id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.246 Rolnummer: A. 159979/IX-4800 Zaak: Arrest 146246 - - 20/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 18:24 Fiche Arrest nr 146.246 van 20 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.246 van 20 juni 2005 in de zaak A. 159.979/IX-
- In zake : Elisabeth SWERTS, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en L. SCHELLEKENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- tussenkomende partij :
- Pierre SCHIPPERS, die woonplaats kiest bij advocaat C. FLAMEND, kantoor houdende te MEISE, Vilvoordsesteenweg 101,
- de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN, die woonplaats kiest bij advocaat N. DE CLERCQ, kantoor houdende te BRUGGE, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Elisabeth SWERTS op 14 februari 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 waarbij Pierre SCHIPPERS voor een termijn van vijf jaar wordt aangesteld tot korpschef van de lokale politiezone TIENEN- HOEGAARDEN evenals van de daarin besloten weigering om haar in die functie aan te stellen; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; IX-4800-1/15 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 26 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. LINDEMANS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat L. SCHELLEKENS, die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat C. FLAMEND, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat N. DE CLERCQ, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Pierre SCHIPPERS met een verzoekschrift van 4 maart 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; Overwegende dat de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN met een verzoekschrift van 17 maart 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Volgens de verklaring van verzoekster is zij sinds 1973 in dienst bij het gemeentelijk politiekorps van Tienen, is zij in 1990 bevorderd tot adjunct- commissaris-inspecteur, is zij van dan af onder de politiecommissaris de tweede in bevel geweest, behaalde zij in 1991 het diploma van licentiaat in de criminologische wetenschappen, was zij vanaf 1 november 2000 permanent waarnemend korpschef IX-4800-2/15 van het gemeentelijk politiekorps van Tienen en heeft zij in de nieuwe geïntegreerde politiedienst, georganiseerd op twee niveaus, de graad van commissaris van politie. 1.2.
- Naar luid van artikel 48 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, wordt de chef van het lokale politiekorps door de Koning in zijn functie aangewezen voor een éénmaal hernieuwbare termijn van vijf jaar, op gemotiveerde voordracht van de gemeenteraad of van de politieraad en na gemotiveerd advies van de procureur- generaal bij het hof van beroep en van de gouverneur. Naar luid van artikel 247 van diezelfde wet, bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de nadere regels van de eerste aanstelling voor (onder meer) de functie van korpschef van de lokale politie. 1.2.
- In het Belgisch Staatsblad van 4 november 2000 verschijnt het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eerste aanstelling in bepaalde betrekkingen van de lokale politie. In het Belgisch Staatsblad van 29 december 2000 verschijnt de omzendbrief ZPZ 11 van 21 december 2000 “betreffende de instelling van de lokale politie Bestuurlijke aspecten”. Daarin bespreekt de minister van Binnenlandse Zaken onder meer de eerste aanstellingen tot korpschef. 1.
- Op 23 januari 2001 beslist het politiecollege van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN om de selectieprocedure voor de aanstelling van de zonechef te starten, de betrekking vacant te verklaren en ze onmiddellijk bekend te maken. 1.
- Blijkens het proces-verbaal van de vergadering van 11 september 2001 van de selectiecommissie van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN: - stelden acht kandidaten hun kandidatuur, onder wie Roland PACOLET, Pierre SCHIPPERS -commandant van de rijkswachtbrigade Tienen- en verzoek- ster, en werden deze kandidaten opgeroepen voor het afleggen van de proef “assessment-center”; - worden vijf kandidaten (onder wie de hierboven vernoemde drie) geschikt bevonden, worden die resultaten door de selectiecommissie gevalideerd, trekken twee geschikt bevonden kandidaten hun kandidatuur in, en worden Roland IX-4800-3/15 PACOLET, Pierre SCHIPPERS en verzoekster door de selectiecommissie gehoord; - rangschikt de selectiecommissie die drie kandidaten, na hen te hebben gehoord en te hebben gecontroleerd in hoeverre hun kandidaturen overeenstemden met het ambt van korpschef zoals vervat in de omzendbrief ZPZ 11, als volgt: - verzoekster: geschikt; - Pierre SCHIPPERS: geschikt; - Roland PACOLET: zeer geschikt. 1.
