id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.902 Rolnummer: A. 51526/X-9406 Zaak: Arrest 146902 - - 28/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-11 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 20:07 Fiche Arrest nr 146.902 van 28 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.902 van 28 juni 2005 in de zaak A. 51.526/X-
- In zake :
- de v.z.w. RALDES, gevestigd te 9200 DENDERMONDE, Hoofdstraat 21,
- de v.z.w. NATUURRESERVATEN, thans de v.z.w. NATUUR- PUNT BEHEER, gevestigd te 2800 MECHELEN, Kardinaal Mercierplein 1 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. TAELMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij : de gemeente BERLARE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. RALDES en de v.z.w. NATUURRESERVATEN, thans de v.z.w. NATUURPUNT BEHEER, op 6 mei 1993 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 december 1992 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het gemeentebestuur van Berlare de bouwvergunning wordt verleend voor het uitvoeren van oeverbe- scherming langsheen het Donkmeer en het aanleggen van een wandelpad langs de Donklaan te Berlare; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 20 november 1993 ingediend door de gemeente Berlare; Gelet op de beschikking van 16 maart 1994 die de tussenkomst van de gemeente Berlare toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-9406-1/7 Gezien het verslag opgemaakt do o r E er st e Auditeur-wnd. afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de eerste verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 mei 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de eerste verzoekende partij, van Advocaat I. BOCKSTAELE die, loco Advocaat P. TAELMAN verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat T. DE SUTTER die, loco Advocaat G. VAN KEER verschijnt voor de tussenkomende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de tweede verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat zij regelmatig X-9406-2/7 werd opgeroepen om te verschijnen ter terechtzitting van 13 mei 2005; dat zij niet is verschenen, noch vertegenwoordigd was; dat niets de toepassing van voormeld artikel 21, zesde lid, in de weg staat; Overwegende dat de verzoekende partijen hun "belang" en "hoedanigheid" in het verzoekschrift verantwoorden als volgt : "Verzoekende partij is een VZW die sinds 1973, als vrijwilligersvereniging, ijvert voor een betere kwaliteit van het leefmilieu in de gewesten Aalst en Dendermonde (werkingsgebied = de perimeter van deze twee gewestplannen) (...). In dat kader houdt zij zich in eerste plaats bezig met regionale milieuproblemen c.q. regionale problemen in verband met ruimtelijke ordening en gerangschikte landschappen. Vooral in verband hiermee werden verschillende annulatieverzoekschriften gericht tot de Raad van State. Het belang van de vereniging werd in recente dossiers niet in twijfel getrokken. Eveneens wordt aan de eisen wat de kwaliteit betreft voldaan. Verzoekende partij heeft, via haar plaatselijke ledenafdeling 'Werkgroep Leefmilieu Groot-Berlare', inzake de uit te voeren oeververstevigingswerken regelmatig actie gevoerd en bij de tegenpartijen op een ecologische verantwoorde uitvoeringsvorm aangedrongen (...). Zowel verzoekende partij als haar plaatselijke ledenafdeling 'Werkgroep Leefmilieu Groot-Berlare' zijn in het kader van de subsidiëring van erkende milieu- en natuurverenigingen door de overheid erkend als streekgebonden vereniging (...). Voor zover nodig weze vermeld dat Raldes in de fusiegemeente Berlare in 1992 51 leden telde op een totaal van 300 (per 01.01.1993)."; Overwegende dat de verwerende partij repliceert dat de eerste verzoekende partij geen voldoende blijk geeft van het vereiste belang om de vordering tot nietigverklaring in te stellen, dat uit het verzoekschrift zelf blijkt dat niet de v.z.w. RALDES, maar wel haar plaatselijke ledenafdeling "Werkgroep Leefmilieu Groot-Berlare" de actievoerende vereniging is, dat het feit dat de v.z.w. RALDES wordt erkend als streekgebonden vereniging geenszins zonder meer impliceert dat zij voldoende plaatselijk en dus persoonlijk belang heeft om tegen de gelokaliseerde werken waarvoor de bouwvergunning werd verleend op te komen middels een