die bij brief dd. 14 april 1997 hieromtrent door het departement werden aangeschreven, bij brief dd. 6 mei 1997 verzoeken om te worden gehoord door de ambtenaar die bevoegd is om de beslissing te nemen; Overwegende dat aan de advocaten Paul Thomas en Dirk Vandermarliere bij brief dd. 15 mei 1997 toelating wordt gegeven voor de horing in het administratief dossier, die zal plaatsvinden op 23 mei 1997; Overwegende dat advocaat Dirk Vandermarliere tijdens de horing de volgende bemerkingen heeft : S tijdens het bevolkingsonderzoek heeft men zich teveel gebaseerd op de klacht van de ex-echtgenote van betrokkene, die louter uit financieel oogpunt heeft gehandeld; S hij betwist niet dat zijn cliënt en mevrouw Van de Maele bevriend zijn, maar zou het eerder een LAT-relatie noemen; S hij verwijst naar de geschreven getuigenissen van tal van mensen, o.a. uit Frankrijk; S de kamer die betrokkene bewoonde aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke was alles waarover hij kon beschikken, gelet op zijn loonbeslag; S betrokkene geeft les in het vormingsinstituut te Veurne, maar woont in Duinkerke in een hotelletje waar hij over een kamer kan beschikken, de verplaatsingen tussen Duinkerke en Veurne doet hij met een wagen die hem ter beschikking wordt gesteld door mevrouw Van de Maele; S de huur van de hotelkamer te Duinkerke zou later met de hoteleigenaar worden verrekend; Overwegende echter dat de bevoegde inspecteur tijdens zijn onderzoeken, gespreid over een periode van meer dan één jaar, ruimschoots voldoende elementen heeft kunnen verzamelen die XII-605-12/24 aantonen dat betrokkene zijn hoofdverblijfplaats heeft bij mevrouw Christiane Van de Maele, achtereenvolgens aan de Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke, aan de Albertinestraat 5 te Koksijde en aan de Bekentenissenweg 36 te Koksijde; [...]. 1.
  19. Met brieven van 12 augustus 1997 bezorgt de directie de burgemeesters van Koksijde en Middelkerke een afschrift van de bestreden beslissing met het verzoek er uitvoering aan te geven. De burgemeester van Koksijde wordt tevens verzocht de betrokkenen kennis te geven van deze uitvoering en hen een integraal afschrift van de bestreden beslissing te bezorgen. Met een aangetekende brief van 1 september 1997 wordt verzoeker in kennis gesteld van de uitvoering van de bestreden beslissing en wordt hem een afschrift van deze beslissing bezorgd. Het voorwerp.
  20. Overwegende dat niet blijkt dat verzoeker de nietigverklaring van de bestreden beslissing beoogt voorzover zij de verblijfstoestand van Jacques Luchie regelt; dat dit onderdeel van de bestreden beslissing, dat afsplitsbaar is van de beslissing inzake verzoekers verblijfstoestand, geacht moet worden niet tot het voorwerp van het beroep te behoren; De grond van de zaak. 3.1.
  21. Overwegende dat verzoeker in een eerste onderdeel van het eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 1 en 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (hierna: de wet van 19 juli 1991); dat verzoeker stelt dat hij met Christiane Van de Maele bevriend is maar dat zij geen huishouden vormen, dat hij in Frankrijk woont waar hij bewust alleen leeft zodat hij dient te worden ingeschreven op het adres Avenue du Casino 19, Duinkerke; dat verzoeker in een XII-605-13/24 tweede onderdeel doet gelden dat artikel 16 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister (hierna: het koninklijk besluit van 16 juli 1992) werd geschonden; dat hij meent dat uit voormeld artikel blijkt dat de hoofdverblijfplaats wordt bepaald op grond van “een daadwerkelijke en vrijelijk gekozen woonsituatie” die wordt vastgesteld op grond van feitelijke, objectieve gegevens, zoals de plaats waarheen betrokkene gaat na zijn beroepsbezigheden, het energieverbruik, de telefoonkosten en ook burenverklaringen; dat verzoeker betoogt dat de bevindingen van de bevolkingsinspecteur, op grond waarvan de bestreden beslissing werd genomen, niet objectief zijn, dat de bevolkingsinspecteur enkel rekening hield met de beweringen van Marie-Christine Vanbillemont, dat verklaringen van buren systematisch werden verdraaid en dat getuigen “woorden in de mond werden gelegd”, dat de bestreden beslissing niet op objectieve wijze tot stand kwam en dat de motivering ervan “onaanvaardbaar is met het oog op de feiten”; 3.1.
