id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.438 Rolnummer: Zaak: Arrest 145438 - - 06/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 17:04 Fiche Arrest nr 145.438 van 6 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.438 van 6 juni 2005 in de zaken A. 105.363/IX-3061 105.367/IX-3060 105.405/IX-
- In zake : I. Chantal NEYRINCK, II. Rafaël RONDELEZ, III. Peter VANSTEENKISTE, die woonplaats kiezen bij advocaat N. DE CLERCQ, kantoor houdende te BRUGGE, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
- de minister van Begroting,
- de minister van Binnenlandse Zaken,
- de minister van Ambtenarenzaken,
- de minister van Justitie, de minister sub 2, 3 en 4 kiezen woonplaats bij advocaten D. D'HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Chantal NEYRINCK op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gezien het verzoekschrift dat Rafaël RONDELEZ op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; IX-3061-1/4 Gezien het verzoekschrift dat Peter VANSTEENKISTE op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gezien de gelijktijdig ingediende verzoekschriften, waarbij dezelfde verzoekende partijen de vernietiging vorderen van hetzelfde besluit; Gelet op het arrest nr. 105.688 van 22 april 2002 waarbij de debatten worden heropend en aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag wordt gesteld; Gelet op het arrest van het Arbitragehof nr. 105/2003 van 22 juli 2003; Gelet op de beschikking van 30 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE SMET die, loco advocaat N. DE CLERCQ verschijnt voor verzoekers, en van advocaat I. DE VOS die, loco advocaten D. D'HOOGHE en S. SOTTIAUX verschijnt voor de tweede, derde en vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; Overwegende dat de Raad van State met zijn arrest nr. 105.688 van 22 april 2002 aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag gesteld heeft over de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door artikel 131 van de programmawet van 30 december 2001 en de procedure inzake de schorsing van de IX-3061-2/4 tenuitvoerlegging van het bestreden besluit opgeschort heeft tot de Raad van State kennis zal gekregen hebben van de uitspraak van het Arbitragehof; dat het Arbitragehof met zijn arrest nr. 105/2003 van 22 juli 2003 de prejudiciële vraag ontkennend beantwoord heeft; Overwegende dat, wegens de wettelijke bekrachtiging van deel XII RPPol, de Raad van State niet meer bevoegd is om de vorderingen van verzoekers, die essentieel betrekking hebben op de overgangsbepalingen opgenomen in dat deel XII RPPol, te behandelen; Overwegende dat verzoekers op 27 januari 2004 uitgenodigd zijn aan de Raad van State hun standpunt ter kennis te brengen met betrekking tot de gewijzigde juridische situatie waarin hun vordering tot schorsing diende beoordeeld te worden; dat hun advocaat op 20 februari 2004 medegedeeld heeft dat de Raad van State niet meer bevoegd is om over het schorsings- en annulatieberoep te oordelen; Overwegende dat verzoekers er, bij hun oproeping voor de openbare terechtzitting, op gewezen zijn dat overeenkomstig artikel 70, § 1, vierde lid, van het algemeen procedurereglement van de Raad van State, samen met de vordering tot schorsing ook het annulatieberoep behandeld zou worden; dat de advocaat van verzoekers ter terechtzitting bevestigt dat er tegelijkertijd uitspraak gedaan kan worden over de vordering tot schorsing en het annulatieberoep; Overwegende dat de onontvankelijkheid van de door verzoekers ingestelde vorderingen te wijten is aan de wijzigingen die hangende het geding aan de regelgeving zijn gebracht; dat het past de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- De vorderingen tot schorsing worden verworpen. IX-3061-3/4 Artikel
- De beroepen tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vorderingen tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juni 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3061-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.