id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.467 Rolnummer: A. 120031/XIV-9693 Zaak: Arrest 146467 - - 22/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-12 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 18:49 Fiche Arrest nr 146.467 van 22 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.467 van 22 juni 2005 in de zaak A. 120.031/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaten E. POOLS en P. VANAGT, kantoor houdende te 3600 GENK, Bochtlaan 12/8 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 22 april 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 22 maart 2002 houdende het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 26 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 april 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-9693-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. OZDEMIR die, loco Advocaten E. POOLS en P. VANAGT verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- XXX, van Marokkaanse nationaliteit, treedt op 7 maart 2000 te Driouch (Marokko) in het huwelijk met Y. E. B., van Belgische nationaliteit en wonende te Genk. 1.
- Op 20 juni 2000 komt verzoeker in België binnen op basis van een visum type-D, hem afgeleverd door de Belgische ambassade te Casablanca op 13 juni
- 1.
- Op 23 juni 2000 dient verzoeker te Genk een aanvraag tot vestiging in. 1.
- Op 21 november 2000 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van de vestiging met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten omwille van het feit dat “uit het verslag van de politie van Genk dd. 6 november 2000 blijkt dat er van een relatie tussen beide echtelieden geen sprake is”. 1.
- Op 18 december 2000 dient verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring en een verzoek tot schorsing in tegen deze beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken. Op 9 oktober 2001 verwerpt de Raad van State bij arrest nr. 99.581 de door verzoeker ingediende beroepen. 1.
- Op 22 maart 2002 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing houdende bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde. Dit is de bestreden beslissing waarvan de motivering luidt als volgt : XIV-9693-2/5 “(...) ORDRE DE QUITTER LE TERRITOIRE, AVEC DÉCISION DE REMISE A LA FRONTIÈRE ET DÉCISION DE PRIVATION DE LIBERTÉ A CETTE FIN BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN MET BESLISSING TOT TERUGLEIDING NAAR DE GRENS EN BESLISSING TOT VRIJHEIDSBEROVING TE DIEN EINDE En application de l'article 7, alinéa 1er , de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié par la loi du 15 juillet 1996, le (la) nommé(e) XXX Met toepassing van artikel 7, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd door de wet van 15 juli 1996, moet de genaamde XXX né(e) á Beni Said, le (en) 20/11/1975 geboren te Beni Said, op (in) 20/11/1975 de nationalité :Marocaine van Marokkaanse nationaliteit doit quitter le territoire de la Belgique ainsi que le(s) territoire(s) des Etats suivant(s) : Allemagne, Autriche, Espagne, France, Grèce, Italie, Luxembourg, Pays-Bas, Portugal, Suède, Norvège, Finlande, Islande, Danemark
(1). het grondgebied van België verlaten, evenals het grondgebied van de volgende Staten : Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Oostenrijk, Griekenland, Italië, Noorwegen, Zweden, IJsland, Denemarken, Finland
(1). MOTIF(S) DE LA DÉCISION
(2)REDEN(EN) VAN DE BESLISSING
(2)0 - article 7, al. 1er, 1/ : demeure dans le Royaume sans être porteur des documents requis; l'intéressé(
- e)n'est pas en possession d'un passeport valable prévu d'un visa valable 0 - artikel 7, eerste lid, 1/ : verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten; de betrokkene is niet in het bezit van een geldig paspoort voorzien van een geldig visum En application de l'article 7, alinéa 2, de la même loi, il est nécessaire de faire ramener sans délai l'intéressé(
- e)à la frontière, à l'exception des frontières allemande, autrichienne, espagnole, française, grecque, italienne, luxembourgeoise, néerlandaise, portugaise, Norvège, Suède, Islande, Finlande et Danemark
(1), pour le motif suivant : Ne peut pas quitter légalement avec ses propres moyens Met toepassing van artikel 7, tweede lid, van dezelfde wet, is het noodzakelijk om de betrokkene zonder verwijl naar de grens te doen terugleiden, met uitzondering van de grens met Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Italië, Griekenland, Oostenrijk, Noorwegen, Zweden, IJsland, Finland en Denemarken, om de volgende reden : Kan met zijn eigen middelen niet wettelijk vertrekken En application de l'article 7, alinéa 3, de la même loi, l'exécution de sa remise à la frontière ne pouvant être effectuée immédiatement, l'intéressé(
- e)doit être détenu(
- e)à cette fin: Vu que l'intéressé ne possède aucun document d'identité, la procédure d'identification réclamant la disponibilité de l'étranger, le maintien à la disposition s'impose. Met toepassing van artikel 7, derde lid, van dezelfde wet, dient de betrokkene opgesloten te worden, aangezien zijn (haar) terugleiding naar de grens niet onmiddellijk kan uitgevoerd worden : Gezien de betrokkene niet in bezit is van identiteitsdocumenten, is het noodzakelijk hem ter beschikking van Dienst Vreemdelingenzaken op te sluiten ten einde de procedure tot identificatie te kunnen starten. (...) et au Directeur de la prison de / De Directeur van de gevangenis te .......... responsable du centre fermé de/ De verantwoordelijke van het gesloten centrum te VOTTEM de faire écrouer le (
- la)nommé(
- e)XXX XIV-9693-3/5 De betrokkene, XXX te doen opsluiten, á la prison de / in de gevangenis te ...... au centre fermé de / in het gesloten centrum te VOTTEM L'intéressé(
- e)peut étre transféré(
- e)á la première occasion á VOTTEM De betrokkene mag bij de eerst volgende gelegenheid overgebracht worden naar VOTTEM (...).”. 2. Over de ontvankelijkheid van het beroep. 2.1. Overwegende dat aan verzoeker op 21 november 2000, tezamen met de weigering van zijn aanvraag tot vestiging, een bevel om het grondgebied te verlaten werd afgegeven; dat verzoekers beroep hiertegen bij ’s Raads arrest nr. 99.581 van 9 maart 2001 werd afgewezen; dat na dit arrest, de burgemeester van Genk werd verzocht na te gaan “of deze vreemdeling gevolg heeft gegeven aan het hem afgegeven bevel”, zo niet “zal er een rechtstreekse repatriëring georganiseerd worden” (administratief dossier, stukken 71-76); dat naar aanleiding van het organiseren van deze rechtstreekse repatriëring het thans bestreden bevel om het grondgebied te verlaten werd afgegeven; dat dit bevel slechts een uitvoeringsmodaliteit is van een eerder gegeven bevel en niet kan beschouwd worden als een afzonderlijke beslissing met specifieke rechtsgevolgen of die de rechtstoestand van verzoeker wijzigt; dat dienvolgens het beroep niet ontvankelijk is, 3. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-9693-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-9693-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.467 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div