procedure tot nietigverklaring bij de Raad van State, dat de regionale actieradius van de eerste verzoekende partij ertoe moet doen besluiten dat uitsluitend de plaatselijke afdeling van enig belang ter zake zou kunnen doen blijken; Overwegende dat de tussenkomende partij stelt dat de eerste verzoekende partij niet de vereiste rechts- en handelingsbekwaamheid heeft voor het instellen van de huidige vordering, dat zij geen enkel persoonlijk rechtsreeks belang heeft, dat zij geen bezittingen heeft in Berlare, noch enig natuurgebied in Berlare beheert; X-9406-3/7 Overwegende dat de eerste verzoekende partij onder meer dupliceert dat zij een ledenvereniging en geen koepelvereniging is die in de deelgemeenten Berlare, Overmere en Uitbergen verschillende tientallen leden telt, dat de lokale vertegenwoordiging een voldoende basis is om in deze zaak als belanghebbende te kunnen optreden, dat haar statuten op geen enkele wijze uitsluiten dat zij in sterk gelokaliseerde dossiers kan opkomen, dat zij eveneens betwist dat de oeververstevigingswerken uitsluitend een sterk lokaal belang zouden hebben, dat het Donkmeer een natuurgebied is met een regionaal belang, zelfs met een internationaal Europees belang en dat de oeververstevigingswerken een negatieve invloed zullen hebben op de algemene kwaliteit en de ecologische rijkdom van het gebied en bijgevolg een impact zullen hebben die het lokale overschrijdt; Overwegende dat de eerste verzoekende partij in haar laatste memorie stelt dat haar statuten geen dergelijke algemene draagwijdte hebben dat haar optreden zou vervallen in de actio popularis, dat de bescherming van het leefmilieu niet zomaar kan worden gelijkgesteld met het algemeen belang, dat het niet is omdat een doelstelling algemeen is omschreven dat die doelstelling samenvalt met het algemeen belang, dat haar werkingsgebied duidelijk demografisch omschreven is, dat haar doelstelling "de bescherming van het leefmilieu" wel degelijk omschreven en beperkt wordt in haar statuten en dat ook wordt aangegeven op welke wijze de doelstellingen zullen geconcretiseerd worden, dat ze een vereniging is van individuele leden en dat de plaatselijke groep integraal deel uitmaakt van haar vereniging, dat de vergunde werken een negatieve invloed zullen hebben op de ecologische rijkdom van het Donkmeergebied, dat door de oeverversteviging de oevervegetatie volledig is verdwenen en in de toekomst onmogelijk wordt, dat het gebied is aangeduid als Europees vogelrichtlijngebied, dat de oevervegetatie een habitat vormt die zeer belangrijk is voor nestgelegenheid, als foerageergebied en als beschutting, dat het ook een negatieve invloed heeft door het verdwijnen van de natuurlijke paaiplaatsen voor vissen en amfibieën, dat ook de visuele kenmerken van het landschap worden gewijzigd, dat zij wel degelijk getuigt van een voldoende persoonlijk, rechtsreeks, actueel en geoorloofd belang; Overwegende dat verenigingen zonder winstoogmerk krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte mogen optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht; dat inzonderheid de milieuverenigingen, krachtens de wet van 12 januari 1993 X-9406-4/7 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, over een persoonlijk vorderingsrecht beschikken bij de gewone rechtbanken; dat voor de Raad van State diezelfde milieuverenigingen in rechte kunnen optreden op voorwaarde dat zij de rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang, alsmede van de vereiste hoedanigheid; Overwegende dat de artikelen 3 en 3 bis van de statuten van de eerste verzoekende partij luiden als volgt : "Artikel
- De vereniging heeft tot doel binnen de grenzen van de gewestplannen Aalst en Dendermonde, met alle wettelijke middelen te ijveren voor het behoud en/of de verbetering van de kwaliteit van het leefmilieu, meer in het bijzonder : a) actief op te treden om het landschap, de fauna en de flora te beschermen; b) de overtredingen van de wetten op de jacht, visvangst en vogelvangst, lucht- en waterverontreiniging, ruimtelijke ordening en stedenbouw, natuurbehoud en alle wetten die een zekere weerslag hebben op het leefmilieu, met alle wettelijke middelen te bestrijden; c) het behartigen en stimuleren van een goede ruimtelijke ordening van