- Bij besluit van 25 september 2001 van de politieraad van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN wordt Roland PACOLET voorgedragen als korpschef van de lokale politie van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN. Die voorgedragen kandidaat wordt evenwel bij koninklijk besluit van 24 oktober 2001 aangewezen voor een termijn van vijf jaar in de functie van korpschef van de lokale politie van de politiezone DIEST-SCHERPENHEUVEL- ZICHEM. 1.6.
- Bij besluit van 9 november 2001 van de politieraad van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN wordt Pierre SCHIPPERS voorgedragen als korpschef. 1.6.
- Bij besluit van 4 december 2001 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant wordt dat voordrachtbesluit in zijn uitvoering geschorst, op grond van de schending van de materiële en de formele motiveringsverplichting. 1.
- Bij besluit van 21 december 2001 van de politieraad van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN wordt Pierre SCHIPPERS voor de tweede maal voorgedragen als korpschef. Op 30 mei 2002 trekt de politieraad van de politiezone TIENEN- HOEGAARDEN dat voorstel in, nadat het door de provinciegouverneur op 21 januari 2002 was geschorst. 1.
- Bij besluit van 28 mei 2002 van het politiecollege van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN wordt Pierre SCHIPPERS aangeduid als operationeel coördinator voor de politiezone, in afwachting van de definitieve benoeming van een zonechef. Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat betrokkene geen IX-4800-4/15 hiërarchisch gezag kan uitoefenen over de politieambtenaren die niet tot zijn eigen korps -de rijkswacht- behoren. 1.9.
- Bij besluit van 26 juni 2002 van de politieraad van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN wordt Pierre SCHIPPERS voor de derde maal voor- gedragen als korpschef. 1.9.
- Dat voordrachtbesluit wordt bij besluit van 1 augustus 2002 door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant in zijn uitvoering geschorst, op grond van de vaststelling dat het administratief dossier dat aan de gouverneur werd toegezonden, naast enkele algemene stukken, enkel documenten bevat die betrekking hebben op de voorgedragen kandidaat, waardoor de formele motivering niet op haar materiële juistheid kan worden nagegaan. 1.9.
- Op 10 oktober 2002 beslist de politieraad zijn geschorst voor- drachtbesluit te handhaven en de persoonlijke dossiers van beide kandidaten ter staving bij te voegen. 1.9.
- Bij besluit van 18 november 2002 van de minister van Binnen- landse Zaken wordt het besluit van 26 juni 2002 van de politieraad houdende de voordracht van Pierre SCHIPPERS met het oog op de aanstelling als korpschef vernietigd op grond van de overweging dat de titels en verdiensten van de beide kandidaten niet op afdoende wijze met elkaar vergeleken werden. Op 17 januari 2003 heeft Pierre SCHIPPERS (eerste verzoekende partij in tussenkomst in de onderhavige zaak) tegen dat vernietigingsbesluit een beroep tot nietigverklaring ingediend. 1.10.
- Op 11 februari 2003 beslist het politiecollege Pierre SCHIPPERS aan te stellen als waarnemend korpschef. 1.10.
- Bij besluit van 3 april 2003 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant wordt die beslissing in haar uitvoering geschorst, onder meer op grond van de overweging dat de verwijzing naar het ministerieel vernietigingsbesluit van 18 november 2002 niet afdoende is om de beslissing te rechtvaardigen en dat Pierre SCHIPPERS niet aanwezig mocht zijn bij de beraadslaging en de beslissing over zijn aanstelling. IX-4800-5/15 1.10.
- Op 22 april 2003 beslist het politiecollege zijn beslissing van 11 februari 2003 in te trekken en Pierre SCHIPPERS opnieuw aan te stellen in het hoger ambt van vervangend korpschef. 1.10.
- Die tweede aanstellingsbeslissing wordt bij besluit van 28 mei 2003 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant in haar uitvoering geschorst, ditmaal op grond van de overweging dat het, na de vernietiging door de minister van het voordrachtbesluit van 26 juni 2002, aan de politieraad toekomt om zo snel mogelijk een goed gemotiveerd besluit tot voordracht van de kandidaat- korpschef te nemen en dat bovendien op geen enkel moment een vergelijking wordt gemaakt tussen de titels en de verdiensten van Pierre SCHIPPERS en de andere commissarissen, noch met de andere kandidaat-zonechef. 1.
- Bij besluit van 18 november 2003 van het politiecollege wordt aan verzoekster de tuchtstraf van de blaam opgelegd. Verzoekster heeft tegen dat besluit op 19 januari 2004 een beroep tot nietigverklaring ingediend. 1.12.
