id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.692 Rolnummer: A. 74766/XII-857 Zaak: Arrest 145692 - - 09/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 17:30 Fiche Arrest nr 145.692 van 9 juni 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.692 van 9 juni 2005 in de zaak A. 74.766/XII-
- In zake : Erik DE MAEYER, wonende te Kruibeke, Eyckensbeekstraat 28 tegen : de GEMEENTE KRUIBEKE. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Erik De Maeyer op 23 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 10 maart 1997 van de gemeenteraad van Kruibeke houdende bevordering van Bernard De Sitter tot eerste sergeant bij de gemeentelijke vrijwillige brandweerdienst; Gelet op het arrest nr. 74.169 van 9 juni 1998 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het afdoen van het onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 20 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; XII-857-1/6 Gelet op de beschikking van 3 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 maart 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak. Overwegende dat verzoeker sergeant is bij de vrijwillige brandweerdienst van Kruibeke en dat hij sinds 1 augustus 1994 dienstdoende eerste sergeant is; dat de gemeenteraad van Kruibeke op 8 mei 1995 beslist een betrekking van eerste sergeant bij bevordering te begeven; dat verzoeker en zijn collega Bernard De Sitter zich kandidaat stellen; dat de officier-dienstchef op 18 december 1995 op grond van volgende motieven adviseert verzoeker tot eerste sergeant te bevorderen : “De Maeyer Erik is de oudste sergeant in dienst, hij oefent gedurende meer dan twee jaar de funktie uit van eerste sergeant en dat hij zijn taak uitvoert zoals van hem verwacht wordt, blijkt duidelijk uit de goede werking en verstandhouding die er in ploeg 1 aanwezig is. De Sitter Bernard is een sergeant met eveneens een zeer hoge technische kennis, doch de taak van eerste sergeant vraagt daarbij ook de regelmatige aanwezigheid voor het leiden van de ploeg op de wekelijkse diensten en karweien. Gezien Bernard een zelfstandig beroep uitoefent, kan hij zich onmogelijk voor deze diensten altijd vrij maken, waardoor zijn taak van eerste sergeant dan terugvalt op de sergeant van de ploeg, waardoor op zijn beurt een grote kans is dat er wrevel ontstaat onder de onder-officieren, wat de goede werking van het korps niet ten goede komt”; XII-857-2/6 Overwegende dat de gemeenteraad van Kruibeke Bernard De Sitter op 28 december 1995 tot eerste sergeant bevordert; dat voormelde beslissing bij besluit van 26 maart 1996 van de gouverneur van Oost-Vlaanderen in haar uitvoering wordt geschorst wegens schending van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : de formele-motiveringswet) omdat “noch uit materiële, noch uit de formele motivering van het besluit kan worden opgemaakt op welke basis de gemeenteraad heeft gesteund” om niet verzoeker maar Bernard De Sitter te bevorderen; dat de gemeenteraad van Kruibeke het geschorste bevorderingsbesluit op 2 september 1996 intrekt; Overwegende dat de officier-dienstchef in een brief van 14 oktober 1996 aan het college van burgemeester en schepenen voorstelt verzoeker tot eerste sergeant te bevorderen omdat deze : “• over het hoogste diploma beschikt • het langst gebrevetteerd kandidaat onder-officier is • reeds zes jaar de funktie van korporaal heeft uitgeoefend • reeds vijf jaar de funktie van sergeant uitoefent, waarvan reeds twee jaar dienstdoende “eerste sergeant” in ploeg 1 [...] • en verwijzend naar mijn advies van 18/12/1995 aan alle gemeenteraadsleden bij deze bevordering [...]”; Overwegende dat de gemeenteraad van Kruibeke op 10 maart 1997 het thans bestreden besluit neemt dat als volgt wordt gemotiveerd : “Overwegende dat beide kandidaten een gunstig verslag kunnen voorleggen van de officier-dienstchef; Overwegende dat de heer De Maeyer Erik houder is van het brevet van onderofficier, uitgereikt door de Koninklijke Oost-Vlaamse Brandweerschool afgeleverd op 27 mei 1984 en dat de heer De Sitter Bernard eveneens houder is van het brevet van onderofficier uitgereikt door de Provinciale Brandweerschool van Oost-Vlaanderen VZW afgeleverd op 17 mei 1991; Overwegende dat de heer De Maeyer Erik in dienst trad als brandweerman op 13 mei 1975, op 1 januari 1985 bevorderd werd tot korporaal en sedert 9 september 1991 de functie bekleedt van sergeant; Overwegende dat de heer De Sitter Bernard benoemd werd tot brandweerman met ingang van 18 oktober 1974, op 6 november 1989 XII-857-3/6 bevorderd werd tot korporaal en sedert 7 september 1992 de functie bekleedt van