← België

Arrest 145835 - - 13/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.835 Rolnummer: A. 160476/IX-4823 Zaak: Arrest 145835 - - 13/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-22 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 17:46 Fiche Arrest nr 145.835 van 13 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.835 van 13 juni 2005 in de zaak A. 160.476/IX-

  1. In zake : Geert WITTEMANS, die woonplaats kiest bij advocaat F. VANDEN BOGAERDE, kantoor houdende te KORTEMARK, Torhoutstraat 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Begroting. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert WITTEMANS op 2 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 8 december 2004 van de minister van Begroting waarbij zijn aanvraag tot cumulatiemachtiging werd afgewezen; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-4823-1/2 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker, alhoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting niet verschenen is en er ook niet vertegenwoordigd was; Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State de vordering tot toekenning van de schorsing moet worden afgewezen wanneer "de eiser noch verschijnt noch vertegenwoordigd is", BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juni 2000 en vijf, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-4823-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.835 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.