← België

Arrest 146722 - - 27/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.722 Rolnummer: A. 161066/IX-4836 Zaak: Arrest 146722 - - 27/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-18 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 19:28 Fiche Arrest nr 146.722 van 27 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.722 van 27 juni 2005 in de zaak A. 161.066/IX-

  1. In zake : Stefaan DESMET, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Justitie,
  3. de Hoge Raad voor de Justitie, die woonplaats kiezen bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Brederodestraat
  4. tussenkomende partij : Yves KEPPENS, die woonplaats kiest bij advocaat D. DEWANDELEER, kantoor houdende te BRUSSEL, Goedheidsstraat 5-
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stefaan DESMET op 21 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van :
  6. de voordracht op 30 november 2004 door de Nederlandstalige benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie van Yves KEPPENS voor het mandaat van procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne;
  7. het koninklijk besluit van 21 januari 2005 waarbij Yves KEPPENS wordt benoemd tot substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne en wordt aangewezen voor het mandaat van procureur des Konings voor een mandaat van zeven jaar; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissingen; IX-4836-1/12 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. LUST, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat P. PEETERS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. DEWANDELEER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Yves KEPPENS met een verzoekschrift van 12 april 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen;
  8. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt :
  9. Verzoeker is eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. 1.
  10. Op 16 augustus 2004 wordt in het Belgisch Staatsblad de vacature bekendgemaakt van het mandaat van procureur des Koning bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne vanaf 1 februari
  11. IX-4836-2/12 1.
  12. De verzoeker in tussenkomst Yves KEPPENS, die substituut- procureur-generaal is bij het hof van beroep te Brussel, stelt zich kandidaat op 13 september
  13. Verzoeker doet hetzelfde op 14 september
  14. Een substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne is eveneens kandidaat. 1.
  15. Over de kandidatuur van verzoeker worden de volgende adviezen gegeven : - de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne geeft op 18 oktober 2004 een gunstig advies; - de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent geeft op 20 oktober 2004 een gunstig advies; - de vertegenwoordiger van de balie te Veurne geeft op 20 oktober 2004 het advies “zeer geschikt”. 1.
  16. Over de kandidatuur van Yves KEPPENS worden de volgende adviezen gegeven : - de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel geeft op 8 oktober 2004 een gunstig advies. - de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne geeft op 18 oktober 2004 een gunstig advies. - de vertegenwoordiger van de balie te Brussel geeft op 21 oktober 2004 het advies “zeer geschikt”. 1.
  17. Op 30 november 2004 draagt de benoemings- en aanwijzings- commissie van de Hoge Raad voor de Justitie Yves KEPPENS voor. De ter zake relevante motivering van die voordracht luidt als volgt : “Yves Keppens behaalde in 1978 het diploma van licentiaat in de rechten. In 1982 behaalde hij met onderscheiding een bijkomend diploma van gegradueerde in de fiscale wetenschappen. Na zijn studie was hij advocaat tot september
  18. Tijdens deze periode was hij een aantal jaren plaatsvervangend rechter in het vredegerecht van het kanton Asse. Bij koninklijk besluit van 4 augustus 1994 werd hij benoemd tot substituut- procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Na een korte periode in de basissecties van het parket, werd hij ingezet in de financiële en fiscale afdeling van het Brusselse parket. Als substituut-procureur des IX-4836-3/12 Konings gaf hij blijk van de nodige inzet, en toonde hij aan verstandig, snel en efficiënt te kunnen werken. Bij koninklijk besluit van 20 augustus 2000 werd hij benoemd tot substituut- procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel, met als taken de zittingen van de kamer van inbeschuldigingstelling (alle materies) met inbegrip van de zg. ‘Franchimont-procedures’, de correctionele zittingen in zaken van financieel- fiscale aard, de door het koninklijk besluit van 6 mei 1997 aan de procureur- generaal bij het hof van beroep te Brussel toegewezen specifieke taken, alsook het toezicht op de financiële afdelingen van de parketten van het ressort. Van 