← België

Arrest 146746 - - 27/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.746 Rolnummer: A. 105283/IX-3958 Zaak: Arrest 146746 - - 27/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-13 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 19:37 Fiche Arrest nr 146.746 van 27 juni 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.746 van 27 juni 2005 in de zaak A. 105.283/IX-

  1. In zake : Christine D’HAESE, wonende te GENT, Biezenstuk 84 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Begroting,
  3. de minister van Binnenlandse Zaken,
  4. de minister van Ambtenarenzaken, de ministers sub 2 en 3 kiezen woonplaats bij de Federale Politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat 47
  5. de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat D. D’HOOGHE, kantoor houdende te BRUSSEL, H. Wafelaertsstraat 47-51, bus
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christine D’HAESE op 29 mei 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de artikelen XII.VII.17 en XII.VII.18 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 27 november 2003; IX-3958-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-3958-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3958-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.746 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.