  22. Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord nader argumenteert dat uit de door hem voorgelegde stukken en verklaringen blijkt dat hij daadwerkelijk verbleef op de plaatsen waar hij, voor het nemen van de bestreden beslissing, was ingeschreven, dat verklaringen van het personeel van het hotel te Duinkerke en telefoonrekeningen van Christiane Van de Maele aantonen dat hij na zijn beroepsbezigheden terugkeert naar zijn woonst in Frankrijk, dat het feit dat hij Christiane Van de Maele regelmatig bezoekt niet betekent dat zij samen een gezin vormen, dat de bevolkingsinspecteur enkel voortging op de verklaringen van Marie-Christine Vanbillemont, dat het politieverslag van de wijkagent te Middelkerke niet met de werkelijkheid overeenstemt aangezien de wijkagent “zelfs niet binnen is geweest bij mevrouw Van de Maele”, dat de buren die de bevolkingsinspecteur tijdens zijn tweede aanvullend onderzoek sprak, ontkennen dat zij zouden hebben verklaard dat verzoeker en Christiane Van de Maele samenwonen, dat niet mag worden genegeerd dat zijn werkgever verklaart dat verzoeker te bereiken is op het adres Avenue du Casino 19 te Duinkerke, dat uit bijkomende verklaringen van klanten en personeel van het hotel te Duinkerke blijkt dat hij er niet sporadisch maar het XII-605-14/24 hele jaar door kan worden aangetroffen en dat hij daar het centrum heeft gevestigd van waaruit hij zijn professioneel, maatschappelijk en privaat leven stuurt, dat de kamer te Middelkerke hem kosteloos ter beschikking werd gesteld en dat met het hotel te Duinkerke een regeling werd getroffen die hem toelaat de hotelrekening te betalen; 3.1.
  23. Overwegende dat verzoeker in de laatste memorie herhaalt wat hij reeds in zijn verzoekschrift en in zijn memorie van wederantwoord uiteenzette; 3.1.
  24. Overwegende dat de twee onderdelen van het eerste middel ertoe strekken vastgesteld te zien dat de gegevens waarop de bestreden beslissing steunt onvoldoende grondslag bieden voor de gemaakte conclusie, namelijk verzoekers inschrijving op het adres van Christiane Van de Maele; dat de twee onderdelen van het middel dan ook gezamenlijk worden behandeld; Overwegende dat bij het vaststellen van de hoofdverblijfplaats en de daarop gesteunde inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente waar dat hoofdverblijf is gelegen, de bedoeling van de betrokkene niet relevant is; dat integendeel die vaststelling uitsluitend afhankelijk mag zijn van het feitelijk gegeven dat de betrokkene daadwerkelijk op een bepaalde plaats verblijf houdt in de zin van de wet van 19 juli 1991; dat derhalve verzoekers argument dat hij na een mislukt huwelijk zijn onafhankelijkheid wil bewaren en daarom met Christiane Van de Maele geen gezin wenst uit te maken en “bewust alleen leeft” als niet ter zake dient verworpen; Overwegende dat de vraag naar de juiste verblijfplaats van een persoon moet worden opgelost met inachtneming van het vermoeden dat de bestaande inschrijving in het bevolkingsregister aan de werkelijkheid beantwoordt; dat zulks te dezen betekent dat verzoekers inschrijving vanaf 26 juni 1995 op het adres Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke en zijn afvoering op 12 oktober 1995 met het oog op een vertrek naar Frankrijk vermoed worden met de werkelijkheid overeen te stemmen; dat de Raad van State moet nagaan of XII-605-15/24 verwerende partij over voldoende gegevens beschikte om dat vermoeden weerlegd te bevinden; Overwegende dat blijkt dat verzoekers verblijfssituatie het voorwerp heeft uitgemaakt van een groot aantal onderzoeken waarbij zowel de bevolkingsinspecteur als de politiediensten van de gemeenten Koksijde en Middelkerke betrokken waren; dat de verschillende verslagen