15 januari 2004 tot 30 juni 2004 was hij, in toepassing van artikel 326, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, door de procureur-generaal gedelegeerd naar het parket bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, om de zittingen van de 52ste correctionele kamer waar te nemen en de opvolging te verzekeren van specifieke onderzoeksdossiers van de afdeling FIN. Hij is lid van het expertisenetwerk financiële, fiscale en economische criminaliteit ingesteld door het College van procureurs-generaal. In overleg met de bijstandmagistraat staat hij in voor een samenhangend beleid en voor de coördinatie met de gespecialiseerde instellingen en diensten. Hij volgt momenteel een specifieke opleiding voor magistraten inzake managementtechnieken. Van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel krijgt hij een gunstig advies. De procureur-generaal stelt dat Yves Keppens, weliswaar na een aanpassingsperiode, de intellectuele en menselijke hoedanigheden die hem kenmerken op het parket bij de rechtbank van eerste aanleg heeft bevestigd. Hij vervult al zijn taken met zin voor evenwicht en doorzicht. ‘De vernieuwde oriëntatie die de kandidaat aan zijn loopbaan wil geven zal ongetwijfeld een vernieuwde aanpassing vergen . [Yves] Keppens getuigt echter van idealisme en heeft een goede ingesteldheid. Hij is zich ook terdege bewust van de maatschap- pelijke taak van het openbaar ministerie en moet in staat zijn om met de bekwaamheid de leiding waar te nemen van een parket’. De procureur de Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne sluit zich voor de beoordeling van de beroepsbekwaamheid en de geschiktheid voor het geambieerde ambt van Yves Keppens aan bij het advies van de procureur- generaal bij het hof van beroep te Brussel. Verder merkt hij op dat Yves Keppens een zekere maturiteit geniet en een zelfzekere en vastberaden indruk nalaat. De conclusie van zijn advies is gunstig. Volgens de vertegenwoordiger van de Brusselse balie is Yves Keppens een gedreven en efficiënt werkend parketmagistraat die streeft naar een evenwichtige combinatie van het beleidsmatig werk met het operationele werk en het terrein. Mede door zijn evenwichtige en nuchtere aanpak van de problemen, beschikt hij over de vereiste vaardigheden en kwaliteiten om een korps te leiden. De op een grootstedelijk parket verworven ervaring moet hem bijzonder goed wapenen om de taken aan te kunnen die hem in het ‘landelijke’ Veurne te wachten staan. Yves Keppens blijkt een zeer geschikte kandidaat te zijn om het ambt waar te nemen dat hij nastreeft. In zijn realistisch en rationeel beleidsplan toont Yves Keppens aan te beschikken over een duidelijk en realistisch beeld van de actuele situatie van het Veurnse parket en het gerechtelijk arrondissement Veurne. Met een kwaliteits- volle openbare dienstverlening als uitgangspunt geeft zijn beleidsplan blijk van een duidelijke visie op het functioneren van een procureur des Konings van een parket zoals te Veurne, alsook op het functioneren van het parket als geheel. Zonder de concrete actuele situatie van het Veurnse parket te miskennen, slaagt hij erin om de nodige prioriteiten en doelstellingen voorop te stellen en een toekomstgerichte visie te ontwikkelen waarbij hij erin slaagt om afstand te nemen van de dagdagelijkse praktijk en zich te concentreren op de hoofdlijnen en het lange-termijnbeleid. Opvallend is ook de nadruk die wordt gelegd op het IX-4836-4/12 belang van samenwerking, overleg en communicatie, zowel intern als extern, zowel verticaal (naar het parket-generaal toe) als horizontaal (met alle andere lokale actoren). De beschikbare gegevens laten de commissie toe te besluiten dat Yves Keppens ongetwijfeld in staat moet worden geacht om op een integere wijze en met visie de groepsgerichte leiding van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne op zich te nemen. Het dossier en de persoonlijkheid laten dan ook toe vast te stellen dat Yves Keppens de nodige competenties bezit die volgens het standaardprofiel vereist zijn om de opdracht van procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne te vervullen, en bieden de nodige garantie dat deze kandidaat de vereiste bekwaamheid en geschiktheid heeft om de functie van procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne met succes uit te oefenen. (....) Stefaan Desmet heeft ervaring verworven als advocaat, substituut-procureur des Konings en eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Hij is de persmagistraat van het Veurnse parket. Van de drie kandidaten is hij reeds het langst benoemd als magistraat. Als substituut- procureur des Konings en eerste substituut-procureur des Konings heeft hij zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de