id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.896 Rolnummer: A. 78620/VII-16712 Zaak: Arrest 146896 - - 28/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-07 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 20:05 Fiche Arrest nr 146.896 van 28 juni 2005 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.896 van 28 juni 2005 in de zaak A. 78.620/VII-16.
- In zake : het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat E. VAN ACKER, kantoor houdende te GENT, Brugsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT op 15 mei 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 maart 1998 van de Vlaamse minister van leefmilieu en tewerkstelling waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 28 augustus 1997, houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij voor het verder exploiteren van de verbrandingsinstallatie, gelegen aan de De Pintelaan 185 te 9000 Gent, gegrond wordt verklaard en de vergunning wordt geweigerd; Gelet op het arrest nr. 77.257 van 26 november 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-16.712-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 25 september 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 juni 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. DE SUTTER die, loco Advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat M. VAN MAELE die, loco Advocaat E. VAN ACKER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De betwisting betreft een afvalverbrandingsoven van het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT, waarin ziekenhuisafval wordt verbrand. Op 3 maart 1988 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een vergunning voor een termijn van tien jaar. In de loop van die termijn worden verschillende wijzigingen van de vergunning toegestaan of geweigerd. 1.
- Op 17 januari 1997 dient de verzoekende partij een milieuvergun- ningsaanvraag in ter hernieuwing van de op 2 maart 1998 aflopende vergunning. VII-16.712-2/5 1.
- Op 28 augustus 1997 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een vergunning voor een termijn van vijf jaar. 1.
- Tegen de vergunning wordt beroep aangetekend door de v.z.w. GREENPEACE BELGIUM. 1.
- Op 13 maart 1998 wordt de bestreden beslissing genomen : het beroep aangetekend door de v.z.w. GREENPEACE BELGIUM wordt gegrond verklaard en de vergunning wordt geweigerd;
- De ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat in zijn verslag van oordeel is dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij haar annulatieberoep omdat de bestendige deputatie de vergunning heeft verleend voor een termijn van vijf jaar tot 2 maart 2003, die inmiddels is verstreken en dat, aangezien de verzoekende partij van haar kant de beperkte termijn van de vergunning niet met een administratief beroep heeft bestreden, de verwerende partij na vernietiging van de bestreden beslissing enkel zou kunnen vaststellen dat het beroep van de v.z.w. GREENPACE BELGIUM geen voorwerp meer heeft; 2.
- Overwegende dat in artikel 2 van het bestreden besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 28 augustus 1997 wordt bepaald dat de milieuvergunning wordt verleend "voor een termijn van 5 jaar m.i.v. 03.03.1998 tot en met 02.08.2003"; Overwegende dat in voornoemd besluit wordt overwogen dat de korte vergunningstermijn is ingegeven door "opvolging van de evolutie van de verbranding en de acceptatie van andere afvalstromen" door de verzoekende partij en dat als bijzondere milieuvoorwaarde wordt opgelegd dat "m.b.t. de afvalstoffen (...) de inrichting ook afvalstoffen van derden (dient) te aanvaarden teneinde het geplande beleid inzake verbranding van afvalstoffen niet in het gedrang te brengen"; dat dit er op wijst dat het de bedoeling was om gedurende een periode van vijf jaar de evolutie van de verbranding en acceptatie van de andere afvalstoffen op te volgen hetgeen een evaluatie inhoudt van de uitvoering van de opgelegde bijzondere milieuvoorwaarde gedurende een vergunningstermijn van vijf jaar; VII-16.712-3/5 Overwegende dat het beroepen besluit van de bestendige deputatie reeds werd genomen op 28 augustus 1997, dus meer dan zes maanden vóór de datum waarop de vorige vergunningstermijn op 3 maart 1998 zou verstrijken; dat, gelet op wat voorafgaat, redelijkerwijze moet worden aangenomen dat de specificering van de begin- en einddatum -dit na de vermelding van de vergunningstermijn van vijf jaar- louter door de tijdspanne tussen het nemen van de bestreden beslissing en het ogenblik van het verstrijken van de vorige vergunning was ingegeven teneinde alle misverstanden te vermijden; dat aangezien het bestreden weigeringsbesluit werd genomen tien dagen na de datum waarop de vergunningstermijn van vijf jaar een aanvang had genomen, de verzoekende partij de vergunningstermijn van vijf jaar nog niet ten volle heeft benut; dat dienvolgens in geval van eventuele vernietiging van het bestreden besluit de verwerende partij niet zal moeten vaststellen dat de termijn van de met het administratief beroep bestreden vergunning is verstreken; dat derhalve de verzoekende partij nog een actueel belang heeft bij haar annulatieberoep; Overwegende dat het auditoraatsverslag werd beperkt tot een onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep; dat er derhalve grond is om een aanvullend onderzoek van de zaak te bevelen, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. VII-16.712-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.712-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.896 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.77.257 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.