sergeant; Overwegende dat beide kandidaten over dezelfde titel als onderofficier beschikken doch dat de heer De Maeyer meer graadanciënniteit als sergeant telt dan de heer De Sitter, hetgeen van doorslaggevende aard is; Gelet op het schrijven van de heer Alfons Lyssens, officier-dienstchef van de gemeentelijke vrijwillige brandweerdienst, dd. 14 oktober 1996 houdende uitbrengen van advies in verband met deze bevordering tot eerste sergeant; [...]”; Overwegende dat verzoeker bij brief van 15 april 1997 bij de gouverneur van Oost-Vlaanderen bezwaar indient tegen voormelde beslissing van de gemeenteraad van Kruibeke; dat de gouverneur de gemeente Kruibeke er bij brief van 27 mei 1997 op wijst dat het bestreden besluit de formele- motiveringswet “manifest schendt”, dat de motivering moest leiden tot verzoekers bevordering en dat het onbegrijpelijk is hoe de gemeenteraad tot de bestreden beslissing kon komen; dat hij evenwel verzoeker moet antwoorden dat “het praktisch niet meer mogelijk [was] een voogdijmaatregel te treffen” op het ogenblik van ontvangst van het bezwaar; De gegrondheid van het beroep. Overwegende dat verzoeker in het eerste en het vierde middel de schending aanvoert van de formele-motiveringswet; dat hij doet gelden dat de motieven van het bestreden besluit, en dan vooral de overweging dat “beide kandidaten over dezelfde titel als onderofficier beschikken doch dat [verzoeker] meer graadanciënniteit als sergeant telt dan de heer De Sitter, hetgeen van doorslaggevende aard is”, slechts konden leiden tot zijn bevordering en derhalve in strijd zijn met de genomen beslissing; Overwegende dat verzoeker in een tweede middel stelt dat het advies van de officier-dienstchef, waarin hij als enige kandidaat wordt voorgedragen, werd miskend, dat de gemeenteraad een met dit advies strijdige XII-857-4/6 beslissing heeft genomen waarin bovendien niet wordt vermeld waarom aan dat advies wordt voorbijgegaan; Overwegende dat verzoeker in een derde middel aanvoert dat te dezen de titels en verdiensten van beide kandidaten onvoldoende werden vergeleken, dat uit het advies van 14 oktober 1996 van de officier-dienstchef blijkt dat hij niet enkel over meer graadanciënniteit, maar ook over het hoogste diploma beschikt, dat de overheid louter verwijst naar de stukken van het dossier en niet motiveert waarom zij met deze voor hem gunstige gegevens geen rekening houdt; Overwegende dat wanneer meerdere kandidaten in aanmerking komen om te worden bevorderd, de motivering van de bevordering niet enkel moet aantonen dat een vergelijking van de titels en verdiensten van de betrokken kandidaten heeft plaatsgevonden, maar ook de redenen dient aan te duiden waarom de bevorderde kandidaat werd gekozen; dat die redenen duidelijk en feitelijk juist moeten zijn, pertinent en niet tegenstrijdig; Overwegende dat te dezen de motieven de genomen beslissing niet kunnen dragen; dat uit de motieven van het bestreden besluit niet kan worden opgemaakt waarom de gemeenteraad van Kruibeke Bernard De Sitter boven verzoeker verkiest; dat in de bestreden beslissing wordt overwogen dat beide kandidaten een “gunstig verslag” van de officier-dienstchef kunnen voorleggen; dat er wel in wordt voorbijgegaan aan het feit dat de officier-dienstchef zich in beide adviezen ten voordele van verzoeker heeft uitgesproken; dat het bestreden besluit voorts melding maakt van het brevet van onderofficier dat beide kandidaten behaalden en een overzicht geeft van hun respectieve loopbanen bij de gemeentelijke vrijwillige brandweerdienst van Kruibeke; dat het enige motief dat daaruit wordt gepuurd luidt dat “beide kandidaten over dezelfde titel als onderofficier beschikken doch dat [verzoeker] meer graadanciënniteit als sergeant telt dan de heer De Sitter, hetgeen van doorslaggevende aard is”; dat, zoals verzoeker terecht laat gelden, dit motief volkomen in strijd is met het uiteindelijk genomen besluit om Bernard De Sitter tot eerste sergeant te bevorderen; dat de XII-857-5/6 bestreden bevordering niet op een deugdelijke vergelijking van de titels en verdiensten gebaseerd is en niet naar behoren gemotiveerd is; dat de aangevoerde middelen gegrond zijn, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 10 maart 1997 van de gemeenteraad van Kruibeke houdende bevordering van Bernard De Sitter tot eerste sergeant bij de gemeentelijke vrijwillige brandweerdienst. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-857-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.692 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.74.169 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.