← België

Arrest 145696 - - 09/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.696 Rolnummer: A. 78685/VII-16719 Zaak: Arrest 145696 - - 09/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-21 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 17:31 Fiche Arrest nr 145.696 van 9 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.696 van 9 juni 2005 in de zaak A. 78.685/VII-16.

  1. In zake : de n.v. METALEN DESCAMPS, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. METALEN DESCAMPS op 20 mei 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 20 maart 1998 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling waarbij haar beroep, aangetekend tegen het besluit van 18 september 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende, eensdeels, het verlenen van de definitieve vergunning voor het verder exploiteren van een handel in oude en nieuwe metalen gelegen aan de Herseltsesteenweg 311 te Aarschot en, anderdeels, het weigeren van de vergunning voor de opslag van schroot en banden en aanverwante activiteiten in het bosgebied en natuurgebied, slechts gedeeltelijk gegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 78.138 van 14 januari 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; VII-16.719-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 23 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 14 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 14 april 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BOSQUET die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. SCHEEPMANS die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het bestreden besluit betrekking heeft op een in eerste aanleg door de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 19 september 1997 genomen besluit dat strekt tot het 1/ verlenen van de definitieve vergunning, na proef, voor een termijn eindigend op 21 september 2015, aan de n.v. METALEN DESCAMPS, Herseltsesteenweg 311 te 3200 Aarschot, om een inrichting voor het verwerken van oude en nieuwe metalen verder te exploiteren gelegen te 3200 Aarschot, Herseltsesteenweg 311, kadastrale percelen, afdeling 1, sectie A, perceelnrs. 52G, 65M, 68A3, 69H3, 65T, 65N, 68Y2, 68B3, 69G3 en 68Z2 en omvattende : - een handel in oude en nieuwe metalen; VII-16.719-2/5 2/ weigeren van de vergunning om het volgende gedeelte aansluitend bij de sub 1 bedoelde inrichting te exploiteren : - de opslag van schroot en banden en aanverwante activiteiten in het bosgebied en natuurgebied; dat het administratief beroep dat de verzoekende partij hiertegen op 22 oktober 1997 heeft ingesteld beperkt was tot "de mate waarbij vergunning wordt geweigerd voor het gedeelte "Cliënte heeft zich immers eerder reeds uitdrukkelijk akkoord verklaard om de opslag van schroot en banden te verwijderen uit het zonevreemd gebied en heeft zich daarvoor bereid verklaard om de nodige investeringen uit te voeren in het aansluitend KMO-gebied. Daarvoor zal onder meer een volledig nieuwe betonverharding aangelegd worden met de nodige accommodatie, teneinde de schrootactiviteiten in het KMO-gebied te kunnen verderzetten"; dat de verzoekende partij in haar beroepschrift de wens uitdrukte dat de hernieuwing van de vergunning voor de opslag van schroot zou worden toegestaan "op voorwaarde dat dit gebeurt binnen het K.M.O.-gebied"; dat de verzoekende partij ter concretisering van haar bereidheid tot herlocalisatie van de zone-vreemde activiteiten in de loop van de administratieve beroepsprocedure een "Voorstel tot herlocalisatie" heeft ingediend dat voorziet in een gefaseerde aanpak van de geplande herlocalisatie over een periode van twee jaar op voorwaarde dat de noodzakelijke vergunningen daartoe worden verkregen; dat de bestreden beslissing, die het beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie van 18 september 1997 gedeeltelijk gegrond verklaart, de vergunning weigert om de volgende onderdelen verder te exploiteren van een inrichting voor het verwerken van metalen gelegen te 3200 Aarschot, Herseltsesteenweg 311, die, overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende uitvoeringsplan, gelegen zijn op het gedeelte van het kadastraal perceel 65T in het bosgebied en het natuurgebied : - opslag en bewerking van schroot; - opslag van banden; - opslag van 3.000 liter afvalolie in vaten van 200 liter; - een herstelwerkplaats voor motorvoertuigen met gebruik van een schouwput; - een compressor van 5,5 kW; VII-16.719-3/5 - opslag van 2.000 liter gassen in verplaatsbare recipiënten, 800 liter zuurstof, 400 liter acetyleen, 300 liter "atal", 100 liter argon en 400 liter propaan; - opslag van 1.000 liter thinner en verf in vaten en bussen; - opslag van 10.000 liter lichte stookolie in twee bovengrondse houders van 5.000 liter; - opslag van 2.000 liter motorolie; - electrische dieselpomp; - gebruik van zaagmachines (2 stuks), plaatschaar, rolbrug voor de verwerking van de nieuwe metalen met een geïnstalleerde drijfkracht van 34,5 kW; Overwegende dat ook uit het verzoekschrift tot nietigverklaring blijkt dat de verzoekende partij zich gegriefd acht door het feit dat met de bestreden beslissing vergunning werd geweigerd voor het verder exploiteren van alle in het bos- en natuurgebied gelegen activiteiten en die activiteiten zelfs niet voor een korte "overgangsperiode" werden vergund in "afwachting" van de realisatie van de voorgestelde herlocalisatie naar het K.M.O-gebied; Overwegende dat, hangende het geding, de verzoekende partij een nieuwe milieuvergunningsaanvraag heeft ingediend die tot voorwerp heeft de verplaatsing van de in bos- en natuurgebied gelegen activiteiten en opslagplaatsen, waarvoor de vergunning eerder werd geweigerd, naar het in K.M.O.-gebied gelegen gedeelte van de inrichting; dat bij besluit van 18 februari 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant aan de verzoekende partij de gevraagde vergunning tot verandering is verleend; dat de met de milieuvergunningsaanvraag overeenstemmende stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van een nieuwe loods bij besluit van 4 maart 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aarschot werd verleend; dat volgens de gegevens waarover de Raad van State beschikt, en die niet worden betwist, die vergunningen niet zijn aangevochten zodat kan aangenomen worden dat ze definitief zijn; dat de verzoekende partij dientengevolge intussen beschikt over de vereiste vergunningen om haar herlocalisatieplan ten uitvoer te kunnen leggen en haar belang bij de voorliggende vordering, dat gestoeld was op het streven naar het verkrijgen van een milieuvergunning voor een korte "overgangsperiode" voor de in bos- en natuurgebied gesitueerde bedrijfsactiviteiten, niet langer actueel is; dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord trouwens verklaard heeft dat met de herlocalisatie een aanvang werd genomen na het verlenen van de voormelde vergunningen van 18 februari 1999 en 4 maart 1999; VII-16.719-4/5 Overwegende dat, hoewel het auditoraatsverslag op grond van de bovenvermelde vaststellingen ambtshalve tot het gebrek aan actueel belang besluit, de verzoekende partij alleen de voortzetting van het geding heeft gevraagd, en in haar ?laatste memorie” helemaal niet ingaat op de ambtshalve exceptie; dat zij die exceptie ook ter terechtzitting helemaal niet betwist ; Overwegende dat om de voormelde redenen dient te worden besloten dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij de gevorderde nietigverklaring, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.719-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.696 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.78.138 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.