id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.461 Rolnummer: A. 153634/IX-4577 Zaak: Arrest 146461 - - 22/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-01 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 18:47 Fiche Arrest nr 146.461 van 22 juni 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.461 van 22 juni 2005 in de zaak A. 153.634/IX-
- In zake : Mia MEERBERGEN, wonende te TIENEN, Zijdelingsstraat 13 tegen :
- de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus 1,
- het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van TIENEN. tussenkomende partij in de schorsingsprocedure: de VZW Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te LEUVEN, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mia MEERBERGEN op 9 juli 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 6 mei 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende afwijzing van : - haar klachten van 11 en 16 maart 2004 en 16 april 2004 tegen : -- het besluit van 17 februari 2004 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tienen, waarbij haar disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking met ingang van 1 maart 2004 wordt opgeheven en zij vanaf die datum terug in actieve dienst wordt geroepen en weder wordt tewerkgesteld in het Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart; -- het besluit van 17 februari 2004 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tienen, waarbij de dadingovereenkomst met de VZW Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart wordt goedgekeurd; IX-4577-1/3 -- het besluit van 17 februari 2004 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tienen, waarbij de overeenkomst met de VZW Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart ter aanvulling van de overeenkomst van 13 november 1997 betreffende de overdracht van de exploitatie van het Stedelijk Genees- en Heelkundig Instituut aan de VZW Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart, wordt goedgekeurd; - haar klacht van 22 maart 2004 tegen het besluit van 8 maart 2004 van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tienen, waarbij wordt besloten niet in te gaan op de vraag van verzoekster om te worden tewerkgesteld op het centrale bestuur van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; Gelet op het arrest nr. 140.415 van 10 februari 2005 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de VZW Algemeen Ziekenhuis Heilig Hart in het administratief kortgeding wordt ingewilligd, het verzoek tot tussenkomst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Tienen in het administratief kortgeding wordt afgewezen, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 23 februari 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek IX-4577-2/3 tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4577-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.461 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.