- Op 22 december 2003 beslist de politieraad, op grond van de overweging dat er reeds lange tijd verlopen is sinds de kandidaatstellingen van Pierre SCHIPPERS en verzoekster voor het ambt van korpschef, aan die kandidaten een aanvullende termijn van veertien dagen te gunnen om hun sollicitatie te “actualiseren en aan te vullen”. 1.12.
- Met een brief van 14 januari 2004 verzoekt Pierre SCHIPPERS een aantal documenten aan zijn curriculum vitae toe te voegen. 1.12.
- Verzoekster daarentegen verzet zich, middels een brief van 14 januari 2004, tegen een actualisering en/of aanvulling van de kandidaatstellingen. 1.
- Op 11 maart 2004 beslist de politieraad, op grond van de over- weging dat het, om redenen van behoorlijk bestuur, bij de vergelijking van titels en verdiensten die een voordracht tot benoeming van een kandidaat in een bepaalde functie moet voorafgaan, noodzakelijk is dat de voordragende overheid rekening kan houden met desgevallend opgelopen tuchtsancties door één of meerderen van de kandidaten, tot het toevoegen van een geactualiseerd tuchtblad van de voor de IX-4800-6/15 voordracht tot benoeming voor het ambt van zonechef in aanmerking komende kandidaten. 1.14.
- Bij besluit van 3 juni 2004 van de politieraad wordt Pierre SCHIPPERS voor de vierde maal voorgedragen voor het ambt van korpschef van de lokale politie. 1.14.
- Bij besluit van 7 juli 2004 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant wordt dat voordrachtbesluit in zijn uitvoering geschorst, op grond van de schending van de materiële en de formele motiveringsverplichting. 1.15.
- Op 13 oktober 2004 gaat de politieraad voor de vijfde keer over tot de voordracht van Pierre SCHIPPERS. 1.15.
- Met een brief van 29 oktober 2004 richt de raadsman van verzoekster een verzoek tot schorsing van het voordrachtbesluit van 13 oktober 2004 aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. Met een brief van 8 november 2004 deelt de gouverneur aan de raadsman van verzoekster mee dat het voordrachtbesluit voldoet aan de door de wet van 29 juli 1991 opgelegde materiële en formele motiveringsverplichting. 1.
- Met een brief van 22 oktober 2004 deelt de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel, met verwijzing naar het gunstig advies dat hij op 13 juli 2004 had uitgebracht, aan de minister van Binnenlandse Zaken mee dat er hem sedertdien geen nieuwe elementen bekend zijn die van aard zijn een bezwaar te vormen tegen de aanstelling van kandidaat Pierre SCHIPPERS. 1.
- Bij koninklijk besluit van 5 december 2004 wordt Pierre SCHIPPERS aangewezen voor een termijn van vijf jaar in de functie van korpschef van de lokale politie van de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN. Dat besluit, dat het eerste voorwerp uitmaakt van de onderhavige vordering tot schorsing en dat middels een mededeling in het Belgisch Staatsblad van 17 december 2004 wordt bekendgemaakt, bevat de volgende redengeving : “Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid op artikel 247; Gelet op het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eerste aanstelling in bepaalde IX-4800-7/15 betrekkingen van de lokale politie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 februari 2001; Gelet op het functieprofiel m.b.t. het ambt van korpschef van de lokale politie, als bijlage opgenomen bij de omzendbrief ZPZ 11 van 21 december 2000 betreffende de instelling van de lokale politie - bestuurlijke aspecten; Gelet op de oproep tot de kandidaten voor het ambt van korpschef van de lokale politie van de zone HOEGAARDEN / TIENEN, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 februari 2001; Gelet op de kandidaturen ingediend bij de voorzitter van het politiecollege; Gelet op het onderzoek van de kandidaturen door de selectiecommissie; Gelet op de resultaten van de proef van het type ‘assessment center’, georganiseerd onder voogdij van SELOR; Gelet op de rangschikking van de kandidaten door de selectiecommissie op 11 september 2001; Gelet op het voorstel van de politieraad van 13 oktober 2004 om de heer SCHIPPERS, Pierre, aan te wijzen voor de vacante betrekking; Gelet op het advies van de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel van 22 oktober 2004; Gelet op de kandidatuur van de heer SCHIPPERS, Pierre, commissaris van politie van de zone