id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.826 Rolnummer: A. 107404/IX-2937 Zaak: Arrest 145826 - - 13/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 17:43 Fiche Arrest nr 145.826 van 13 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.826 van 13 juni 2005 in de zaak A. 107.404/IX-
- In zake : Diederik HANSSEN, wonende te POPPEL, Steenweg Baarle 1 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegen- woordigd door de afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Diederik HANSSEN op 13 juli 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de hem op 15 mei 2001 ter kennis gebrachte beslissing van de afgevaardigd bestuurder van SELOR waarbij vastgesteld wordt dat hij niet over de vereiste diploma’s beschikt voor een aanstelling in de graad van attaché human ressources en dat er ook geen rekening kan worden gehouden met het door hem behaalde resultaat voor het vergelijkend examen ANG01018; Gezien “de memorie van antwoord”; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2937-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoeker, die tevens de voortzetting van de rechtspleging bevat, en van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 februari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 april 2005; Gelet op de beschikking van 22 maart 2005 waarbij de beschikking van 24 februari 2005 wordt ingetrokken en de terechtzitting bepaald wordt op 23 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VERHEVEN, die verschijnt voor verzoeker, en van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker schrijft zich in voor de selectie nr. ANG01018 voor attaché in Human Resources -rang 10- die in de loop van 2001 wordt georganiseerd door SELOR. Het bericht dat in de pers verschijnt vermeldt als diplomavereiste dat de kandidaten een universitaire basisopleiding (of gelijkwaardig) achter de rug moeten hebben. Het vermeldt eveneens dat de volledige informatie over de selectieprocedure en over de deelnemingsvoorwaarden beschikbaar is op de website van Selor. Die volledige informatie is dan terug te vinden in het selectiereglement IX-2937-2/8 waarin uitdrukkelijk vermeld is dat de sollicitanten ten minste houder moeten zijn van “een basisdiploma van de 2de cyclus (tenminste licentiaat) van universitair onderwijs of van hoger onderwijs van het academisch niveau”. 1.
- Verzoeker legt als diploma’s een diploma over van maatschappelijk assistent, bekomen in het sociaal hoger onderwijs van het korte type, en onder meer een diploma van Master of Learning and Development (MLD) afgeleverd door TIAS Business School, een opleidingsinstituut verbonden aan de universiteit van Tilburg. 1.
- Op 10 april 2001 wordt verzoeker uitgenodigd om deel te nemen aan de eerste proef van de selectie. Er wordt hem uitdrukkelijk meegedeeld dat hij onder voorbehoud kan deelnemen, in afwachting van een positief antwoord op een vraag om advies die aan de Vlaamse Gemeenschap werd gericht betreffende de aanvaardbaarheid van zijn diploma’s. Verzoeker neemt vervolgens deel aan alle verdere proeven. Op 14 mei 2001 deelt SELOR hem mee dat hij geslaagd is maar dat die uitslag slechts geldt “onder het voorbehoud dat (hij) aan alle toelatingsvereisten voldoet”. 1.
