← België

Arrest 145700 - - 09/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.700 Rolnummer: A. 85057/VII-18733 Zaak: Arrest 145700 - - 09/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 17:33 Fiche Arrest nr 145.700 van 9 juni 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.700 van 9 juni 2005 in de zaak A. 85.057/VII-18.

  1. In zake : de stad HASSELT, die woonplaats kiest bij advocaat H. LAMON, kantoor houdende te HASSELT, Leopoldplein 40 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan
  2. tussenkomende partij : de n.v. CRIJNS, die woonplaats kiest bij advocaten M. en J. DRIESSEN, kantoor houdende te TONGEREN, Sint-Catharinastraat 52-
  3. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad Hasselt op 28 juni 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 april 1999 van de Vlaamse minister van leefmilieu en tewerkstelling waarbij het beroep dat de n.v. CRIJNS had ingesteld tegen het besluit van 29 oktober 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende weigering van de vergunning voor de exploitatie van een inrichting voor de opslag van dierlijk afval (laag-risico materiaal) gelegen aan de Lindekensveldstraat 9/11 te Hasselt (Kermt) gegrond wordt verklaard, het beroepen besluit wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van drie jaar; Gelet op het arrest nr. 82.282 van 16 september 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-18.733-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 17 maart 2000; Gelet op de beschikking van 27 maart 2000 die de tussenkomst van de n.v. CRIJNS toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON ; Gelet op de beschikking van 22 februari 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 2 maart 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; VII-18.733-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-18.733-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.700 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.