← België

Arrest 145435 - - 06/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.435 Rolnummer: A. 105371/IX-3064 Zaak: Arrest 145435 - - 06/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-23 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-02 17:03 Fiche Arrest nr 145.435 van 6 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.435 van 6 juni 2005 in de zaak A. 105.371/IX-

  1. In zake :
  2. René PICCART,
  3. Karel MOSTMANS, die woonplaats kiezen bij advocaat G. VAN GRIEKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Vossendreef 4, bus 29 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  4. de minister van Begroting,
  5. de minister van Binnenlandse Zaken,
  6. de minister van Ambtenarenzaken,
  7. de minister van Justitie, de ministers sub 2, 3 en 4 kiezen woonplaats bij advocaten D. D'HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
  8. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat René PICCART en Karel MOST- MANS op 30 mei 2001 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van artikel XII.II.29, lid 1 en 4 en van artikel XII.XI.17, § 2, lid 2 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partijen de vernietiging vorderen van dezelfde onderdelen van hetzelfde besluit; Gelet op het arrest nr. 105.687 van 22 april 2002 waarbij de debatten worden heropend; Gelet op de beschikking van 30 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 mei 2005; IX-3064-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. DE VOS die, loco advocaten D. D'HOOGHE en S. SOTTIAUX verschijnt voor de tweede, derde en vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; Overwegende dat de Raad van State met zijn arrest nr. 105.687 van 22 april 2002 de procedure inzake de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit opgeschort heeft totdat de Raad van State kennis zal gekregen hebben van de uitspraak van het Arbitragehof over de prejudiciële vragen die hem met de arresten nr. 104.648 en volgende van 13 maart 2002 waren voorgelegd betreffende de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door artikel 131 van de programmawet van 30 december 2001; dat het Arbitragehof met zijn arrest nr. 111/2003 van 17 september 2003 de prejudiciële vragen ontkennend beantwoord heeft; Overwegende dat, wegens de wettelijke bekrachtiging van deel XII RPPol, de Raad van State niet meer bevoegd is om de vordering van verzoekers te behandelen; Overwegende dat verzoekers uitgenodigd zijn aan de Raad van State hun standpunt ter kennis te brengen met betrekking tot de gewijzigde juridische situatie waarin hun vordering tot schorsing diende beoordeeld te worden; dat zij het desbetreffend schrijven van 27 januari 2004 niet beantwoord hebben; Overwegende dat verzoekers er vervolgens, bij hun oproeping voor de openbare terechtzitting, op gewezen zijn dat overeenkomstig artikel 70, § 1, vierde lid, van het algemeen procedurereglement van de Raad van State, samen met IX-3064-2/4 de vordering tot schorsing ook het annulatieberoep behandeld zou worden; dat verzoekers op de openbare terechtzitting niet aanwezig of vertegenwoordigd waren; Overwegende dat uit hun houding opgemaakt wordt dat verzoekers geen belangstelling meer hebben voor de verdere gewone afhandeling van het geding, noch wat de vordering tot schorsing, noch wat het annulatieberoep betreft; dat de vorderingen wegens ontstentenis van belang verworpen worden; Overwegende dat, aangezien het teloorgaan van het belang van verzoekers te wijten is aan de wijzigingen die hangende het geding aan de regelgeving is gebracht, het past de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de Belgische Staat; Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juni 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, IX-3064-3/4 W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3064-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.435 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.554 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.105.687 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.