← België

Arrest 145824 - - 13/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.824 Rolnummer: A. 119958/IX-3303 Zaak: Arrest 145824 - - 13/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 17:42 Fiche Arrest nr 145.824 van 13 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.824 van 13 juni 2005 in de zaak A. 119.958/IX-

  1. In zake : Jeroen LAUWERS, wonende te VEURNE, Grote Markt 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jeroen LAUWERS op 19 april 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken van 19 februari 2002 waarbij hij met ingang van 16 juli 2001 voor de duur van vier maanden preventief geschorst wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. AERTGEERTS; Gelet op de beschikking van 10 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-3303-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  4. Op 16 juli 2001 wordt verzoeker, op dat ogenblik aspirant- inspecteur van politie bij de federale politie, in het kader van een tuchtvordering voor feiten waarvoor tegen hem een strafonderzoek ingesteld is, door de minister van Binnenlandse Zaken voor de duur van vier maanden preventief geschorst met inhouding van 25% van zijn wedde. 1.
  5. Met zijn arrest nr. 100.134 van 24 oktober 2001 schorst de Raad van State het voormelde ministerieel besluit van 16 juli 2001 in zijn tenuitvoer- legging. IX-3303-2/4 1.
  6. Op 19 februari 2002 beslist de minister van Binnenlandse Zaken zijn besluit van 16 juli 2001 in te trekken. Met hetzelfde besluit wordt verzoeker evenwel opnieuw preventief geschorst vanaf 16 juli 2001, zonder inhouding van wedde. Die beslissing vormt het voorwerp van het onderhavige beroep. 1.
  7. Overwegende dat het dossier hangende het geding als volgt geëvolueerd is: uit een mededeling van 5 april 2002 van de procureur des Konings te Brussel blijkt dat het strafonderzoek, dat tegen verzoeker werd gevoerd met betrekking tot de feiten die aanleiding gaven tot het bestreden besluit, zonder gevolg werd gerangschikt; op 28 november 2002 heeft de verwerende partij verzoeker voor die feiten de tuchtstraf opgelegd van 14 dagen schorsing en verzoeker heeft die beslissing niet met een annulatieberoep bestreden; bij ministerieel besluit van 29 januari 2004 is verzoeker met terugwerkende kracht tot 26 december 2001 benoemd tot inspecteur van politie;
  8. Overwegende dat, gelet op de wijzigingen die zich hangende het geding in de rechtstoestand van verzoeker hebben voorgedaan, de Raad van State bij verzoeker geïnformeerd heeft naar zijn belangstelling voor het verder afhandelen van zijn annulatieberoep volgens de gewone procedure en naar het actueel belang dat hij alsnog meent te kunnen doen gelden; dat verzoeker die vragen niet beantwoord heeft; dat hij ook niet ter terechtzitting verschenen is of er vertegenwoordigd was;
  9. Overwegende, ambtshalve, dat uit het blijvend stilzitten van verzoeker opgemaakt wordt dat hij geen belangstelling meer heeft voor de gewone afhandeling van het geding; dat het beroep bij gebrek aan actueel belang verworpen moet worden, IX-3303-3/4 BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juni 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3303-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.