manier waarop het Veurnse parket functioneert en welke wijzigingen noodzakelijk zijn om nog performanter te werken. Hij heeft ervaring met leiding geven en beleidsmatige materies. Tijdens de hoorzitting is gebleken dat hij zich wel heeft ingeschreven voor de specifieke opleiding voor magistraten inzake managementtechnieken, maar dat hij deze opleiding niet effectief volgt. Van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne krijgt hij een gunstig advies. De procureur wijst in zijn advies onder meer op de ruime gediversifieerde ervaring van Stefaan Desmet, zijn besluitvaardigheid en zijn ervaring inzake leidinggeven, maar vestigt er de aandacht op dat zijn bondige en zakelijke ‘communicatiestijl samen met zijn individualistische ingesteldheid soms afgedaan wordt als een gebrek aan teamgeest’. Het gunstig advies van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent bevat een aantal opmerkingen in dezelfde zin waaruit blijkt dat de communicatie met bepaalde collega’s moeilijk verloopt en dat de indruk bestaat dat betrokkene het moeilijk heeft in teamverband te werken. Ook met de leden van de parketadministratie verloopt de verstandhouding in bepaalde omstandig- heden blijkbaar nogal stroef en autoritair; Terecht merkt de procureur-generaal op dat van een korpsoverste in een klein parket mag worden verwacht, en zelfs meer dan noodzakelijk is, dat hij zijn medewerkers in hoge mate motiveert en gerezen conflicten via communicatie probeert op te lossen. ‘Betrokkene zal bijgevolg ingeval van aanwijzing tot korpschef een bijzondere inspanning moeten leveren om met veel diplomatie en soepelheid eventuele problemen dienaangaan- de derwijze op te lossen dat het parket te Veurne als een harmonieus werkend team functioneert, zonder dat daarvoor een beroep moet worden gedaan op de soms (vaak ook ten onrechte) verouderd overkomende principes van de strakke, stroeve en autoritaire hiërarchie). De procureur-generaal wijst er in zijn advies op dat een korpschef er over moet waken voldoende discreet op te treden teneinde zowel interne als externe conflicten te vermijden (er werd recent een schriftelijke aandachtvestiging aan het adres van Stefan Desmet gestuurd dat hij zijn ambt met discretie dient uit te oefenen). De vertegenwoordiger van de Veurnse balie acht Stefaan Desmet uitstekend geschikt. Ook uit het beleidsplan van Stefaan Desmet blijkt dat hij een duidelijke en gedetailleerd beeld heeft van de werking van het parket te Veurne. Vertrekkende vanuit deze concrete kennis schenkt hij op een projectmatige manier aandacht aan de lokale noden en knelpunten, rationalisering en kwaliteit, alsook aan de interne en externe samenwerking en communicatie, en ontwikkelt hij een visie waarin efficiëntie en effectiviteit de sleutelelementen lijken. Ook bij Stefaan Desmet kan worden IX-4836-5/12 opgemerkt dat zijn beleidsplan lijkt te getuigen van een vaste wil om het sedert jaren gevolgde beleid, mits een aantal moderniseringen, verder te zetten. Een keuze die misschien is te verklaren door het feit dat het parket te Veurne op het vlak van de aanpak van de criminaliteit het reeds lang goed tot zeer goed doet en dat dit parket op het vlak van interne organisatie sterk de stempel van de huidige korpschef droeg, van wie de visie door Stefaan Desmet steeds correct werd uitgevoerd. Op grond van het bovenstaande is de commissie van oordeel dat de persoonlijkheid en de competenties van Yves Keppens beter aansluiten bij diegene die volgens het standaardprofiel vereist zijn om de opdracht van procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne te vervullen, dan de competenties waarover Stefaan Desmet ongetwijfeld beschikt. De commissie is van oordeel dat van Yves Keppens met grotere zekerheid kan worden aangenomen dat hij over meer ontwikkelde competenties beschikt inzake groepsgericht leiderschap. Zonder afbreuk te doen aan de verdiensten van laatstgenoemde en zonder te stellen dat hij nodeloos autoritair optreedt, blijkt uit de beschikbare gegevens immers ontegensprekelijk dat een eventuele aanwijzing van Stefaan Desmet in zijn hoofde een bijzondere inspanning zal vereisen om een visie te ontwikkelen of concrete standpunten in te nemen die door iedereen worden gedragen, waarbij toegevingen langs beide zijden noodzakelijk zullen zijn. Daarenboven onderscheidt Yves Keppens zich van deze kandidaat door zijn inhoudelijk gunstigere adviezen”. 1.
  19. Bij het bestreden koninklijk besluit van 21 januari 2005 wordt Yves KEPPENS benoemd tot substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne en tevens aangewezen voor het mandaat van procureur des Konings bij deze rechtbank. De motivering van de benoemings- en aanwijzingscommissie wordt integraal overgenomen.