- Op 2 mei 2001 laat de bevoegde ambtenaar van het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap aan SELOR weten dat verzoekers basisdiploma niet voldoet omdat het geen diploma is van universitair niveau noch van een hogeschoolopleiding van twee cycli terwijl de andere bijgevoegde diploma’s en getuigschriften geen basisdiploma’s zijn. Dientengevolge deelt SELOR op 15 mei 2001 aan verzoeker mee dat zijn diploma’s niet voldoen aan de studievereisten vermeld in het examen- reglement en dat er bijgevolg geen rekening kan worden gehouden met de resultaten die hij op de selectie heeft behaald. Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Na de bestreden beslissing wordt over de aangelegenheid nog verder gecorrespondeerd : - In een brief van juni 2001 bevestigt de Administratie Hoger Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap aan de minister van Ambtenarenzaken dat, na zelf het IX-2937-3/8 advies te hebben ingewonnen van een Nederlandse instelling, het diploma Master of Learning and Development geen basisdiploma is maar dat het wordt toegekend na een postacademische opleiding en dat het aan de houder niet het recht verleent om de titel van doctorandus, overeenkomend met de Belgische titel van licentiaat, te voeren. - Op 30 juli 2001 stuurt verzoeker aan SELOR nog een verklaring van de studentendecaan van de KU Brabant waarin deze verklaart dat het getuigschrift Master of Learning and Development een instellingsgetuigschrift is dat niet kan worden gelijkgesteld met een afsluitend getuigschrift van een Nederlandse universitaire opleiding. Die verklaring besluit : “Afhankelijk van een nadere beoordeling van de onderwijsbelasting van de door u afgeronde postacademiale opleidingen en van de inhoud van de door u behaalde onderdelen hiervan zal moeten worden vastgesteld of het met deze opleidingen door u bereikte onderwijsniveau materieel gelijkwaardig is aan het universitair onderwijsniveau dat wordt gerepresenteerd door een universitair afsluitend getuigschrift (in België een licentiaatsdiploma)”. - Op 21 augustus 2001 antwoordt de verwerende partij aan verzoeker dat zij zijn diploma van Master of Learning and Development niet in aanmerking kan nemen voor een aanstelling in de graad van attaché in human resources. Zij motiveert haar standpunt als volgt : “Ik heb de door u gevolgde opleidingen en de door u behaalde attesten grondig onderzocht en alhoewel tijdens de selectie gebleken is dat u een waardevol kandidaat bent, is het volgens de thans geldende reglementering niet mogelijk u in deze functie aan te stellen. Volgens het selectiereglement ANG01018 dienden de sollicitanten ten minste houder te zijn van een basisdiploma van de 2e cyclus van universitair onderwijs of van hoger onderwijs van het academisch niveau. Deze diplomavereiste is een samenvatting van de lijst diploma’s die in aanmerking komen voor de werving in een graad van niveau 1, opgesomd in de bijlage 1 bij het statuut van het rijks- personeel (bijgevoegde lijst). Dit zijn alle minstens basisopleidingen van 2 cycli uitgereikt door universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs van het academisch niveau. Om te kunnen nagaan of uw diploma van maatschappelijk assistent (basisopleiding van 1 cyclus) in combinatie met uw andere getuigschriften (postacademiale opleiding voor personeelsfunctionarissen uitgereikt door het Limburgs Universitair Centrum en een mastergetuigschrift of learning and IX-2937-4/8 development uitgereikt door het Tilburg Institute of Advanced Studies) beantwoordden aan de gestelde studievereiste, hebben mijn diensten deze getuigschriften voorgelegd aan de bevoegde dienst van het Departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Het door u behaalde master-getuigschrift is vergelijkbaar met een Vlaamse postacademische opleiding. Dit wordt ook bevestigd in het attest van de KU Brabant dat U mij bezorgde. Getuigschriften van postacademische vormingen uitgereikt na een basisopleiding van 1 cyclus zijn niet evenwaardig aan de vereiste basisdiploma’s van de 2e cyclus en komen formeel niet in aanmerking voor een betrekking van niveau
- Alhoewel ik de waarde van de door u gevolgde opleidingen en uw werkervaring inzie, ben ik niet bevoegd om getuigschriften die niet formeel aan de gestelde vereiste voldoen te aanvaarden en kan ik deze onmogelijk in aanmerking nemen voor deze selectie. Ze aanvaarden zou trouwens niet te verdedigen zijn t.o.v. andere kandidaten met gelijkwaardige opleidingen die in het verleden werden afgewezen voor betrekkingen in niveau 1”.
- Overwegende dat de verwerende partij haar memorie van antwoord niet binnen de door het procedurereglement voorgeschreven termijn ingediend heeft; dat die memorie in toepassing van artikel 21, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uit de debatten geweerd wordt; 3.
- Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert dat de verwerende partij verkeerdelijk besloten heeft dat hij niet voldoet aan de diplomavereisten die gesteld worden voor de functie van attaché in human ressources, aangezien zijn mastersgetuigschrift het bewijs bevat van een opleiding van het hoger onderwijs op academisch niveau en aangezien uit de vooropgestelde diplomavereisten blijkt dat een licentiaatsdiploma “een mogelijke opleidingseis is maar dat een hoger onderwijs van een academisch niveau eveneens een voldoende eis is”; dat hij in zijn toelichtende memorie daaraan toevoegt dat het bestuur de mogelijkheid heeft om van een diplomavereiste af te wijken in geval van schaarste op de arbeidsmarkt; 3.2.
