id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.682 Rolnummer: A. 67367/XII-1338 Zaak: Arrest 145682 - - 09/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 17:26 Fiche Arrest nr 145.682 van 9 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.682 van 9 juni 2005 in de zaak A. 67.367/XII-
- In zake : Luc SCHOLLAERT, die woonplaats kiest bij advocaat A. Navasartian, kantoor houdende te Brussel, Jenatzystraat 13 tegen : de STAD BRUSSEL. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Schollaert op 30 januari 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 december 1995 van de gemeenteraad van de Stad Brussel waarbij Bart Janssens tijdelijk wordt aangesteld als directeur van de Nederlandstalige Muziekacademie van de stad, en van “de daarmee samenhangende weigering om verzoeker te benoemen in het ambt van tijdelijk directeur van dezelfde instelling”; Gelet op het arrest nr. 86.279 van 28 maart 2000 waarbij de debatten worden heropend en de zaak wordt voortgezet volgens de gewone procedure; Gelet op de beschikking van 7 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-1338-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Loos, die loco advocaat R. Moszynski verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de betrekking van directeur van de stedelijke muziekacademie van Brussel op 26 en 27 september 1995 vacant wordt verklaard; dat de daartoe samengestelde sollicitatiecommissie adviseert Bart Janssens als meest geschikte kandidaat aan te stellen, waarna Bart Janssens bij besluit van 11 december 1995 door de gemeenteraad van Brussel tijdelijk wordt aangesteld tot directeur van de muziekacademie; Overwegende dat verwerende partij, tijdens de ingereedheid- brenging van de zaak door de staatsraad-verslaggever daartoe uitgenodigd, op 20 juli 2004 het administratief dossier van de zaak actualiseert; dat aansluitend, bij schrijven van 10 september 2004, aan verzoeker bijkomende inlichtingen worden gevraagd als volgt : “De verwerende partij heeft ondertussen het administratief dossier geactualiseerd. Uit haar gegevens blijkt dat verzoeker op 21 juni 1999 ontslagen is ‘wegens zonder geldige redenen zijn betrekking te hebben verlaten en gedurende een ononderbroken periode van meer dan 10 kalenderdagen afwezig te blijven’, terwijl daarenboven op 4 februari 2002 het ontslag is aanvaard van Bart Janssens als directeur van de hoofdstedelijke muziekacademie vanaf 5 november
- Gelet op al die gegevens kunnen ernstige vragen rijzen naar het actuele belang van verzoeker bij zijn beroep, dat is gericht tegen de tijdelijke aanstelling van Bart Janssens als directeur van de genoemde muziek-academie te Brussel. Namens de staatsraad-verslaggever moge ik u verzoeke[n] hieromtrent verduidelijking te willen brengen en, meer bepaald, te willen argumenteren welk het voordeel is dat verzoeker thans nog meent te kunnen verkrijgen bij zijn beroep”; XII-1338-2/4 Overwegende dat verzoeker, na een herinneringsschrijven, op 28 december 2004 antwoordt dat hij “blijft vasthouden aan het door hem ingestelde beroep” en dat hij “meent dat de Raad van State een principieel antwoord moet geven op het geschiede onrecht”; Overwegende dat het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat hij dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat de aard van het belang weliswaar kan evolueren maar dat verzoeker minstens aannemelijk moet maken dat de gevraagde vernietiging hem nog een concreet voordeel oplevert; dat dit voordeel in beginsel meer moet zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing; dat ook, wanneer er twijfel rijst omtrent verzoekers actueel belang, het hem toekomt aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt; Overwegende dat verzoeker in voornoemd schrijven van 10 september 2004 werd gewezen op de twijfel die is gerezen omtrent zijn actueel belang bij de gevorderde nietigverklaring, nu de door hem oorspronkelijk begeerde betrekking vanaf 5 november 2001 niet meer door zijn concurrent wordt bezet en hij daarenboven zelf op 21 juni 1999 ontslagen is door de verwerende partij; dat verzoeker bij wijze van antwoord de feitelijke evolutie in zijn zaak niet tegenspreekt maar enkel doet gelden, ten einde zijn belang bij de afhandeling van het beroep te staven, dat hij “meent dat de Raad van State een principieel antwoord moet geven op het geschiede onrecht”; dat de vraag of er al dan niet jegens verzoeker “onrecht” is geschied, de grond van de zaak betreft; dat, als gezegd, een uitspraak over die grond vergt dat verzoeker nog een belang er bij heeft; dat verzoeker nu juist nalaat dat belang aannemelijk te maken door meer bepaald niet toe te lichten welk concreet voordeel hij thans nog zou kunnen nastreven met zijn beroep, en aan de Raad van State aan te tonen dat hij méér beoogt dan de eenvoudige vaststelling van een onwettigheid, om zo derden te XII-1338-3/4 overtuigen van zijn initieel gelijk; dat de Raad van State op grond van deze gegevens besluit dat het beroep niet langer ontvankelijk is wegens gemis aan actueel belang, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1338-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.682 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.59.222 ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.86.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.