← België

Arrest 145360 - - 02/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.360 Rolnummer: A. 156451/X-12091 Zaak: Arrest 145360 - - 02/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 16:53 Fiche Arrest nr 145.360 van 2 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.360 van 2 juni 2005 in de zaak A. 156.451/X-12.

  1. In zake :
  2. René 's JONGERS, wonende te 3550 HEUSDEN-ZOLDER, Waterlozenstraat 73,
  3. Roger 's JONGERS, wonende te 3550 HEUSDEN-ZOLDER, Zandstraat 60,
  4. Willy 's JONGERS, wonende te 3550 HEUSDEN-ZOLDER, Zandstraat 62 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat René 's JONGERS, Roger 's JONGERS en Willy 's JONGERS op 28 september 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 juli 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende verwerping van hun beroep tegen het besluit van 10 september 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder waarbij hen de vergunning is geweigerd voor het regulariseren van de verbouwing van een feestzaal in studio's en het regulariseren van een afdak op een perceel gelegen te Heusden-Zolder (Zolder), Zandstraat 45, kadastraal bekend Sectie D, nr. 494 m; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 14 december 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 januari 2005; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; X-12.091-1/3 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat W. GERMONPRÉ die, loco Advocaat M. VAN BOSCH verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Bestuurssecretaris C. LAMBRECHTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat luidens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het verzoekschrift onder meer "een uiteenzetting van de feiten en middelen" dient te bevatten; dat onder "middel" in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden; Overwegende dat verzoekers in het verzoekschrift een reeks feitelijke argumenten aanvoeren om aan te tonen dat de door hen gevraagde vergunning hen wel degelijk had moeten worden verleend; Overwegende dat de door verzoekers aangevoerde feitelijke argumenten er kennelijk op zijn gericht de aanvraag zelf aan een nieuw onderzoek door de Raad van State te onderwerpen; dat de Raad van State evenwel niet bevoegd is om in de plaats van de administratieve overheid de aanvraag opnieuw in zijn volheid te onderzoeken en te beoordelen; dat zijn bevoegdheid beperkt is tot een wettigheidstoezicht op een voor hem aangevochten beslissing; dat verzoekers in hun uiteenzetting niet op een voldoende duidelijke wijze aangeven welke rechtsregel werd overtreden en op welke wijze deze regel door het bestreden besluit wordt geschon- den; dat het verzoekschrift geen middel bevat als bedoeld in voormeld artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948; dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is, X-12.091-2/3 B E S L U I T: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni 2005, door: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.091-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.360 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.