id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.815 Rolnummer: A. 157216/X-12111 Zaak: Arrest 145815 - - 10/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-15 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 17:41 Fiche Arrest nr 145.815 van 10 juni 2005 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.815 van 10 juni 2005 in de zaak A. 157.216/X-12.
(1977). Verzoeker legt foto's (...) voor waaruit blijkt dat de verzoekende partijen deze 'uniformiteit' niet respecteren. Werd hiervoor een aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvoorschriften ingediend? De in het eerste onderdeel ingeroepen bepaling werden dan ook geenszins geschonden."; Overwegende dat de stedenbouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning onder meer bepalen dat de op te richten dubbelwoningen "in éénzelfde geest opgevat (zullen) worden"; dat bovendien, wanneer er voor het gebied waar het betrokken lot van de verkaveling is gelegen, geen door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, op grond van de artikelen 43 en 55 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de bevoegde overheid verplicht is de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning te toetsen aan de feitelijke toestand, ontstaan op grond van de voordien verleende vergunningen, evenals aan de specifieke kenmerken van de betrokken huizengroep; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat zich op de loten 1 en 2 een "dubbelwoning" bevindt, bestaande uit twee tegen elkaar in halfopen bebouwing opgerichte woningen, die zowel wat betreft het "hoofdgebouw" als wat betreft de "achterbouw" volledig identiek zijn, zowel wat betreft bouwdiepte, afmetingen, dakhelling, enz. ; dat de bouwdiepte van het hoofdgebouw op het gelijkvloers thans volgens de bouwplannen 10 m bedraagt, met een uitbouw van 4,40 m breed in de perceelsgrens tot op een totale bouwdiepte van 13,90 m; dat de bestreden wijziging van de verkavelingsvoorschriften op het gelijkvloers een totale bouwdiepte van 18 m toelaat, in plaats van de in de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften bepaalde 12 m voor het hoofdgebouw met een achterbouw als berging van maximum 20 m²; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen zich ter motivering van het bestreden besluit ertoe beperkt zich aan te sluiten bij het advies van de gemachtigde ambtenaar; dat dit advies met betrekking tot de "beoordeling van de goede ruimtelijke ordening" luidt als volgt : "Ons bestuur kan zich aansluiten bij het gemotiveerd gunstig advies van het schepencollege dd. 18/5/
- Een gelijkvloerse bouwdiepte van 18m voldoet aan de gangbare normeringen terzake. De toename in bouwdiepte bedraagt circa 4m t.o.v. de huidige toestand. X-12.111-10/13 Het perceel is voldoende ruim, gelet daarbij op de sloping van de garage. Er worden geen essentiële kenmerken van de verkaveling in het gedrang gebracht, de vergunning kan worden verleend."; Overwegende dat het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2004 niet in het bestreden besluit is opgenomen en derhalve ingevolge de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet bij de beoordeling van het onderdeel van het middel kan worden betrokken; dat het motief dat een gelijkvloerse bouwdiepte van 18 m voldoet aan de gangbare normering ter zake geen enkele toetsing inhoudt aan de concrete bebouwing ter plaatse, inzonderheid aan de aanpalende in koppelbouw opgerichte woning; dat dit evenmin het geval is met het motief betreffende de oppervlakte van het bouwperceel; dat het motief dat geen essentiële kenmerken van de verkaveling in het gedrang worden gebracht een loutere bewering is die niet door concrete gegevens wordt gestaafd, doch integendeel lijkt te worden tegengesproken door hetgeen wordt vergund, met name een merkelijke differentiëring wat betreft de bouwdiepte van de twee koppelwoningen van de dubbelwoning op de loten 1 en 2, en het verdwijnen van een dubbelwoning op de loten 3 en 4; dat anderzijds de verkavelingsvoorschriften bepalen dat de dubbelwoningen "in éénzelfde geest opgevat worden", hetgeen op het eerste gezicht lijkt te betekenen dat zij onder meer wat betreft de bouwdiepte bij elkaar dienen aan te sluiten, hetgeen overigens ook blijkt uit de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften; dat de door het eerste bestreden besluit vergunde afwijking wat de bouwdiepte betreft op het eerste gezicht niet afdoende is gemotiveerd; dat de omstandigheid dat, zoals de tussenkomende partij aanvoert, verzoekende partijen zelf de "uniformiteit" inzake de dakbedekking niet zouden hebben gerespecteerd, ter zake niet relevant is; dat het eerste onderdeel van het eerste middel ernstig is; Overwegende dat, wat de tweede door voormeld artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoekende partijen onder meer aanvoeren dat de uitbreiding van de bouwdiepte van de aanpalende woning tot 18 m, een ernstige afname van licht en zoninval op hun eigendom zal veroorzaken; dat zij ter staving van dit nadeel een reeks foto’s hebben neergelegd van de bestaande toestand en een reeks simulatiefoto’s van de toestand nadat de bouwdiepte van de aanpalende woning zou zijn uitgebreid tot 18 m op het gelijkvloers; dat de juistheid van het verlies aan licht en zoninval zoals aangegeven op deze simulatiefoto’s door de overige partijen niet wordt betwist; dat, in X-12.111-11/13 tegenstelling tot hetgeen de eerste verwerende partij en de tussenkomende partij aanvoeren, bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel rekening dient te worden gehouden met de bestaande toestand zoals vergund en de toestand zoals deze wordt beoogd door het bestreden besluit, en niet met de toestand zoals deze volgens hen mogelijkerwijze had kunnen worden vergund op grond van de bestaande verkavelingsvoorschriften; dat deze voorschriften overigens nergens een maximale bouwdiepte van 18 m vermelden; dat, zoals verzoekende partijen terecht aanvoeren, het bestreden besluit de rechtsgrond vormt voor later te verlenen stedenbouwkundige vergunningen en dat na een tussen te komen vernietiging het herstel in de vorige staat indien benaarstigd door een particulier steeds onzeker is; dat verzoekende partijen voldoende concrete en precieze gegevens bijbrengen die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat is voldaan aan de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te bevelen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Tom SERROELS in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 16 augustus 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zulte waarbij aan Tom SERROELS en Charlotte BEEUWSAERT de vergunning wordt verleend tot wijziging van de verkavelingsvergunning afgegeven op 5 april 1969 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zulte voor een terrein gelegen te Zulte, Olmenlaan 14, kadastraal bekend Sectie C, nr. 592/a7 lot
- X-12.111-12/13 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juni 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.111-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.815 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.259 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div