← België

Arrest 146587 - - 24/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.587 Rolnummer: A. 161193/X-12255 Zaak: Arrest 146587 - - 24/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-06 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 19:09 Fiche Arrest nr 146.587 van 24 juni 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 146.587 van 24 juni 2005 in de zaak A. 161.193/X-12.

  1. In zake : Nicole MERCKX, die woonplaats kiest bij Advocaat T. VANDENPUT, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS- BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nicole MERCKX op 25 maart 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 september 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep ingesteld door JANAERT-SWAELENS tegen de beslissing van 12 januari 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Linkebeek waarbij hen de vergunning werd geweigerd voor "het wijzigen van een dak van een bestaande woning" gelegen te Linkebeek, Hess de Lilezlaan 31, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nr. 14/1, wordt ingewilligd en hen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 142.758 van 1 april 2005 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 5 april 2005; X-12.255-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-12.255-2/3 Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.255-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.587 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.758 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.