← België

Arrest 146898 - - 28/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.898 Rolnummer: A. 161340/VII-33783 Zaak: Arrest 146898 - - 28/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-07 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 20:05 Fiche Arrest nr 146.898 van 28 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.898 van 28 juni 2005 in de zaak A.

  1. 340/VII-33.
  2. In zake : de b.v.b.a. BEDRIJVENCENTRUM MAARKEDAL, die woonplaats kiest bij Advocaat L. DEKIMPE, kantoor houdende te KLUISBERGEN, Hoogweg 56 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. BEDRIJVENCENTRUM MAARKEDAL op 30 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen van 27 januari 2005 inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Maarkedal van 13 augustus 2004, waarbij vermeld beroep niet wordt ingewilligd en het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van Maarkedal van 13 augustus 2004 waarmee aan de BVBA Bedrijvencentrum Maarkedal de milieuvergunning tot het exploiteren aan de Neutenstraat, zonder nummer, 9688 Maarkedal (Schorisse), op het perceel kadastraal bekend onder MAARKEDAL 4/ AFD (SCHORISSE), Sectie A, nr. 461/s/2 met als onderwerp het exploiteren van een helikopterhaven- en herstelplaats wordt geweigerd, wordt bevestigd"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2005; VII-33.783-1/7 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. DEKIMPE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Bestuurssecretaris-jurist E. TORREKENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Op 18 mei 2004 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maarkedal een milieuvergunningsaanvraag in voor de exploitatie van een helikopterhaven en een helikopterherstelwerkplaats gelegen aan de Neutenstraat te Maarkedal (Schorisse). Blijkens bijlage 1 bij de aanvraag wordt de verzoekende partij op 16 november 2000 opgericht en is zij eigenaar van de gronden en gebouwen gelegen op het perceel 461/S/
  4. De uitbating van de herstel- en onderhoudswerkplaats verbonden aan de helihaven zal worden uitgevoerd door de n.v. AIR TECHNOLOGY BELGIUM. De milieutechnische eenheid onder welke naam de milieuvergunning wordt aangevraagd is de b.v.b.a. BEDRIJVENCENTRUM MAARKEDAL. Uit bijlage 5 blijkt dat het gaat om een onderhouds- en herstelwerkplaats voor helikopters en de exploitatie van een helikopterhaven. De vluchten zullen altijd tussen 7 uur en 19 uur gebeuren. Gemiddeld zal er één vlucht per dag worden voorzien. Ook uit bijlage 10 blijkt dat er gemiddeld 1 vlucht per dag zal voorzien worden. Er worden noch toeristische vluchten voor toeristen noch plaatselijke bewegingen voorzien. Er komen enkel helikopters voor onderhoud en/of herstellingen. Op 13 augustus 2004 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maarkedal de gevraagde vergunning. VII-33.783-2/7 Met een beroepschrift van 13 september 2004 stelt de verzoekende partij een administratief beroep in tegen dit besluit. Nadat de vereiste adviezen werden uitgebracht, en de behandelingstermijn werd verlengd, wordt op 27 januari 2005 het bestreden besluit genomen : het beroep wordt niet ingewilligd;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  6. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij uiteenzet wat volgt : "Ten gevolge van huidig bestreden besluit van de Bestendige Deputatie van 27 januari 2005 wordt verzoekster milieuvergunning geweigerd voor het exploiteren van een helikopterhaven- en herstelplaats aan de Neutenstraat, zonder nummer, 9688 Maarkedal (Schorisse), op het perceel kadastraal bekend onder MAARKEDAL 4/ AFD (SCHORISSE), Sectie A, nr. 461/s/
  7. De inrichting waarvoor door verzoekster milieuvergunning werd aangevraagd is gelegen in De activiteit waarvoor verzoekster een milieuvergunningsaanvraag klasse 2 indiende, past volledig en zelfs bij uitstek in deze ruimtelijke bestemming zoals voor het betrokken perceel aangegeven door het gewestplan Oudenaarde, m.n. gebied voor milieubelastende industrieën en voldoet aan de ervoor geldende stedenbouwkundige voorschriften zoals gesteld door het K.B. van 28 december 1972 betreffende de inrichtingen en de toepassing van de ontwerp- gewestplannen en de gewestplannen. Door het bestreden besluit van de Bestendige Deputatie van de