HOEGAARDEN / TIENEN met stamnummer 44 01582 13; Overwegende dat het assessment centrum zijn advies volgens welk de heer SCHIPPERS, Pierre, geschikt geacht wordt tot bevelvoering, motiveert door het feit dat alhoewel de heer SCHIPPERS in een eerste gesprek wat terughoudend kan overkomen, hij sociaal voelend en sensitief is; dat hij iemand is die durft opkomen voor zijn personeel en hen bijstaat in moeilijke omstandigheden; dat hij gestructureerd is in zijn aanpak en hierdoor een vrij goede organisator is; dat hij sterk op de feiten gericht is, pragmatisch in het oplossen van dagelijkse problemen en beschikt over een goede oordeelsvorming; dat een functie van korpsoverste in een kleinere zone zeker binnen zijn competenties valt; Overwegende dat de selectiecommissie de kandidatuur van de heer SCHIPPERS, Pierre, ontvankelijk heeft verklaard, dat de commissie van mening is dat deze overeenstemt met de objectieve voorwaarden van het vereiste profiel en dat de kandidaat geschikt is voor de vacante betrekking; dat zij haar advies motiveert door het feit dat de betrokkene opvalt door zijn grote betrokkenheid en inzet in de samenwerking met zijn manschappen; dat hij soms de neiging heeft om uit te deinen dan wel een synthese te maken bij de aanpak van problemen; dat hij de theoretische inzichten die hij heeft verworven niet volledig weet om te zetten in praktische uitvoering op basis van eigen inzichten; Overwegende dat de politieraad de keuze gehad heeft tussen twee geschikte kandidaten; dat de politieraad zijn beslissing om de kandidatuur van de heer SCHIPPERS, Pierre, voor te dragen, onder meer motiveert door het feit dat uit de vergelijking van titels en verdiensten blijkt dat de heer SCHIPPERS de meest aangewezen kandidaat is om deze taken te vervullen en wel om de volgende redenen. Hij beschikt over voldoende leidinggevende vaardigheden om de taak van korpschef uit te oefenen. Hij beantwoordt aan de profielvereisten van het ambt van korpschef. Hij beschikt volgens de assessmentproef niet alleen over leidinggevende vaardigheden, maar slaagde erin deze op succesvolle wijze in praktijk om te zetten. Vanaf augustus 1998 leidde hij de Rijkswachtbrigade TIENEN en dit tot grote voldoening van zijn meerderen. De heer SCHIPPERS is een intelligent en plichtsbewust kandidaat, die zijn job kent en door jarenlange territoriale ervaring het klappen van de zweep kent. Hij heeft met succes een grote en moeilijke brigade overgenomen en heeft zeker de intellectuele bagage om een grote brigade te leiden. De heer SCHIPPERS bewijst een ervaring in het verstrekken van de basispolitiezorg van meer dan twintig jaar. Hij bewijst tevens IX-4800-8/15 een ruime ervaring als ‘tweede in bevel’ en een succesvolle ervaring als ‘eerste in bevel’. De heer SCHIPPERS heeft ook bijzondere verdiensten bij het leiden van gerechtelijke onderzoeken. Zijn leiding “met vaste hand” heeft geleid tot een zeer groot aantal opgeloste misdrijven. Hij slaagde erin de leiding van gerechte- lijke onderzoeken te combineren met het leidinggevend ambt dat hij waarnam. Hij is uiterst gemotiveerd voor gerechtelijk werk en brengt dit over op het personeel. De heer SCHIPPERS is zeer gedreven, dwingt gezag af en weet gedegen te organiseren. Hij eist van zichzelf en van zijn medewerkers een totale integriteit. Zijn motivatie en inzet zijn een voorbeeld voor het personeel. Interne conflicten pakt hij kordaat aan. Dhr. SCHIPPERS toont een intense verbonden- heid met de werking van het politiekorps. Hij schenkt bijzondere aandacht aan het stimuleren tot en het opvolgen van gerechtelijke onderzoeken en andere politionele basiszorg. De heer SCHIPPERS bewijst een bijzondere interesse op het operationele vlak, bewijst tevens zijn ruime territoriale ervaring en vaardigheden. De heer SCHIPPERS heeft een onberispelijke staat van dienst, hetgeen aanvullend of bijkomend zijn kandidatuur begunstigt; Overwegende dat de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel zijn gunstig advies motiveert door het feit dat er geen gegevens bekend zijn van aard een bezwaar te vormen tegen de aanstelling van deze kandidaat. Hij meent derhalve een gunstig advies te kunnen verlenen met betrekking tot de voordracht van de heer Pierre SCHIPPERS als korpschef van de lokale politie voor de politiezone Hoegaarden-Tienen; Overwegende dat de heer SCHIPPERS, Pierre, aldus voldoet aan de aanwijzingsvoorwaarden;”