duidelijk aantonen dat verzoeker nooit daadwerkelijk te Middelkerke heeft verbleven op het adres Essex-Scottishlaan 1/101 en dat er goede redenen bestaan om aan te nemen dat verzoeker daadwerkelijk verblijft op het adres van Christiane Van de Maele, eerst op het adres Essex-Scottishlaan 3/101 te Middelkerke en vervolgens te Koksijde, Albertinestraat 5 en Bekentenissenweg 36; dat voor die conclusie de Raad van State inzonderheid acht slaat op volgende gegevens: - uit het verslag van 23 mei 1995 van de wijkpolitie te Koksijde blijkt dat verzoeker “al meer dan een jaar niet meer op het adres : Ammanswallestraat, 1 is verschenen”; tijdens zijn verhoor door de gemachtigde van de minister heeft verzoekers raadsman verklaard dat verzoeker “alleszins sedert 1994” de woning aan de Ammanswallestraat te Koksijde, waar hij met zijn echtgenote woonde, heeft verlaten; - de vrederechter van Veurne heeft, op vordering van verzoekers echtgenote, verzoeker op 23 november 1994 gemachtigd om “afzonderlijk woonst te houden te Westende, Essex-Scottishlaan nr. 3”; verzoeker heeft aan de vrederechter niet gevraagd om een correctie van zijn adres, hij heeft integendeel in zijn beroepsakte zelf uitdrukkelijk vermeld dat hij op dat adres, het adres van Christiane Van de Maele, woonachtig was; verzoeker geeft toe dat hij het bezoekrecht tegenover zijn kinderen in de woning van Christiane Van de Maele uitoefent en in tempore non suspecto, namelijk vooraleer hij werd geconfronteerd met het onderzoek naar zijn hoofdverblijf, heeft verzoeker van op dat adres brieven gericht aan de school van de kinderen en aan de verzekeringsmaatschappij van zijn echtelijke woning; - verzoekers raadsman heeft op 29 september 1995, ter gelegenheid van een aangekondigd bezoek aan verzoekers verblijfplaats aan de Essex-Scottishlaan 1/101 te Middelkerke, aan de bevolkingsinspecteur verklaard dat verzoeker “eet XII-605-16/24 en slaapt bij mevr. Van de Maele” maar dat hij apart woont op zijn kamer om de voor de hand liggende reden dat Christiane Van de Maele “als alleenstaande werkeloze [...] een hogere uitkering [ontvangt] dan als samenwonende”; op datzelfde ogenblik heeft de bevolkingsinspecteur kunnen vaststellen dat niets er op wijst “dat hier iemand zijn hoofdverblijfplaats heeft. Er is slechts een flauwe poging ondernomen om de kamer te ensceneren [...]” en dat “nergens persoonlijke bezittingen zoals kledij, schoenen, boeken,... van betrokkene in de kamer” kunnen worden ontwaard; - in zijn verslag van 16 mei 1996 stelt hoofdbrigadier Huwel van de gemeentepolitie van Middelkerke uitdrukkelijk “dat de genaamde Vigne Paul regelmatig aan te treffen is op het adres Essex-Scottishlaan 3/0101 en niet op het adres Essex-Scottishlaan 1/0101; dat bewust appartement gehuurd wordt door de genaamde Van de Maele Christiane; dat Vigne Paul er tijdens de dag weinig aan te treffen is maar er wel de nacht doorbrengt; dat er persoonlijke kledij van Vigne Paul op het appartement aan te treffen is; dat Vigne Paul in feite samenleeft met Van de Maele Christiane”; - in zijn brief van 2 oktober 1996 aan de bevolkingsinspectie bevestigt de burgemeester van Koksijde dat onderzoek door de wijkpolitie aangetoond heeft dat verzoeker “elke dag aanwezig [is] op het adres : Albertinestraat 5”; hij woont er effectief samen met Christiane Van de Maele; buurtbewoners bevestigen verzoekers aanwezigheid op bovengemeld adres, “maar bij elke controle van de politie verstopt hij zich ergens in tuin”; - de buurvrouw van de woning op het adres Bekentenissenweg 36 te Koksijde verklaart aan de bevolkingsinspecteur op 22 november 1996 dat verzoeker en Christiane Van de Maele daar onlangs zijn komen wonen; Overwegende dat verzoeker weliswaar vragen