← België

Arrest 146588 - - 24/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.588 Rolnummer: A. 155728/X-12056 Zaak: Arrest 146588 - - 24/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 19:10 Fiche Arrest nr 146.588 van 24 juni 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 146.588 van 24 juni 2005 in de zaak A. 155.728/X-12.

  1. In zake : Peter TAVERNIER, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen :
  2. de gemeente DE HAAN, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
  3. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  4. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter TAVERNIER op 17 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 juni 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Haan waarbij aan de n.v. SEA COAST INVEST de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het slopen van een hoevegebouw met bijhorende exploitatiegebouwen, het aanleggen van een woonerf en het oprichten van 80 woningen met de daarbij horende bijgebouwen op een terrein gelegen te De Haan (Vlissegem), Grotestraat 163, op percelen kadastraal bekend Sectie A, nrs. 0280B, 0282D, 0285B, 0286B, 0288C en 0292A; Gelet op het arrest nr. 142.750 van 1 april 2005 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. SEA COAST INVEST in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de afstand van de vordering tot schorsing wordt toegewezen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; X-12.056-1/3 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 6 april 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-12.056-2/3 Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.056-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.588 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.