- Overwegende dat de verwerende partij en de tweede tussen- komende partij betogen dat de vordering in haar tweede voorwerp niet ontvankelijk is aangezien in het verzoekschrift geen middelen worden aangevoerd die specifiek dat besluit betreffen en dat de vordering in haar eerste voorwerp niet ontvankelijk is aangezien verzoekster het voordrachtbesluit van 13 oktober 2004 niet bestreden heeft; Overwegende dat over die excepties thans geen uitspraak wordt gedaan, nu de vordering tot schorsing wordt verworpen omdat, zoals hierna zal blijken, niet voldaan is aan een van de grondvoorwaarden waaronder de schorsing van de tenuitvoerlegging bevolen kan worden;
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; IX-4800-9/15 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster uiteenzet wat volgt: zij mocht, aangezien zij over de beste titels en verdiensten beschikt, de gewettigde verwachting koesteren om als zonechef te worden aangesteld; het bestreden besluit vormt evenwel de zevende poging om haar titels en verdiensten lager te waarderen dan deze van de tegenkandidaat en daarmee wijkt haar situatie af van de algemene regel dat een kandidaat voor een openbaar ambt rekening moet houden met het mislukken van zijn inspanning; het beschamen van haar gewettigd vertrouwen is niet herstelbaar aangezien zij 54 jaar is en zij met het bestreden besluit wellicht alle kansen verliest om nog tot zonechef aangesteld te kunnen worden vermits de aangestelde ervaring opdoet en op die grondslag dan een tweede mandaatperiode kan verkrijgen; daarbij komt dat de verwerende partij niet de minste intentie heeft om een zonechef aan te stellen na een objectieve vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten -verklaringen van de voorzitter van de politiezone en de vordering van de politieraad tegen het ministerieel besluit waarbij de voordracht van Pierre SCHIPPERS werd vernietigd bewijzen dit- en het “onverhuld karakter van dit favoritisme”, dat zelfs doorwerkt tot in de overwegingen van het bestreden besluit, maakt het nadeel van verzoekster bijzonder moeilijk herstelbaar; enkel een schorsing kan het nadeel, bestaande in de krenking van haar reputatie, voorkomen of inperken; daarbij komt dat met het bestreden besluit “nog cynisch een rechtsgevolg wordt gegeven aan tuchtsanctie die zelf haar verantwoor- ding heeft gevonden in het feit dat zij van geen tel zou zijn in een hangende aanstellingsprocedure”; bij gebrek aan voldoende titels en verdiensten van de tegenkandidaat van verzoekster poogt het bestuur haar merites zo laag mogelijk in te schatten en dat kwetst haar, vanuit professioneel oogpunt, zeer ernstig aangezien haar collega’s elke ontwikkeling in het dossier volgen en tot de overtuiging komen dat haar titels en verdiensten moeten onderdoen voor deze van Pierre SCHIPPERS; tenslotte heeft zij zich sinds het opstarten van de aanstellingsprocedure voortdurend bijgeschoold met het oog op haar aanstelling als zonechef -zo volgt zij nu het tweede jaar van de opleiding ‘master in publiek management’- en die opleiding kan geen effect hebben indien zij niet onmiddellijk in de praktijk toegepast kan worden; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt wat volgt : verzoekster beperkt zich tot vage en algemene beweringen, zonder duidelijk en concreet aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akten ondergaat of dreigt te ondergaan; de grief als zou er favoritisme bestaan ten aanzien van de benoemde kandidaat en een benadeling van verzoekster is ongegrond; IX-4800-10/15 bovendien verwart verzoekster hier de middelen en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; hetzelfde geldt met betrekking tot het verwijt dat de politieraad ten onrechte rekening zou houden met een aan verzoekster opgelegde tuchtstraf; in zoverre verzoekster van oordeel is dat de bestreden beslissing voor haar bijzonder kwetsend zou zijn, beroept zij zich op een moreel nadeel dat kan worden goedgemaakt door een nietigverklaring; de bewering dat het favoritisme ten aanzien van de benoemde kandidaat bijzonder kwetsend en aldus zeer ernstig zou zijn, is overigens in ruime mate een subjectieve appreciatie waarmee, bij ontstentenis aan concrete