  20. Overwegende dat Yves KEPPENS vraagt om in het administratief kort geding tussen te mogen komen; dat hij de begunstigde is van de bestreden handelingen en geen gegeven zich tegen het inwilligen van zijn verzoek verzet; dat er dan ook moet worden op ingegaan; 3.
  21. Overwegende dat de verwerende partij en de verzoeker in tussenkomst stellen, onder verwijzing naar het arrest nr. 136.607, Jan VAN DEN BERGHE, van 25 oktober 2004, dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is in zover deze gericht is tegen de voordracht van 30 november 2004 door de Nederlandstalige benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie; 3.
  22. Overwegende dat luidens artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bij de afdeling administratie van de Raad van State een beroep tot nietigverklaring kan worden ingesteld “tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden, alsook tegen de administratieve IX-4836-6/12 handelingen van wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblées, van het Rekenhof en van het Arbitragehof, evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad van de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel”; Overwegende dat uit dat laatste zinsdeel kan worden afgeleid dat de Hoge Raad voor de Justitie geen administratieve overheid is en niet als zodanig optreedt wanneer hij andere handelingen verricht dan die welke er expliciet in worden vermeld, met name niet wanneer zijn benoemings- en aanwijzingscommissie, zoals ter zake, voordrachten doet aan de Koning met het oog op de benoeming of aanwijzing van magistraten; dat die Raad ook apart wordt vermeld in de Grondwet, en zulks noch onder de wetgevende, de uitvoerende of de rechterlijke macht; dat de voordracht van een kandidaat door de benoemings- of aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie derhalve niet rechtstreeks voor de Raad van State kan worden aangevochten; dat de exceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is voor zover het tegen de voordracht door de Nederlandstalige benoemings- of aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie gericht is;
  23. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 5.
  24. Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij vreest te zullen ondergaan als volgt uiteenzet : “
  25. Verzoekende partij is geboren op 15 december
  26. Toen hij zijn kandidatuur indiende was hij dus vijftig jaar, ideale leeftijd om korpschef te worden. Het is een leeftijd waarop men reeds aanzienlijke ervaring heeft opgedaan eensdeels, en nog de kracht en dynamiek heeft om alsnog een beleid te ontwikkelen voor de toekomst, anderdeels. Op 20 juni 1983 is verzoeker benoemd tot substituut van de procureur des Konings te Veurne en op 28 januari 2002 is hij aangewezen tot eerste substituut bij dat parket. In dit kleine parket, dat slechts bestaat uit zes magistraten, heeft hij in de afgelopen 21 jaar alle secties doorlopen en mitsdien een zeer generalisti- sche ervaring opgedaan. In een klein parket is zulke algemene ervaring levensbelangrijk, vermits de mogelijkheid tot specialisatie nauwelijks of niet bestaat. Als persmagistraat en eerste substituut trad verzoekende partij ook naar buiten, o.a. door zijn contacten met de politiekorpsen. IX-4836-7/12 Dat verzoeker in die omstandigheden de verwachting koesterde te zullen worden aangewezen tot korpschef, lag voor de hand. Dat dit niet is geschied, valt de verzoekende partij zeer zwaar, vooral omwille van de wijze waarop en de redenen waarom dit niet is geschied.
  27. Wat het nadeel van de verzoekende partij bijzonder ernstig maakt en zeer moeilijk herstelbaar, zoniet zelfs onherstelbaar, is de omstandigheid dat, ofschoon hij veruit de grootste anciënniteit en de ruimste professionele ervaring had, hij desalniettemin niet werd aangewezen omdat hij beweerdelijk on- voldoende communicatief zou zijn en blijk zou geven van onkunde tot collegialiteit en samenwerking. Zoals uit de aangevoerde middelen blijkt, werd dit beeld van de verzoekende partij ingevolge bijzonder specifieke feitelijke omstandigheden gecreëerd, nl. doordat hij lopende de aanwijzingsprocedure ook het voorwerp heeft uitgemaakt van een driejaarlijkse evaluatieprocedure waarin, andermaal wegens bijzondere omstandigheden, hij mede moest worden beoordeeld door een jongere collega aan wie hij in het verleden, hetzij als vervangend procureur des Konings, hetzij als eerste substituut, meermaals opmerkingen had moeten maken m.b.t. haar functioneren binnen het kader o.m. wat de workload betreft. De bestreden akten hebben nu echter voor gevolg dat de verzoekende partij officieel staat geboekstaafd als een magistraat waarmede niet valt samen te werken, beeld dat echter totaal vals is, maar wel met zich zal brengen dat de verzoekende partij voor geen enkele andere aanwijzing in een mandaat als korpschef of voor een benoeming aan het hof van beroep nog in aanmerking zal komen. Verzoekende partij maakt voortaan de facto geen kans meer op verdere promotie. Het lijkt immers welhaast ondenkbaar dat de minister een parketmagistraat alsnog tot korpschef zou aanwijzen of benoemen tot een ambt in het hof van beroep, van wie geschreven staat dat hij niet in teamverband kan werken. De verwerping van verzoekers voordracht, resp. aanwijzing komt aldus zonder meer neer op een afkeuring van verzoekers persoonlijkheidshoeda- nigheden. Verzoekers loopbaan is derhalve gebroken.
