id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.724 Rolnummer: A. 75047/IX-1 Zaak: Arrest 146724 - - 27/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-19 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 19:29 Fiche Arrest nr 146.724 van 27 juni 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.724 van 27 juni 2005 in de zaak A. 75.047/IX-
- In zake : Jan VAN KEYMEULEN, wonende te SINT-AMANDS, Lippelodorp 90 tegen : de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen, die woonplaats kiest bij advocaat J. DYCK, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210A --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN KEYMEULEN op 11 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 12 mei 1997 van de raad van bestuur van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen waarbij Wilfried VERHÉ met ingang van 1 juni 1997 benoemd wordt tot directeur; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 3 februari 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat C. COEN, die loco advocaat J. DIJCK verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Op 16 september 1996 beslist de raad van bestuur van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen (hierna G.O.M.-Antwerpen) een betrekking van directeur (rang A2) vacant te verklaren. De betrekking staat open voor ambtenaren met een graad van rang A1 die de tweede salarisschaal in de functionele loopbaan van deze rang bereikt hebben en ten minste zes jaar graad- anciënniteit tellen. 1.
- Verzoeker wordt met een nota van 17 september 1996 daarvan in kennis gesteld. IX-1-2/6 1.
- Drie ambtenaren dienen hun kandidatuur in, namelijk verzoeker, Wilfried VERHÉ en Etienne CLAES. 1.
- Op 16 december 1996 beslist de directieraad Wilfried VERHÉ als eerste en Etienne CLAES als tweede kandidaat voor te dragen. Verzoeker wordt niet voorgedragen. 1.
- Verzoeker en Etienne CLAES dienen tegen het voorstel van de directieraad bezwaar in en vragen om door de directieraad te worden gehoord. 1.
- Op 6 februari 1997 beslist de directieraad, na verzoeker en Etienne CLAES te hebben gehoord, dat er geen elementen zijn om de voorgestelde rangschikking van de kandidaten te wijzigen. 1.
- Op 12 mei 1997 beslist de raad van bestuur Wilfried VERHÉ met ingang van 1 juni 1997 tot directeur te benoemen;
- Over de gegrondheid van de zaak. 2.
- Overwegende dat verzoeker in een vierde middel de schending aanvoert van artikel VIII 41, § 2, van het besluit van 24 november 1993 van de Vlaamse regering houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, aangezien in het vacaturebericht van 17 september 1996 geen functiebeschrijving is bekendgemaakt; dat bovendien krachtens artikel VIII 69, tweede lid, van het besluit van 24 november 1993 van de Vlaamse regering, de geschiktheid van de kandidaten wordt vastgesteld aan de hand van het profiel van de kandidaat ten overstaan van de profielvereisten en rekening houdend met de functiebeschrijving; dat het ontbreken van de functiebe- schrijving het onmogelijk maakt om de geschiktheid van de kandidaten vast te stellen en zodoende een weg naar willekeur opent; IX-1-3/6 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat de Raad van State in zijn arrest nr. 49.732 van 19 oktober 1994 heeft geoordeeld dat, wanneer er een globaal kader is, waarbij het aantal betrekkingen per graad wordt bepaald zonder te specifiëren voor welke dienst deze betrekkingen voorzien zijn, er geen functiebeschrijving per betrekking moet worden opgesteld; dat de raad van bestuur bij de vacantverklaring heeft geoordeeld dat er geen functiewijziging optrad bij de verhoging in graad van adjunct-directeur tot directeur, dat zij wel een aantal profielvereisten heeft geformuleerd en dat de directieraad de kandidaat die het meest aan die vereisten beantwoordde als eerste heeft gerangschikt; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie herhaalt dat de bevordering van adjunct-directeur tot directeur geen functiewijziging met zich meebracht, aangezien de bevorderde kandidaat de taken behield waarmee hij tot dan toe belast was; dat het bijgevolg onmogelijk was om een relevante functiebeschrijving op te stellen gelet op het feit dat het merendeel van de uit te oefenen functies afhankelijk was van de kandidaat die uiteindelijk bevorderd werd en zijn oorspronkelijke functies verder vervulde; dat enkel profielvereisten konden worden opgesteld aan de hand waarvan kandidaten konden worden getoetst aangaande hun leidinggevend inzicht; dat het opstellen van een functiebeschrijving zowel onmogelijk als nutteloos was; 2.
- Overwegende dat artikel VIII 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, op het ogenblik van de vacantverklaring van de betwiste betrekking, als volgt luidde: “§
- Het vacaturebericht omvat inzake de te verlenen betrekking: 1/ een functiebeschrijving; 2/ het gewenste profiel; 3/ de salarisschalen; 4/ het adres waar de kandidatuur wordt ingediend.” IX-1-4/6 dat dit artikel op de ambtenaren van de G.O.M.- Antwerpen van toepassing is verklaard door artikel 89 van het besluit van de raad van bestuur van de G.O.M.- Antwerpen houdende regeling van de rechtspositie van het personeel en vaststelling van de personeelsformatie; dat dit besluit is goedgekeurd bij besluit van 12 juni 1995 van de Vlaamse regering; Overwegende dat de raad van bestuur in zijn vergadering van 16 mei 1996 heeft beslist dat voor de te begeven functie geen functiebeschrijving diende opgesteld te worden en slechts het gewenste profiel nader moest worden bepaald, “aangezien de GOM een ‘globale personeelsformatie heeft’, met andere woorden niet is ingedeeld in diensten of andere onderafdelingen, en een bevordering op zich geen andere hiërarchische functie met zich brengt (...)”; dat echter de omstandigheid dat de G.O.M.-Antwerpen een globaal kader heeft, geen beletsel vormt om in het vacaturebericht de functiebeschrijving van de vacante betrekking bekend te maken; dat een globaal kader kan worden omschreven als een kader waarbij het maximum aantal personeelsleden van elke graad wordt vastgesteld zonder dat de affectatie van de personeelsleden wordt bepaald, dat met andere woorden er niet wordt aangegeven wat in de bestaande organisatie van de dienst de bestuursop- dracht en het te presteren werk van elk van de personeelsleden zal zijn; dat het bestaan van een dergelijk globaal kader het geenszins onmogelijk maakt om, op het ogenblik dat een betrekking vacant wordt verklaard, een functiebeschrijving van de vacante betrekking op te stellen; dat de Raad van State in zijn arrest nr. 49.732 van 19 oktober 1994 weliswaar heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat de vacante betrekking is opgenomen in een globaal kader waardoor die betrekking niet kon worden gelokaliseerd, niet uitsluit dat de benoeming in die betrekking regelmatig werd verleend, doch dat in de betreffende zaak geen statutaire verplichting bestond om een functiebeschrijving van de vacante betrekking op te stellen zodat voornoemd arrest in onderhavige zaak niet dienstig kan worden ingeroepen; dat het middel gegrond is, IX-1-5/6 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 12 mei 1997 van de raad van bestuur van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen waarbij Wilfried VERHÉ met ingang van 1 juni 1997 benoemd wordt tot directeur. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.724 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.