- Overwegende dat, zo het persbericht waarbij het examen bekendgemaakt werd nog enige onduidelijkheid kon bevatten -“een universitaire opleiding achter de rug hebben (of gelijkwaardig)”-, het selectiereglement integendeel duidelijk bepaalt dat de sollicitanten “ten minste houder (moeten) zijn van een IX-2937-5/8 basisdiploma van de 2e cyclus (tenminste licentiaat) van universitair onderwijs of van hoger onderwijs van het academisch niveau of titularis zijn van een graad van niveau 1”; dat verzoeker, die geen titularis is van een graad van niveau 1, beschikt over het diploma van maatschappelijk assistent behaald in het sociaal hoger onderwijs van het korte type en over een getuigschrift van “Master of Learning and Development”, afgeleverd door het Tilburg Institute of Advanced Studies (TIAS); 3.2.
- Overwegende dat uit de lezing van het selectiereglement duidelijk blijkt dat de sollicitanten over een licentiaatsdiploma moeten beschikken, dit wil zeggen een diploma behaald in het hoger onderwijs dat uit twee cycli bestaat, ongeacht of het van universitair niveau dan wel van academisch niveau is; dat geen logische verantwoording bedacht kan worden voor de lezing die verzoeker lijkt aan te houden, te weten dat, wanneer het onderwijs genoten is buiten de universiteit, een diploma van hoger onderwijs van academisch niveau volstaat, ook al is het niet behaald in het onderwijs dat uit twee cycli bestaat; 3.2.
- Overwegende dat verzoeker niet over het vereiste basisdiploma beschikt; dat enerzijds zijn diploma van maatschappelijk assistent behaald is na een driejarige studie in het hoger onderwijs van het korte type, hetwelk geen universitair onderwijs of hoger onderwijs van academisch niveau is; dat anderzijds, zoals de auditeur-verslaggever in zijn verslag heeft vastgesteld en door verzoeker in zijn laatste memorie niet weerlegd is, uit de in het dossier neergelegde adviezen blijkt dat, naar het oordeel van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, het getuigschrift van ‘Master of Learning and Development’ een post-universitaire opleiding betreft die niet uitmondt in het uitreiken van een basisdiploma dat recht geeft op het dragen van de Nederlandse titel van doctorandus -welke overeenstemt met de Belgische titel van licentiaat- en dat het bijgevolg niet afgeleverd is ter afsluiting van een Nederlandse academische opleiding van twee cycli; dat de verwerende partij aldus terecht heeft kunnen stellen dat verzoeker niet voldeed aan de reglementair vastgestelde diplomavereisten; IX-2937-6/8 3.2.
- Overwegende dat artikel 16, 6/, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel wel bepaalt dat van de normaal vereiste diplomavoorwaarden afgeweken kan worden in geval van schaarste op de arbeidsmarkt; dat dezelfde bepaling de toepassing ervan evenwel aan strikte voorwaarden verbindt -onder meer een gemotiveerde beslissing van de minister bevoegd voor de ambtenarenzaken voorafgaand aan de selectie- welke te dezen niet vervuld zijn; dat daaruit volgt dat de verwerende partij geen mogelijkheid had om vast te stellen dat verzoeker, die niet over het vereiste diploma beschikte, toch aan de benoemingsvoorwaarden voldeed; 3.
- Overwegende dat het middel niet gegrond is;
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van toelichting nog aanvoert dat de verwerende partij niet de nodige redelijkheid en voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd aangezien zij hem, zonder afdoende informatie over de gebeurlijke ongeldigheid van zijn deelname, de proeven heeft laten afleggen en dat uit de bestreden beslissing ook niet blijkt waarom zijn diploma’s niet voldeden; dat hij daarmee evenwel nieuwe middelen formuleert die niet van openbare orde zijn en die hij in zijn verzoekschrift had kunnen aanvoeren; dat deze middelen niet ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-2937-7/8 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juni 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-2937-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.