  28. Dit bijzonder ernstig nadeel kan niet goedgemaakt worden door een later komend annulatiearrest. Ondertussen vliegen immers de jaren en gaan de kansen op promotie onherroepelijk voorbij. Alleen een schorsing van de tenuitvoerleg- ging van de bestreden akten kan dit nadeel alsnog keren.
  29. Het hoeft evenmin betoog dat die redengeving ook de actuele positie van de verzoekende partij binnen het kleine Veurnse parket op zeer pijnlijke wijze heeft beïnvloed. Waar gelet op de lange loopbaan van de verzoeker en zijn vertrouwdheid met de interne en externe omgeving zijn aanwijzing tot korpschef in de lijn van de verwachtingen lag, moet verzoeker thans binnen een zeer kleine kring van mensen blijven functioneren met het brandmerk dat hij individualis- tisch, oncollegiaal en autoritair is. In zulke sfeer dagdagelijks moeten werken is moreel bijzonder zwaar om dragen.
  30. Daarnaast blijft de verzoekende partij verstoken van de mogelijkheid om ervaring op te doen als korpschef. Weliswaar beslist Uw Raad meestal dat de ervaring verworven tijdens de uitoefening van een ambt of mandaat waarvan de benoeming of de aanwijzing wordt vernietigd, naderhand niet in aanmerking kan worden genomen voor een latere benoeming, tenzij echter wanneer de verzoekende partij inmiddels een gelijkaardige ervaring kan opdoen (R.v.St., nr. 67.994, Herman, d.d. 8 september 1997). De ervaring die men als korpschef van een parket kan opdoen is niet wezenlijk verschillend van de ervaring die men als eerste substituut kan opdoen, ook niet in kleinere parketten, waar takendele- gatie minder aan de orde is. Dit brengt met zich dat de huidige situatie de benoemde kandidaat voordeel kan bijbrengen bij een eventuele latere heraanwij- zingsprocedure.
  31. Het moreel nadeel van de voorbij gegane kandidaat wordt eveneens mede bepaald door de ernst van de aangevoerde middelen. De nadelen blijven dragen gevolg aan een rechtshandeling die prima facie onvermijdelijk lijkt te moeten IX-4836-8/12 worden vernietigd, acht Uw Raad ernstig. Aldus is in het arrest nummer 82.644 Bogaert, d.d. 4 oktober 1999 overwogen wat volgt : ‘Overwegende dat de ernst van het morele nadeel waaraan verzoekster zich blootgesteld noemt, niet kan worden betwist; dat de in aanmerking genomen annulatiemiddelen klaarblijkelijk tot de vernietiging van de bestreden beslissing zullen leiden; dat, zoals onder meer in ‘s Raads arrest nr. 64.381, SCHAUTTEET, van 5 februari 1997 werd aangenomen, het niet aangaat dat een verzoekende partij de nadelige gevolgen van de door haar aangevochten beslissing zou moeten ondergaan in afwachting van een vernietigingsarrest dat welhaast onvermijdelijk lijkt te zijn’. En het arrest nr. 126.817 nv. Distrigas, dd. 5 januari 2004 overweegt : ‘dat, mede rekeninghoudend met het ernstig karakter van het eerste middel, die gegevens volstaan om de verzoekende partijen niet te dwingen om gedurende langere tijd de werking van het bestreden besluit te ondergaan; dat in die zin vastgesteld wordt dat in dit geval ook de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel vervuld is’ “; 5.