elementen, geen rekening kan worden gehouden; in zoverre verzoekster aanvoert dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt wegens het verliezen van een kans op benoeming en het moeten ontberen van de ervaring die de benoemde kandidaat opdoet, beperkt zij zich tot een theoretische, niet concreet en nauwkeurig ingevulde uitwerking; bovendien is het verlies van een benoemingskans inherent aan het meedingen ernaar en levert dit geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel op; overigens is het zeker niet verzoeksters laatste kans om benoemd te worden als korpschef, vermits zij slechts 54 jaar is en de bestreden benoeming slechts geldt voor vijf jaar; met de ervaring die de benoemde kandidaat heeft opgedaan op basis van de bestreden beslissing mag na een eventuele vernietiging van de benoeming geen rekening gehouden worden; noch verzoekster, noch de andere kandidaten, kunnen aanspraak maken op een recht tot benoeming in de betrokken functie; in zoverre verzoekster het tegenovergestelde beweert, verwart zij nogmaals de middelen en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; verzoekster toont overigens niet in concreto aan dat zij de gewettigde verwachting zou mogen koesteren om benoemd te worden in de betrokken functie; de bewering dat haar inspanningen inzake bijscholing voor een essentieel deel verloren zouden gaan wanneer zij niet zouden kunnen aangewend worden in afwachting van een arrest ten gronde houdt verband met de duur van een annulatieprocedure en vloeit dus niet voort uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; daarenboven is een dergelijk nadeel moreel van aard; Overwegende dat de eerste tussenkomende partij stelt : het argument dat verzoekster de “gewettigde verwachting” zou mogen koesteren om te worden aangesteld geldt evenzeer, en zelfs nog meer, voor haar; verzoekster brengt niet het minste element naar voor om aannemelijk te maken dat haar, gezien haar leeftijd, wellicht de laatste kans wordt ontnomen om te worden aangeduid als zonechef; wat betreft het beweerde favoritisme, wil verzoekster duidelijk geen rekening houden met de mogelijkheid dat de overheid de meest aangewezen kandidaat wil benoemen en faalt zij daaromtrent duidelijk in haar bewijslast; het zich IX-4800-11/15 voortdurend bijscholen -wat ook zijzelf doet- kadert in de beroepsernst en de wil zich persoonlijk te verbeteren, maar verleent geen aanspraak op welke aanstelling of benoeming ook, laat staan dat dit element een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan uitmaken; Overwegende dat de tweede verwerende partij betoogt wat volgt : verzoekster beschikt niet over betere titels en verdiensten en haar verdiensten werden evenmin miskend door het bestuur; er kan geen sprake zijn van een gewettigde verwachting op een aanstelling; het gekrenkt zijn in zijn verwachtingen zou overigens niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel mogen aanvaard worden, vermits het een moreel nadeel betreft dat in principe volledig wordt hersteld door een vernieti- ging en dat trouwens niet weggenomen of verminderd wordt door de schorsing van de benoeming van een tegenkandidaat; verzoekster kan niet gevolgd worden in haar argumentatie dat haar, gelet op haar leeftijd, door de bestreden beslissing elke kans wordt ontnomen om nog te worden aangeduid tot korpschef, vermits zij, enerzijds, niet zo dicht bij de pensioenleeftijd staat en, anderzijds, de eerste primo-benoemingen tot korpschef een einde zullen nemen in 2006, zodat verzoekster nog tal van kansen heeft om zich zelfs in andere politiezones kandidaat te stellen voor het ambt van zonechef; verzoekster verwijt het bestuur favoritisme en het rekening houden met een tuchtstraf, maar voert die wettigheidsbezwaren niet aan als middel; indien sommige ongelukkige uitlatingen van de voorzitter van de politiezone zouden kunnen beschouwd worden als favoritisme, moet worden opgemerkt dat hij noch deelnam aan de vergelijking van titels en verdiensten, noch aan de voordrachtbeslissing; uit de lezing van de vergelijking van titels en verdiensten blijkt dat de merites van verzoekster niet zo laag mogelijk werden ingeschat; het niet kunnen aanwenden van de door bijscholing opgedane kennis is een moreel nadeel dat wordt goedgemaakt door een vernietigingsarrest; 4.2.
