id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.560 Rolnummer: A. 134245/XIV-14247 Zaak: Arrest 145560 - - 07/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-04 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 17:21 Fiche Arrest nr 145.560 van 7 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.560 van 7 juni 2005 in de zaak A. 134.245/XIV-14.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat M.-L. YA MUTWALE MITONGA, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Adolphe Buyllaan 128 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 2 januari 1980 en van XXX nationaliteit, op 17 maart 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken om het grondgebied van het Rijk te verlaten van 17 februari 2003, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde dag; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 25 maart 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-14.247-1/4 Gelet op de beschikking van 15 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 20 april 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. BOLA die, loco Advocaat M.- L. YA MUTWALE MITONGA, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker komt België binnen op 14 oktober 1998 en verklaart zich vluchteling op 15 oktober
- 1.
- Op 26 juli 2001 weigert de Vaste Beroepscommissie voor Vluchte-lingen aan verzoeker de hoedanigheid van vluchteling. Op 17 augustus 2001 dient verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in tegen deze beslissing van de Vaste Beroepscommissie. Op 1 december 2004 verwerpt de XVde kamer van de Raad van State bij arrest nr. 137.900 het door verzoeker ingediende beroep. 1.
- Op 17 september 2001 werd aan verzoeker een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, ter kennis gebracht. Op 12 oktober 2001 dient verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring en een verzoek tot schorsing in tegen dit bevel. Op 1 december 2004 verwerpt de XVde kamer van de Raad van State bij arrest nr. 137.901 de door verzoeker ingediende beroepen. 1.
- Uit een proces-verbaal, opgesteld door de Federale Politie van Zaventem op 17 februari 2003, blijkt dat verzoeker op 17 februari 2003 het land binnenkomt vanuit Madrid, waar hij op ziekenbezoek was geweest. 1.
- Op 17 februari 2003 wordt aan verzoeker een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, ter kennis gebracht. Dit is de thans bestreden beslissing. XIV-14.247-2/4 1.
- Op 18 september 2001 dient verzoeker een verzoekschrift in op basis van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Op 7 augustus 2002 verklaart de verwerende partij dit verzoekschrift onontvankelijk. 1.
- Op 1 december 2004 vernietigt de XVde kamer van de Raad van State bij arrest nr. 137.902 de beslissing van de verwerende partij genomen op 7 augustus
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt, wegens het ontbreken van het rechtens vereiste belang om een vordering tot schorsing en tot nietigverklaring in te dienen tegen het thans bestreden bevel, gelet op het bestaan van een voorafgaand bevel van 17 september 2001 dat inmiddels definitief is geworden en waaraan verzoeker normaliter gevolg moet geven, omdat het uitvoerbaar is; Overwegende dat de exceptie opgeworpen door de verwerende partij gegrond is, omdat het thans bestreden bevel een herhaald bevel is, waarvan de schorsing en/of de nietigverklaring de rechtstoestand van verzoeker niet wijzigt of beïnvloedt, aangezien verzoeker nog steeds onwettig op het grondgebied verblijft, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-14.247-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-14.247-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.560 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.