id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.544 Rolnummer: A. 101783/VII-23208 Zaak: Arrest 146544 - - 23/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 18:56 Fiche Arrest nr 146.544 van 23 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.544 van 23 juni 2005 in de zaak A. 101.783/VII-23.
- In zake : Marc MAROY, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DOUTRELUINGNE, kantoor houdende te KORTRIJK, H. Consciencestraat 9 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc MAROY op 15 maart 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 12 januari 2001 waarbij zijn beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 4 december 1987 waarbij hem vergunning wordt verleend voor het verder exploiteren van een varkenshouderij aan Schaatsputte 9 te Oudenaarde, maar vergunning wordt geweigerd voor de uitbreiding van deze varkenshouderij, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 5 oktober 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van verzoeker; VII-23.208-1/4 Gelet op de beschikking van 21 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 mei 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat V. DE GREEF die, loco Advocaat M. DOUTRELUINGNE verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat J. DE CONINCK die, loco Advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Verzoeker exploiteert een landbouwbedrijf op het adres Schaatsputte 9 in Oudenaarde. In maart 1987 vraagt hij de hernieuwing van de exploitatievergun- ning voor 1.120 varkens, alsook de uitbreiding met een kweekvarkensstal voor 100 zeugen, 160 opfokzeugen en 800 biggen en een vleesvarkensstal voor 650 dieren. Op 4 december 1987 hernieuwt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de vergunning, maar weigert ze de gevraagde uitbreiding. Verzoeker tekent met een brief van 21 januari 1988 administratief beroep aan. Hij wacht de uitspraak in beroep niet af. Op 27 september 1990 meldt hij de exploitatie van, wat dieren en mestopslag betreft, 3.000 varkens, 52.000 slachtkuikens en de opslag van 4.000 m³ dierlijke mest. Op 19 november 1992 neemt de bestendige deputatie akte van de melding van de opslag van 894 m³ mest; er wordt geen akte genomen van wat reeds vóór 3 april 1990 vergunningsplichtig was. Voor de 52.000 slachtkippen wordt evenwel intussen, op 30 januari 1992, een vergunning verleend die wordt overgenomen door verzoekers echtgenote. VII-23.208-2/4 Ook uit de mestbankaangiftes blijkt dat verzoeker niet heeft gewacht op een vergunning om zijn inrichting uit te breiden. Op 30 november 1990 wordt zijn administratief beroep verworpen. Verzoeker dient een annulatieberoep in. Bij arrest nr. 74.375 van 18 juni 1998 wordt de weigeringsbeslissing van 30 november 1990 vernietigd. De procedure van het administratief beroep wordt daarop hernomen. Er worden diverse adviezen verleend. Daar een nieuwe beslissing uitblijft maant verzoeker op 14 maart 2000 de verwerende partij aan een nieuwe beslissing te nemen, en op 9 juni 2000 vordert hij voor de Raad van State het opleggen van een dwangsom, wat gebeurt bij arrest nr. 91.488 van 7 december
- Op 25 september 2000 deelt verzoeker aan de afdeling Milieuver- gunningen een wijziging van zijn vergunningsaanvraag mee, daar hij zijn bedrijf wenst om te vormen tot een gesloten varkenshouderij. Nadat op 3 januari 2001 de afdeling Milieuvergunningen een negatief advies voor de gevraagde uitbreiding heeft verleend, wordt op 12 januari 2001 de bestreden beslissing genomen : de gevraagde uitbreiding wordt geweigerd;
- De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat de behandelende auditeur in zijn verslag onder de hoofding "ontvankelijkheid" er op wijst dat de vergunning voor het hernieuwde gedeelte is verstreken sedert 4 december 2002 en dat het niet duidelijk is of die vergunning intussen opnieuw hernieuwd is; dat hij stelt dat indien de vergunning werd hernieuwd, enkel een nieuwe vraag tot uitbreiding van de hernieuwde vergunning ertoe zou kunnen leiden dat aan verzoeker alsnog de gewenste vergunning wordt verleend; dat hij aan de partijen vraagt om "in hun laatste memorie de feiten en hun standpunt te laten kennen"; Overwegende dat geen der partijen gevolg heeft gegeven aan de vraag van de auditeur; dat verzoeker, die in de eerste plaats geacht wordt zijn actuele vergunningstoestand te kennen, zich ertoe beperkt een "verzoek tot voortzetting van de procedure" in te dienen, zonder enige argumentatie; dat ook ter terechtzitting de raadsvrouw geen enkele toelichting kan verschaffen; Overwegende dat een verzoeker, wil hij zijn belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor VII-23.208-3/4 zijn proces moet vertonen; dat hij om die reden verplicht is zijn medewerking te verlenen telkens wanneer hij daartoe wordt verzocht; dat wanneer zijn belang in vraag wordt gesteld, het hem staat daarover een standpunt in te nemen; dat het niet antwoorden op de vragen van de auditeur getuigt van een gebrek aan medewerking met de rechter; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep van verzoeker niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-23.208-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.544 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.