- Overwegende dat verzoekster haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel in essentie opbouwt vanuit het gegeven dat zij over de beste titels en verdiensten beschikt om tot zonechef te worden aangesteld en dat zij bijgevolg de gewettigde verwachting mocht koesteren tot korpschef aangeduid te worden; dat evenwel de vraag of dat uitgangspunt correct is, geen antwoord kan krijgen zonder de zaak ten gronde te bestuderen, hetgeen ingaat tegen het beginsel dat de wetgever voor het gegrond bevinden van een vordering tot schorsing twee afzonderlijke voorwaarden heeft ingesteld; dat in ieder geval uit een eerste lezing van het dossier niet blijkt dat de stelling van verzoekster zonder doorgedreven onderzoek bijgevallen IX-4800-12/15 kan worden; dat hetzelfde geldt voor de opmerking van verzoekster dat de verwerende partij, bij gebrek aan positieve gegevens ten voordele van haar medekandidaat, met alle mogelijke middelen haar titels en verdiensten poogt te minimaliseren -wat ook gevolgen heeft voor haar imago bij de collega’s- en dat het bestreden besluit nogal cynisch rechtsgevolgen verbindt aan de tuchtstraf die zij op 18 november 2003 heeft gekregen; 4.2.
- Overwegende dat, wanneer de betrokkene ter zake geen recht kan doen gelden, het niet verkrijgen van een benoeming, wegens het vooraf gekende risico dat de benoeming aan een medekandidaat wordt gegeven, in de regel geen moeilijk te herstellen ernstig moreel nadeel met zich brengt; dat de redenen die verzoekster aanvoert om voor dit geval anders te oordelen niet overtuigen; dat immers de omstandigheid dat de toezichthoudende overheid verschillende voord- rachtbesluiten van Pierre SCHIPPERS geschorst en zelfs vernietigd heeft om reden dat de titels en verdiensten van de twee kandidaten niet afdoende vergeleken bleken te zijn, niet betekent dat de toezichthoudende overheid van oordeel was dat verzoekster over de beste titels en verdiensten beschikte; dat uit de aan de Raad van State voorgelegde stukken ook niet blijkt dat er inderdaad sprake is van een uitgesproken favoritisme ten voordele van Pierre SCHIPPERS, aangezien enerzijds de voorzitter van de politieraad niet aan de bespreking van de voordracht op 13 oktober 2004 heeft deelgenomen en anderzijds het niet getuigt van favoritisme wanneer de politieraad zich met de middelen die het recht hem verschaft verzet tegen een vernietiging door de toezichthoudende overheid van een voordrachtbesluit en daarom tussengekomen is in het geding dat Pierre SCHIPPERS ingeleid heeft tegen de vernietiging van zijn voordracht van 26 juni 2002; Overwegende dat verzoekster niet kan gevolgd worden waar zij, met verwijzing naar haar leeftijd, van oordeel is dat het bestreden besluit haar belet om nog tot korpsoverste aangeduid te worden; dat immers, aangezien de pensioen- leeftijd op 65 jaar ligt, de verwerende partij na een vernietigingsarrest nog wel degelijk rekening zal kunnen houden met haar kandidatuur; dat bovendien niets verzoekster belet binnen afzienbare tijd te kandideren voor een betrekking van korpschef waarvan de eerste aanstelling op haar einde loopt en waarvan het bestuur van oordeel is dat het geen verlenging kan toestaan; Overwegende dat verzoekster ook nog verwijst naar de bijscholing die zij volgt en waarvan het nut volgens haar nu problematisch wordt doordat de IX-4800-13/15 praktijk niet kan aansluiten op de studie; dat, daargelaten de vraag of dat nadeel niet eerder verbonden is met de duur van de annulatieprocedure, verzoekster in ieder geval niet aannemelijk maakt dat de kennis die zij kan opdoen tijdens de bijscholing -die overigens nog aan de gang is- haar na een vernietigingsarrest en een voor haar gunstig benoemingsbesluit, niet meer zal kunnen dienen; Overwegende dat verzoekster het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aantoont, BESLUIT: Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van Pierre SCHIPPERS en de politiezone TIENEN-HOEGAARDEN in het administratief kort geding worden ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. IX-4800-14/15 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig juni 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4800-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.246 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.782 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.