het leefmilieu; d) de belangstelling voor de natuur op te wekken en te begeleiden; e) het verrichten van maatschappelijk opbouwwerk betreffende de problemen van het leefmilieu; Artikel 3bis. Deze doelstellingen worden gekonkretiseerd door middel van een werking op verschillende niveaus: a) Advies, hulp en (c)oördinatie van en tussen de milieuverenigingen en - aktiekomitees die met RALDES samenwerken; b) (C)onkrete milieu-akties voeren op plaatselijk vlak in gemeenten waar geen aktieve volwaardige milieugroepen bestaan; c) O(cc)asionele samenwerking met volwaardige plaatselijke milieugroepen op hun verzoek; d) A(c)ties voeren i.v.m. regionale en bovengemeentelijke problemen welke dus buiten het werkingsveld vallen van de plaatselijke milieugroepen"; Overwegende dat wegens de absoluut algemene draagwijdte van de doelstellingen zoals omschreven in de statuten van de eerste verzoekende partij, zo deze in aanmerking worden genomen als grondslag voor de beoordeling van het belang van de verenigingen om bij de Raad van State een annulatieberoep in te dienen, het optreden van de verenigingen voor de Raad van State gelijk staat met een actio popularis, indien de handeling die wordt aangevochten geen algemene draagwijdte heeft -even algemeen als die van de doelstellingen waarop de verenigingen zich beroepen- doch een specifieke strekking heeft; X-9406-5/7 Overwegende dat door het bestreden besluit aan de tussenkomende partij "de bouwvergunning (wordt) afgegeven (...) voor het uitvoeren van oeverbescherming langsheen het Donkmeer en het aanleggen van een wandelpad langsheen de Donklaan te Berlare (...)"; dat het bestreden besluit welbepaalde werken en handelingen betreft op een welbepaalde plaats; dat het niet gaat om een besluit met een algemene draagwijdte; dat de bewering van de eerste verzoekende partij dat de "gewraakte oeververstevigingwerken (niet) uitsluitend (...) een sterk lokaal belang hebben" met geen enkel concreet gegeven wordt gestaafd en zelfs wordt tegengesproken in de formulering van de door haar voorgestelde prejudiciële vraag, alsook, zoals door haar uitdrukkelijk gesteld, door het actievoeren over te laten aan een plaatselijke afdeling; dat de eerste verzoekende partij niet doet blijken van de vereiste hoedanigheid; dat het beroep niet ontvankelijk is; Overwegende dat eerste verzoekende partij in haar laatste memorie verzoekt, indien de Raad van State van oordeel zou zijn dat het beroep onontvankelijk is, aan het Arbitragehof volgende prejudiciële vraag te stellen : "Schendt artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in samenhang met artikel 1, artikel 3 en artikel 26 van de vzw-wet van 26.06.1921 het grondwettelijk recht van vrijheid van vereniging (artikel 27 van de Grondwet) alsook het algemeen gelijkheidsbeginsel en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, indien deze bepalingen zo moeten worden uitgelegd dat een milieuvereniging die in haar statuten een bepaald territoriaal werkingsgebied heeft en in haar statuten de bescherming van het leefmilieu in dit gebied nastreeft, geen voldoende persoonlijk belang heeft bij de vordering tot vernietiging van een administratieve beslissing met specifieke en lokale strekking (bv. een bouwvergunning, milieuvergunning, ...) terwijl een milieuvereniging die in haar statuten de bescherming van het leefmilieu meer concretiseert in specifiekere milieudoelstellingen (bv. inzake natuurbehoud, bescherming landschap,...) wel een voldoende belang heeft bij de vordering tot vernietiging van een zelfde administratieve beslissing zoals voormeld?"; Overwegende dat de Raad van State op dat verzoek niet kan ingaan; dat uit de formulering van de vraag blijkt dat, met een vraag over artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verzoekende partij eigenlijk het Arbitragehof verzoekt zich uit te spreken over de rechtspraak van de Raad van State, wat, zoals het Arbitragehof o.m. in zijn arresten nr. 117/99 en 13/2004 heeft vastgesteld, buiten de bevoegdheid van het Hof valt; dat er geen grond is om het Arbitragehof een prejudiciële vraag te stellen die niet tot de bevoegdheid van dat Hof behoort, X-9406-6/7 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9406-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.