  32. Overwegende dat het nadeel dat verzoeker aanvoert in essentie van morele aard is; dat een moreel nadeel in principe hersteld kan worden door de morele genoegdoening welke een, overigens met terugwerkende kracht geldende, vernietiging van de bestreden handeling verschaft; dat enkel wanneer daarvoor specifieke redenen gelden het moreel nadeel slechts door een schorsing van de bestreden handeling kan worden weggenomen of vermeden, zoals het feit dat de verzoeker het voorwerp uitmaakt van verdachtmaking, afkeuring of minachting; dat hierna wordt onderzocht of verzoeker het bestaan van die of soortgelijke specifieke redenen aantoont; 5.2.
  33. Overwegende, in zover verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel afleidt uit het feit dat hij de verwachting had om zelf te worden aangewezen als korpschef, dat het risico niet benoemd te worden inherent is aan elke kandidaat- stelling zodat degene die kandideert meteen ook met de teleurstelling van een eventuele mislukking rekening moet houden; dat die teleurstelling op zich dan ook niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden beschouwd; 5.2.
  34. Overwegende dat, waar verzoeker meent dat het beeld dat door de bestreden handelingen over hem wordt opgehangen tot gevolg heeft dat hij de facto niet meer in aanmerking komt voor verdere promotie, zulks niet meer is dan een louter subjectieve duiding van de bestreden handelingen, waarvan de motivering heel wat genuanceerder en veel minder negatief is dan verzoeker vooropstelt, zoals, waar geoordeeld wordt “dat de persoonlijkheid en de competenties van Yves Keppens beter aansluiten bij degene die volgens het standaardprofiel vereist zijn (...) dan de competenties waarover Stefaan Desmet ongetwijfeld beschikt”; dat de omstandigheid IX-4836-9/12 dat, op grond van de uitgebrachte adviezen, geoordeeld wordt dat verzoeker, in vergelijking met de voorgedragen en aangewezen kandidaat, minder aan het standaardprofiel van procureur des Koning te Veurne beantwoordt, niet meebrengt dat verzoeker beschouwd wordt als een kandidaat die ongeschikt is voor verdere promotie; dat in de voordracht van de benoemingscommissie uitdrukkelijk wordt bevestigd dat die beoordeling geen afbreuk doet aan verzoekers verdiensten en erkend wordt dat hij ongetwijfeld over competenties beschikt; dat de bestreden handelingen niet uitsluiten dat verzoeker naderhand tot een hoger ambt benoemd of aangewezen wordt, eventueel in een functie waar “groepsgericht leiderschap” van minder groot belang is; 5.2.
  35. Overwegende dat, waar verzoeker stelt dat hij als “individualistisch, oncollegiaal en autoritair” gebrandmerkt wordt, en in zover hij daarmee doelt op bepaalde appreciaties die in de, overigens gunstige, adviezen over hem werden uitgebracht, opgemerkt moet worden dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet voortvloeien uit de bestreden handelingen en niet uit appreciaties en meningen die vertolkt werden in adviezen die eraan voorafgaan; dat bovendien in de voordracht van de benoemings- en aanwijzingscommissie uitdrukkelijk tegeng- esproken wordt “dat hij nodeloos autoritair optreedt”; 5.
  36. Overwegende wat het feit betreft dat verzoeker verstoken blijft van de mogelijkheid om ervaring op te doen als korpschef, dat verzoeker er zelf op wijst dat de ervaring die men kan opdoen als korpschef van een parket niet wezenlijk verschillend is van de ervaring die men als eerste substituut kan opdoen; dat dan ook niet blijkt dat verzoeker ingevolge de bestreden handelingen een ervaringsnadeel dreigt op te lopen dat de schorsing van de bestreden handelingen noodzakelijk zou maken; 5.
  37. Overwegende, in zover verzoeker om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen verwijst naar de ernst van de aangevoerde middelen, dat het ernstig bevinden van een annulatiemiddel en de mogelijkheid van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel twee aparte voorwaarden zijn waaraan moet worden voldaan opdat de schorsing van een administratieve rechtshandeling kan worden bevolen; dat indien de aangevoerde middelen zo ernstig lijken dat zij kennelijk gegrond voorko- men, dan overigens de procedure van artikel 94 van het procedurereglement kan worden toegepast; IX-4836-10/12
  38. Overwegende dat verzoeker niet aantoont dat hij ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden handelingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan; dat derhalve niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde cumulatieve schorsingsvoorwaarde, BESLUIT: Artikel
  39. Het verzoek tot tussenkomst van Yves KEPPENS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  40. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  41. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-4836-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4836-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.722 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.204 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.