stelt bij de kwaliteit van het gevoerde onderzoek; dat hij met name de objectiviteit van de bevolkingsinspecteur in twijfel trekt en wijst op de achtervolgingsijver van Marie- Christine Vanbillemont; dat wat de objectiviteit van de bevolkings-inspecteur betreft, verzoeker er niet in slaagt de Raad van State te overtuigen van enige partijdigheid; dat de vaststellingen van de inspecteur zijn gesteund op of volledig XII-605-17/24 overeenstemmen met verschillende vaststellingen van overheden wier onpartijdigheid verzoeker niet in twijfel trekt, zoals bijvoorbeeld de op politieonderzoek gesteunde verklaring van 2 oktober 1996 van de burgemeester van Koksijde; dat wat de achtervolgingsijver van Marie-Christine Vanbillemont betreft, de Raad van State vaststelt dat er geen reden is om de aldus verkregen inlichtingen ipso facto als onregelmatig te beschouwen en dat opvalt dat de inlichtingen van Marie-Christine Vanbillemont vaak zijn bevestigd door de bevindingen van het onderzoek; Overwegende dat verzoeker, om aan te tonen dat hij niet in het huis van Christiane Van de Maele woont, aanvoert dat hij met haar een LAT- relatie heeft; dat opdat die omstandigheid zijn min of meer frequente aanwezigheid bij Christiane Van de Maele zou kunnen verklaren, verzoeker in elk geval moet aantonen dat hij effectief ergens anders verblijft; dat hij dat bewijs niet levert; Overwegende dat de verklaringen van de directie, het personeel en de klanten van het hotel te Duinkerke, waarvan het merendeel door verzoeker reeds werd overgelegd in het kader van het bevolkingsonderzoek van de directie en van het administratief kortgeding, aantonen dat verzoeker ten tijde van het bevolkingsonderzoek soms aanwezig was in voormeld hotel, maar niets meer; dat deze verklaringen geen gegevens bevatten waaruit blijkt dat verzoekers hotelkamer hem toentertijd tot hoofdverblijf diende, met andere woorden, dat die kamer het centrum was van waaruit hij zijn professioneel, maatschappelijk en privaat leven stuurde; dat dit ook niet wordt aangetoond door de telefoonrekeningen van Christiane Van de Maele die thans voor het eerst worden voorgelegd; dat voornoemde rekeningen dateren van het jaar 1997, terwijl verzoeker reeds op 12 oktober 1995 uit het bevolkingsregister van Middelkerke werd afgeschreven voor Frankrijk; dat deze telefoonrekeningen enkel aantonen dat Christiane Van de Maele enkele keren per maand naar het hotel in Duinkerke telefoneert, maar niets bewijzen inzake verzoekers hoofdverblijf in dat hotel; dat de verklaring van M. Fouad, vriend van de dochter van Christiane Van de Maele, XII-605-18/24 die ook in het kader van het bevolkingsonderzoek en van het administratief kortgeding werd neergelegd, niet hoeft te verbazen, gelet op de gewijzigde houding van betrokkene ten aanzien van de bevolkingsinspecteur toen die zijn hoedanigheid bekendmaakte; dat de verklaring van verzoekers werkgever, die eveneens reeds in het kader van het bevolkingsonderzoek en van het administratief kortgeding werd neergelegd, verzoekers bereikbaarheid op het adres Avenue du Casino 19 te Duinkerke staaft, maar geen bewijs inhoudt van zijn hoofdverblijf aldaar; dat de door verzoeker nieuw overgelegde verklaringen van kennissen en familieleden van Christiane Van de Maele dateren van na het bevolkingsonderzoek en de daaruit voortvloeiende bestreden beslissing; dat sommige van deze verklaringen zeer algemeen stellen dat Christiane Van de Maele reeds meerdere jaren alleen woont, maar dat dergelijke niet-gestaafde verklaringen van verwanten en kennissen van betrokkene bezwaarlijk vermogen afbreuk te doen aan de objectieve en concreet onderbouwde bevindingen van het bevolkingsonderzoek waaraan door verschillende instanties werd