id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.906 Rolnummer: A. 163564/IX-4955 Zaak: Arrest 146906 - - 28/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 20:08 Fiche Arrest nr 146.906 van 28 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 146.906 van 28 juni 2005 in de zaak A. 163.564/IX-
- In zake : Walter REMYSEN, die woonplaats kiest bij advocaat A. GARMYN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Stoopstraat 1, 5de verdieping tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
- de minister van Justitie,
- de dienstdoend directeur van de gevangenis te TURNHOUT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Walter REMYSEN op 24 juni 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing genomen op 5 april 2005 door de waarnemend directeur van de gevangenis van Turnhout, waarbij het elektronisch toezicht geweigerd wordt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2005, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. GARMYN, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché L. SEMPOT, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-4955-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid aanvoert dat hij sedert 15 april 2005 geseind staat en dat hij iedere dag kan worden opgepakt en worden opgesloten in de gevangenis te Turnhout, zodat de gevraagde schorsing onmiddellijk moet worden bevolen wil zij enig nut hebben; Overwegende dat, gelet op het uitzonderlijk en ongewoon karakter van de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en op de stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij de rechten van de verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn teruggebracht, het uiterst dringend karakter van de vordering duidelijk aangetoond moet zijn; dat zulks niet enkel het aantonen impliceert dat de behandeling van de vordering volgens de gewone procedure te laat zou komen omdat het aangevoerde nadeel zich op dat ogenblik reeds gerealiseerd zal hebben en niet meer of nog slechts heel moeilijk hersteld zal kunnen worden, maar ook dat de verzoeker bij het instellen van de vordering met de vereiste diligentie opgetreden is en dat hij aldus, na de kennisneming van de beslissing die zijn nadeel veroorzaakt, niet onredelijk lang gewacht heeft met het indienen van het verzoekschrift; Overwegende dat in de onderhavige zaak verzoeker zijn vordering heeft ingediend op 23 juni 2005; dat volgens zijn eigen verklaringen de tekst van de bestreden beslissing hem reeds bij fax van 3 mei 2005 was toegezonden, nadat zij al eerder mondeling vernomen had dat het elektronisch toezicht geweigerd was; dat een IX-4955-2/3 dergelijk lange termijn om de vordering in te stellen niet alleen de negatie inhoudt van de uiterst dringende noodzakelijkheid maar ook op ernstige wijze de wapengelijkheid onder de partijen verstoort; dat, immers, de verzoekende partij zelf de nodige tijd neemt om het verzoekschrift te redigeren, maar de verwerende partij en de Raad van State dwingt tot een minimaal onderzoek; Overwegende dat de vaststelling dat niet is voldaan aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4955-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.906 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.