id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.120 Rolnummer: A. 78684/VII-16718 Zaak: Arrest 146120 - - 16/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-27 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 18:08 Fiche Arrest nr 146.120 van 16 juni 2005 - Beslissing : heropening debatten Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.120 van 16 juni 2005 in de zaak A. 78.684/VII-16.
- In zake :
- Joris VAN WALLEGHEM,
- Dorine VERGOTE, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partij : de n.v. INAFZO, die woonplaats kiest bij Advocaat R. HONORÉ, kantoor houdende te KORTRIJK, Pres. Kennedypark 4 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joris VAN WALLEGHEM en Dorine VERGOTE op 20 mei 1998 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 23 maart 1998 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling waarbij het beroep dat zij hadden ingesteld tegen het besluit van 11 september 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende het verlenen aan de n.v. INAFZO van de vergunning voor het verder exploiteren en het veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging van een stortplaats klasse 1, gelegen aan de Ieperstraat 192 te Zonnebe- ke, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; VII-16.718-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 25 april 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 12 mei 2005; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. WIRTGEN die, loco Advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat L. BRONDEEL die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat F. VANDEN BERGHE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement het aangewezen lid van het auditoraat verslag heeft uitgebracht omdat naar zijn oordeel het beroep doelloos is geworden; dat om tot dat besluit te komen de auditeur zich steunt op het arrest nr. 101.449, de n.v. INAFZO, van 3 december 2001, waarin de Raad heeft geoordeeld dat de milieuvergunning van 11 september 1997, verleend door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen en bevestigd door het ministerieel besluit van 23 maart 1998, vervallen is; Overwegende dat de raadsman van de tussenkomende partij ter terechtzitting benadrukt dat voornoemd arrest door de Voorzitter van de VIIe kamer werd uitgesproken in het kader van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; dat de raadsman ter terechtzitting een zeer omstandig betoog VII-16.718-2/4 houdt teneinde de Raad van State er van te overtuigen dat de bestreden milieuvergunning niet is vervallen; dat hij stelt dat de argumenten die hij daartoe aanvoert dezelfde zijn als deze die hij in zijn memorie in het kader van de behandeling van de zaak ten gronde na evengenoemd schorsingsarrest nr. 101.449 heeft laten gelden; Overwegende dat de zaak A.113.004/VII-25.072,die tot het arrest nr. 101.449 heeft aanleiding gegeven, werd behandeld door een alleenzetelend rechter en dat daarbij uitspraak werd gedaan over een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; dat het aldus gaat om een prima facie beoordeling door één lid van de VIIe kamer binnen een zeer kort tijdsbestek; dat de behandeling van die zaak ten gronde nog dient te geschieden door een voltallige kamer, nadat de zaak in staat van wijzen is, en dat pas op basis van het arrest ten gronde zal vaststaan of de milieuvergunning van 11 december 1997, bevestigd bij ministerieel besluit van 23 maart 1998 vervallen is; dat daarbij nog komt dat het te dezen gaat om een princiepsvraag; Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, in de huidige stand van het geding niet met voldoende zekerheid vaststaat dat het onderhavig annulatieberoep doelloos is geworden in de zin van artikel 93 van het algemeen procedurereglement; dat het, met het oog op een goede rechtsbedeling, gepast voorkomt om de debatten te heropenen en de onderhavige zaak samen te voegen met de zaak, gekend onder het nr. A.113.004/VII-25.072, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak, gekend onder het nr. A. 78.684/VII-16.718 wordt samengevoegd met de zaak, gekend onder het nr. A.113.004/VII-25.
- VII-16.718-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien juni tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, A. WIJNANTS. griffier De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.718-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.120 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.79.512 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.