provincieraad Oost-Vlaanderen dd. 27 januari 2005 houdende weigering van milieuvergunning wordt het perceel waarop de aanvraag van verzoekster betrekking heeft op manifest onrechtmatige wijze zijn geëigende ruimtelijke bestemming volgens het gewestplan Oudenaarde ontkend en wordt de realisatie van deze ruimtelijke bestemming de facto onmogelijk gemaakt. Het uitbreiden van het bestaande bedrijvencentrum, eigendom van verzoekster, met een helikopterland- en herstelplaats kadert volledig in een toekomstgerichte voortzetting en verdere ontplooiing van de activiteiten van verzoekster. Deze strategische toekomstvisie betreffende de activiteiten van verzoekster werd zorgvuldig ontwikkeld op basis van de uitermate gunstige ligging van de terreinen van verzoekster. De bewuste locatie werd immers reeds gunstig beoordeeld door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Dienst Luchtruim en Luchthavens voor de inplanting van een helihaven en voor de aanvliegroutes. De locatie blijkt daarbij uitzonderlijk gunstig omwille van het feit dat in vermeld positief advies dd. 6 mei 2004 van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Dienst VII-33.783-3/7 Luchtruim en Luchthavens één opstijgas en één opstijgsector, beide boven vrijwel onbewoond gebied worden weerhouden, waar normalerwijze slechts twee assen worden voorgesteld. Met name is het feit gunstig advies te hebben bekomen voor een volledige sector vrij uitzonderlijk in Vlaanderen. Precies door deze uitermate gunstige locatie geniet het bedrijvencentrum van verzoekster dan ook reeds in concreto de bijzondere interesse van de NV Air Technology Belgium, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Battenbroek
  8. Laatstgenoemd bedrijf is gespecialiseerd in het herstel en onderhoud van helikopters en wordt momenteel geconfronteerd met een problematiek van zonevreemdheid op haar huidige vestigingsplaats te Mechelen waardoor het voor dit bedrijf wettelijk onmogelijk blijkt op zijn huidige vestigingsplaats in de toekomst nog over de nodige vergunningen te beschikken. Reeds nu is zeker dat huidig bestreden besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad Oost-Vlaanderen dd. 27 januari 2005 en de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan de NV Air Technology Belgium ertoe zal aanzetten uit te kijken naar een andere potentiële vestiging, gelet op de dringende aard van het probleem inzake zonevreemdheid waarmee zij wordt geconfronteerd. Voor verzoekster betekent het ten gevolge van huidig bestreden besluit eventueel verliezen van de concrete interesse van de NV Air Technology Belgium noch min, noch meer het verlies van haar kans de voor de sector zeer gunstige ligging van haar bedrijvencentrum te realiseren en te exploiteren en derhalve ook het verlies van de door haar in deze zin ontwikkelde plannen met betrekking tot de toekomstgerichte voortzetting en verdere ontplooiing van haar activiteiten. De betrokken sector is immers dermate gespecialiseerd en beperkt in omvang dat de kans onbestaande is dat een soortgelijk bedrijf zich in de nabije of verre toekomst (...) bij verzoekster zal aanmelden als geïnteresseerde. Het nadeel dat verzoekster hierdoor zou lijden is van dergelijke omvang dat dit nooit zal kunnen worden rechtgezet na verloop van enkele jaren. Het aldus door verzoekende partij te ondervinden nadeel is ernstig, overschrijdt het louter financiële en is moeilijk, zelfs niet te herstellen. Tenslotte is verzoekende partij de mening toegedaan dat de middelen die zij tegen de bestreden beslissing inroept ernstig zijn en derhalve verwijst zij naar de rechtspraak van de Raad van State die stelt dat de manifeste ernst van de middelen het nadeel op zich reeds aantoont (Zie o.m. R.v.St. 10 september 1992, nr. 40.283, inzake NV Semacris; R.v.St 14 oktober 1993, nr. 44.498, inzake De Bus en Duchatelet; R.v.St. 4 april 2000, nr. 86.495, inzake Devos; R.v.St. 21 februari 2000, nr. 85.427, inzake DE SCHRIJVER; R.v.St. 4 oktober 1999, nr. 82.637, inzake GELDOF; R.v.St. 14 december 1998, nr. 77.618, inzake V. Z.W. Vlaams Nationaal Jeugdverbond). In het arrest Luppens stelde de Raad van State uitdrukkelijk dat de ernst en moeilijke herstelbaarheid (R.v.St. 30 november 1992, nr. 41.240, inzake Luppens) In het arrest Delhaize werd gesteld dat 2.