meegewerkt; dat verzoekers bewering dat de wijkagent te Middelkerke “zelfs niet binnen is geweest” bij Christiane Van de Maele, als zodanig de gegevens van het politieverslag van 16 mei 1996 niet kan ontkrachten en bijgevolg geen reden is om die gegevens buiten beschouwing te laten; Overwegende dat verwerende partij in het door haar verrichte onderzoek een afdoende grondslag vermocht te vinden om verzoekers verblijfplaats op het adres van Christiane Van de Maele vast te stellen en om het vermoeden van zijn hoofdverblijf op de door hem opgegeven adressen gekeerd te vinden; Overwegende dat het eerste middel niet gegrond is; 3.2.
  25. Overwegende dat verzoeker in een tweede middel stelt dat artikel 8, § 2, van de wet van 19 juli 1991 en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de motiveringswet) werden geschonden; dat hij uiteenzet dat deze XII-605-19/24 artikelen de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken verplichten de bestreden beslissing formeel en afdoende te motiveren “en meer bepaald te antwoorden op alle verklaringen en opmerkingen van verzoeker” terwijl uit de bestreden beslissing niet blijkt waarom verklaringen van personen die konden getuigen dat hij wel degelijk woonde op de door hem aangegeven adressen werden genegeerd, en waarom geen rekening werd gehouden met de bewijsstukken die hij voorlegde; dat naar het oordeel van verzoeker de bestreden beslissing “onvoldoende de juridische en feitelijke overwegingen vermeldt die aan de beslissing ten grondslag liggen”; 3.2.
  26. Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord beklemtoont dat de bestreden beslissing niet op objectieve wijze is tot stand gekomen zodat de motivering ervan “onaanvaardbaar is met het oog op de feiten”, dat de gegevens op grond waarvan de bestreden beslissing werd genomen werden vervalst of verdraaid; 3.2.
  27. Overwegende dat verzoeker in de laatste memorie herhaalt wat hij reeds in zijn verzoekschrift en in zijn memorie van wederantwoord aanvoerde; 3.2.
  28. Overwegende dat artikel 8, § 2, van de wet van 19 juli 1991 aan de minister van Binnenlandse Zaken of de door hem aangewezen gemachtigde de verplichting oplegt de beslissing waarbij hij uitspraak doet over een betwisting in verband met de verblijfstoestand van een persoon, behoorlijk met redenen te omkleden; dat artikel 2 van de motiveringswet bepaalt dat bestuurshandelingen van de besturen uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd en dat artikel 3 van dezelfde wet hieraan toevoegt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen; dat voormelde wettelijke bepalingen de formele motiveringsplicht betreffen, zijnde de verplichting om in de akte zelf uitdrukkelijk de motieven waarop de beslissing steunt te vermelden; dat de formele motiveringsplicht tot doel heeft de betrokkenen in kennis te stellen van de redenen waarom een voor hen ongunstige beslissing werd genomen teneinde hen aldus de XII-605-20/24 mogelijkheid te bieden met kennis van zaken in het kader van de hun ter beschikking staande rechtsmiddelen aan te tonen dat de tot uiting gebrachte motieven niet gegrond zijn; Overwegende dat te dezen bezwaarlijk kan worden betwist dat de bestreden beslissing formeel is gemotiveerd; dat, immers, de bestreden beslissing uitdrukkelijk verwijst naar de verschillende stappen van het onderzoek naar verzoekers verblijfstoestand waaruit zij de voor haar conclusie relevante gegevens overneemt; dat in de bestreden beslissing voorts wordt verwezen naar de juridische context; dat verzoekers raadslieden inzage hebben genomen in het administratief dossier zodat verzoeker een afdoende kennis had van alle stukken die in de bestreden beslissing worden vermeld en hij zich met kennis