← België

Arrest 146556 - - 23/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.556 Rolnummer: A. 158733/VII-33313 Zaak: Arrest 146556 - - 23/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 19:01 Fiche Arrest nr 146.556 van 23 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.556 van 23 juni 2005 in de zaak A. 158.733/VII-33.

  1. In zake : Christian D’HAUWE, wonende te SINT-LIEVENS-HOUTEM, Bruisbeek 48 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Saskia DE GRAVE, die woonplaats kiest bij Advocaat S. BOULLART, kantoor houdende te BRUSSEL, Brand Whitlocklaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christian D’HAUWE op 23 februari 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van "het Besluit dd 23 december van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad Oost-Vlaanderen (...) inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Lede van 19 oktober 2004, waarmee aan Swingcafé Bokkestory, Bruisbeek 48 te 9520 St.-Lievens-Houtem ambtshalve bijkomende milieuvoorwaar- den werden opgelegd voor het exploiteren van een inrichting, gelegen op het perceel kadastraal gekend onder Lede, Afd. 5 (Oordegem), Sectie E, Nr. 16/g, aan de Grote Steenweg 157 te 9340 Lede (Oordegem)"; Gelet op het arrest nr. 138.942 van 5 januari 2005 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; VII-33.313-1/5 Gelet op de beschikking van 13 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. PRAET, die verschijnt voor verzoeker, van Bestuurssecretaris-jurist E. TORREKENS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaten S. BOULLART en P. SLEGERS, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Saskia DE GRAVE met een verzoekschrift van 24 maart 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoeker met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende uiteenzet : "

(1)Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) bestaat (...) in de teloorgang van de Bokkestory als succesvolle handelszaak enerzijds en anderzijds het gevaar dat verzoeker dreigt failliet te zullen gaan bij gebreke aan inkomsten uit de handelszaak Bokkestory, minstens een enorm inkomstenverlies zal incasseren; Het betreft hier een MTHEN nadeel dat niet zuiver financieel maar tevens sociaal en moreel is : als jarenlange evenementenorganisator heeft verzoeker ook een naam en faam te verdedigen; Uitgaande van de normale duur van een annulatieprocedure zal het inmiddels geleden nadeel niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden ex post en bij equivalent.
(2)De bestreden beslissing is de rechtstreekse aanleiding voor de teloorgang van de Bokkestory : de dagelijkse sluiting tussen 7 en 14 uur (in combinatie met de VII-33.313-2/5 Vlaremverplichting sowieso tussen 3 en 7 uur gesloten te zijn behalve op zon- en feestdagen) betekent de facto het einde van het concept afterparty; Er wordt derhalve geen evenredig omzetverlies geleden waarbij nog voldoende omzet gegenereerd wordt tijdens de overige openingsuren maar integendeel betekenen de nieuwe openingsuren de facto het einde van elke afterclub : de bezoekers haken volledig en in trosjes af, hetgeen op termijn leidt tot een vernietiging van de elementen goodwill en cliënteel van het handelsfonds; Hieruit zal onvermijdelijk op korte termijn het faillissement volgen of op zijn minst een bijzonder ernstige terugval in marktaandeel : meer bepaald zal het specifieke afterclub-cliënteel zich definitief verleggen naar andere oorden waar ook zaterdag- en zondagvoormiddag gefuifd kan worden;
(3)De enorme reductie in omzet (van 49.277 EURO naar 5.040,31 EURO) heeft op korte termijn verzoeker al in betalingsmoeilijkheden gebracht (cfr. supra) en aangezien de vaste lasten (huur ad 1425 EUR/maand, twee personeelsleden, afbetalingen investeringen, onderhoud gezin enz.) onvermin- derd verderlopen, lijdt het geen twijfel dat het MTHEN zich bij een ongewijzig- de toestand zal doorzetten; In het arrest nr. 83.940 van 7 december 1999 inzake de BVBA Ramses heeft de Raad van State de discontinuïteit in het voortbestaan van de handelszaak als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvaard"; Overwegende dat de tussenkomende partij daar tegenover het volgende stelt : "Zoals hiervoor aangegeven kunnen de aangevoerde nadelen niet aanvaard worden. Inzake (...) het financieel nadeel is het overigens zo dat volgens een vaste rechtspraak van uw Raad geen financieel nadeel kan worden aanvaard, omdat dit nadeel kan teniet worden gedaan na een gebeurlijk vernietigingsarrest, zodat dit nadeel principieel herstelbaar is. Overigens wijst tussenkomende partij er op dat de verlaagde omzet van januari niet kan verweten worden aan het bestreden besluit, maar aan het eigen optreden van verzoekende partij. Hoewel er geen sluitingsbevel is tussengekomen (niettegenstaande een affiche met de vermelding Het aangevoerde sociaal en moreel nadeel kan evenmin aanvaard worden, nu daarvan niet de minste staving wordt aangebracht"; Overwegende dat ook de verwerende partij in essentie stelt dat een financieel nadeel, volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State, niet moeilijk te herstellen is; Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet zijn veroorzaakt door de bestreden beslissing; dat uit het verslag van de auditeur, die terzake een onderzoek heeft verricht, blijkt dat de zaak gedurende de eerste maanden VII-33.313-3/5 van het jaar is gesloten geweest; dat die vaststelling kracht bijzet aan de bewering van de tussenkomende partij dat verzoeker op eigen initiatief de zaak gesloten heeft voor een periode van vier maanden ten einde werkzaamheden uit te voeren; dat verzoeker ter terechtzitting deze bewering, gestaafd door het resultaat van de onderzoeksverrichtingen van de auditeur, niet op overtuigende wijze weerlegt; dat in die omstandigheden het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, voortvloeiend uit de bestreden beslissing, niet kan worden aangenomen; dat de overige elementen van het nadeel -meer bepaald het sociaal en moreel aspect ervan - niet nader worden toegelicht; dat deze vaststellingen volstaan om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van Saskia DE GRAVE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-33.313-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni tweeduizend en vijf, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS . E. BREWAEYS. VII-33.313-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.556 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.138.942 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.766 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.