← België

Arrest 146029 - - 15/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.029 Rolnummer: A. 128349/XIV-12238 Zaak: Arrest 146029 - - 15/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-13 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 18:03 Fiche Arrest nr 146.029 van 15 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.029 van 15 juni 2005 in de zaak A. 128.349/XIV-12.

  1. In zake : 1.XXX, 2.XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat B. VRIJENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 551 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 28 augustus 1961, en XXX, geboren op 29 april 1964, en beiden van Armeense nationaliteit, op 22 oktober 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 9 oktober 2002 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 31 juli 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met betrekking tot de eerste verzoekende partij en tot weigering van de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling met betrekking tot de tweede verzoekende partij, naar de verzoekende partijen aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 19 november 2002 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit ten aanzien van de eerste verzoekende partij; XIV-12.238-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 14 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 1 juni 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS die, loco Advocaat B. VRIJENS, verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Attaché V. HOEFNAGELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen bij brief van 23 december 2002 met betrekking tot de eerste verzoekende partij aan de Raad van State het volgende meedeelt: “(...) Hierbij meld ik u dat ik overga tot de intrekking van de bevestigende beslissing, genomen op 9 oktober 2002, omwille van een administratieve vergissing. Ik breng hiervan de Voorzitter op de hoogte. (...).”; Overwegende dat het beroep van de eerste verzoekende partij zonder voorwerp is geworden; dat, aangezien de bestreden beslissing werd ingetrokken, het gepast voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen; Overwegende dat artikel 57/11, § 1, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) als volgt luidt: “ Behoudens de beslissingen genomen met toepassing van artikel 63/3, zijn de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen niet vatbaar voor een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen is bij uitsluiting van iedere andere instantie bevoegd.”; Overwegende dat de beslissing genomen ten opzichte van de tweede verzoekende partij, een beslissing betreft van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen tot weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling, genomen op basis van artikel 57/6 van de Vreemdelingenwet; dat bijgevolg tegen deze beslissing een XIV-12.238-2/3 beroep mogelijk was bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen en niet bij de Raad van State; dat het beroep bij de Raad van State tegen de tweede bestreden beslissing onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring van de eerste verzoekende partij worden zonder voorwerp verklaard. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring van de tweede verzoekende partij worden onontvankelijk verklaard. Artikel
  3. De kosten van het beroep van de eerste verzoekende partij, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het beroep van de tweede verzoekende partij, bepaald op 175 euro komen ten laste van deze partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juni tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET . D. MOONS. XIV-12.238-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.029 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.