van zaken tegen de bestreden beslissing kon verdedigen; dat de formele motiveringsplicht niet oplegt dat in de beslissing een uitdrukkelijk antwoord wordt teruggevonden op alle opmerkingen en stukken die betrokkene gedurende het onderzoek aan het bestuur heeft bezorgd; Overwegende dat waar verzoeker aanvoert dat de motivering van de bestreden beslissing “onaanvaardbaar is met het oog op de feiten”, hij eerder de materiële motivering van deze beslissing in vraag stelt; dat de materiële motiveringsplicht inhoudt dat een overheidsbeslissing moet zijn gesteund op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die beslissing in aanmerking kunnen worden genomen; dat te dezen reeds bij het onderzoek van het eerste middel is gebleken dat de bestreden beslissing op dergelijke deugdelijke motieven steunt; dat het tweede middel niet gegrond is; 3.3.
  29. Overwegende dat verzoeker in een derde middel doet gelden dat “de procedurele zorgvuldigheidsnorm” werd geschonden doordat de bestreden beslissing enkel uitgaat van de informatie die werd verstrekt door de bevolkingsinspecteur, dat bijgevolg de feiten niet correct werden gewaardeerd aangezien het feitenrelaas van de bevolkingsinspecteur niet overeenstemt met de XII-605-21/24 werkelijkheid, dat verwerende partij de werkelijke feiten op grond waarvan de bestreden beslissing werd genomen niet afdoende heeft onderzocht en gewaardeerd; 3.3.
  30. Overwegende dat verwerende partij opmerkt dat het in de lijn van de bestaande reglementering ligt dat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken, die uitspraak moet doen over een betwisting inzake de vaststelling van het hoofdverblijf van een bepaalde persoon, zich laat voorlichten door de overwegingen van de bevolkingsinspecteur en door de resultaten van het bevolkingsonderzoek, dat de in deze zaak uitgevoerde onderzoeken waarvan de resultaten in het administratief dossier zijn neergelegd, aantonen dat het onderzoek zorgvuldig is gebeurd; 3.3.
  31. Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van weder- antwoord en in zijn laatste memorie grotendeels herhaalt wat hij in zijn verzoekschrift met betrekking tot het middel heeft betoogd; 3.3.
  32. Overwegende dat verwerende partij aanvoert dat verzoeker zijn bewering dat er in hoofde van de bevolkingsinspecteur sprake is van vooringenomenheid niet staaft, dat verzoeker niet aantoont dat een onderzoek door een andere bevolkingsinspecteur tot een andere beslissing zou hebben geleid, dat de door verzoeker nieuw ingeroepen gegevens verwerende partij niet doen terugkomen op de bestreden beslissing, dat verwerende partij geen reden had om te twijfelen aan de objectiviteit en de echtheid van de door de bevolkingsinspecteur gedane vaststellingen, dat de feiten waarop de bestreden beslissing steunt op zorgvuldige wijze zijn vastgesteld en bewezen; 3.3.
  33. Overwegende dat bij de bespreking van het eerste middel werd uiteengezet waarom de Raad van State het verwijt van de partijdigheid van de bevolkingsinspecteur niet aanvaardt; dat daarenboven de conclusie van het verslag van de bevolkingsinspecteur door andere stukken van het dossier wordt bevestigd en niet in het minst door de verklaring van de politie te Middelkerke en te XII-605-22/24 Koksijde; dat in die omstandigheden aan de verwerende partij geen onzorgvuldige besluitvorming kan worden verweten; dat het derde middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
  34. Het beroep wordt verworpen. XII-605-23/24 Artikel
  35. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-605-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.320 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.70.638 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.