  9. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota als volgt repliceert : VII-33.783-4/7 "Om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen beroept appellante zich op een Het behoort echter tot een voorzichtig ondernemerschap eerst de nodige vergunningen te bekomen vooraleer men verregaande investeringen doet of definitieve plannen maakt. De voorbarige toekomstvisie van appellante kan niet als basis dienen om te spreken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Ook het bestaan van contacten of mogelijke onderhandelingen met de NV Air Technology Belgium uit Mechelen kunnen niet doen besluiten dat er een groot nadeel te verwachten valt. De motivatie van deze vennootschap om naar een nieuwe landingsplaats uit te kijken ligt in de zonevreemdheid van haar eigen huidige vestigingsplaats te Mechelen Appellante en de N.V. Air Technology Belgium kunnen nog altijd uitkijken naar een andere, meer geschikte vestigingsplaats, zodat de beweerde benadeling niet groot hoeft te zijn. In ieder geval wordt zij niet veroorzaakt door het betwiste besluit. Zoals reeds eerder opgemerkt kan het verlies van een dagelijkse vlucht van één helikopter niet Appellante spreekt over een nadeel dat niet zal kunnen worden rechtgezet, en dat het louter financiële overschrijdt, terwijl het in werkelijkheid gaat over het verlies van de mogelijkheid om een herstelwerkplaats te bouwen met één vliegbeweging per dag. Er kan hier bijgevolg geen sprake zijn van een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel"; 2.
  10. Overwegende dat de beweerde miskenning van het geldende ruimtelijke bestemmingsvoorschrift enkel verband houdt met de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing en op zich niet inhoudt dat de tenuitvoerlegging van die beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel meebrengt; dat de verzoekende partij overigens niet aantoont dat er geen andere vormen van industrie op het betrokken perceel kunnen worden ingeplant; dat dienvolgens niet aannemelijk wordt gemaakt dat de realisatie van de ruimtelijke bestemming de facto onmogelijk wordt gemaakt; Overwegende dat met haar betoog dat ten gevolge van het bestreden besluit de potentieel geïnteresseerde voor het terrein, de n.v. AIR TECHNOLOGY BELGIUM zal uitkijken naar een ander terrein, de verzoekende partij nog niet aantoont dat het financieel nadeel dat zij hierdoor zou lijden dermate ernstig is dat zij in haar voortbestaan wordt bedreigd; dat de verzoekende partij met name niet aangeeft welke de preciese negatieve impact is van de bestreden beslissing VII-33.783-5/7 en wat daarvan de weerslag is op de leefbaarheid van de vennootschap, die blijkens haar statuten nog talrijke andere activiteiten tot doel heeft; dat het niet duidelijk is welke van die activiteiten de verzoekende partij daadwerkelijk uitoefent en wat het aandeel van de helihaven en de herstelplaats daarin zou zijn; Overwegende dat de verzoekende partij nog aangeeft dat het nadeel het louter financiële overstijgt; dat zij evenwel nergens preciseert en aantoont waarom dat hier het geval is, des te meer daar zij blijkbaar niet zinnens is om de geplande helihaven met herstelwerkplaats zelf te exploiteren; Overwegende, tenslotte, dat om de schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte te kunnen bevelen er cumulatief aan twee grondvoorwaarden moet zijn voldaan, namelijk het aanvoeren van een ernstig middel dat tot de vernietiging van de aangevochten akte kan leiden en het berokkenen van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte; dat het in casu gaat om twee onderscheiden voorwaarden; dat de afwezigheid van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen zonder dat "de ernst van de middelen" moet worden onderzocht; dat de verzoekende partij dan ook niet nuttig naar de "ernst van de middelen" kan verwijzen, ter adstructie van het aangevoerd moeilijk te herstellen ernstig nadeel; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde schorsingsvoorwaarde; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen zonder dat de door de verwerende partij opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid moet worden onderzocht, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-33.783-6/7 Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-33.783-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.898 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.