← België

Arrest 146784 - - 27/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.784 Rolnummer: A. 139612/IX-3851 Zaak: Arrest 146784 - - 27/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-11 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 19:51 Fiche Arrest nr 146.784 van 27 juni 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.784 van 27 juni 2005 in de zaak A. 139.612/IX-

  1. In zake : Artur KHATCHATRIAN, die woonplaats kiest bij advocaat H. DE PONTHIERE, kantoor houdende te IEPER, Lombaardstraat 23 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Artur KHATCHATRIAN op 24 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 juni 2003 van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid waarbij hem een arbeids- vergunning geweigerd wordt; Gelet op de beschikking van 20 november 2003 waarbij aan verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gelet op het arrest nr. 130.642 van 26 april 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 10 mei 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3851-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-3851-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3851-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.784 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.642 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.