← België

Arrest 147024 - - 29/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.024 Rolnummer: A. 152558/X-11927 Zaak: Arrest 147024 - - 29/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-01 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 20:21 Fiche Arrest nr 147.024 van 29 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.024 van 29 juni 2005 in de zaak A. 152.558/X-11.

  1. In zake :
  2. Georges VERHEECKE,
  3. Christine de le VINGNE, die woonplaats kiezen bij Advocaat K. MAENHOUT, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Van Eycklei 10A tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  4. tussenkomende partij : de n.v. ASTRID, die woonplaats kiest bij Advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Georges VERHEECKE en Christine de le VINGNE op 8 juni 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 20 april 2004 van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. ASTRID de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor "het plaatsen van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36 m waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen aangebracht worden. De shelter met de technische installatie wordt aan de voet van de pyloon geplaatst.", op een perceel gelegen te Brasschaat, Hemelakkers 40, kadastraal bekend Sectie D, nr. 554 d; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; X-11.927-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. MAENHOUT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat P. VAN ASSCHE die, loco Advocaat J. CLAES verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat P. DE MAEYER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. ASTRID met een verzoekschrift van 2 juli 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  6. Overwegende dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op 18 april 2003 aan de tussenkomende partij ingevolge een aanvraag van 28 november 2001 een stedenbouwkundige vergunning geeft voor het plaatsen van een vakwerkpyloon met een hoogte van 36 meter waarop door middel van een draagstructuur 3 antennes en 2 straalverbindingen worden aangebracht en een shelter met de technische installatie aan de voet van de pyloon op een terrein te Brasschaat, Hemelakkers 40, kadastraal bekend Sectie D, nr. 554d; dat de tenuitvoerlegging van dat besluit met 's Raads arrest nr. 125.074 van 5 november 2003 wordt geschorst en dat het besluit met 's Raads arrest nr. 128.806 van 4 maart 2004 wordt vernietigd; Overwegende dat de gevraagde vergunning met het thans bestreden besluit opnieuw wordt gegeven; 2.
  7. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden X-11.927-2/5 aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
  8. Overwegende dat de verzoekende partijen wat de tweede voorwaarde betreft aanvoeren dat de vakwerkpyloon op 40 meter van de perceelsgrens en op 60 meter van hun woning komt, dat het verlies aan licht, het esthetische nadeel en de schending van het uitzicht derhalve evident zijn, dat het leefklimaat op hun eigendom essentieel wordt gewijzigd, dat het om een ernstige verstoring van het evenwicht tussen buren gaat, dat de verwerende partij tevergeefs zal opwerpen dat de zendmast ondertussen reeds is opgericht en dat een schorsing derhalve geen nuttig effect meer zou hebben, dat dit onjuist is vermits gerechtsdeurwaarder VAN NOTEN op 24 december 2003 heeft vastgesteld dat de "sleuteldoos ASTRID", de "REC cabine ASTRID (Voetpadkast)" en de "afdekpannetjes met waarschuwingslint" ontbreken, dat de administratieve rechtshandeling dus slechts gedeeltelijk is uitgevoerd zodat een schorsing zinvol blijft voor het niet-uitgevoerde gedeelte, dat de schorsing de overheid tot een heroverweging kan aanzetten, dat het bouwwerk een essentiële wijziging in het leefklimaat van het erf van de verzoekende partijen teweegbrengt en dat geen belangenafweging dient te gebeuren omdat de tussenkomende partij niet bewijst dat haar belangen meer zouden worden geschaad dan deze van de verzoekende partijen en omdat de tussenkomende partij meer gediend is met een onmiddellijke schorsing dan met een latere vernietiging wanneer het systeem misschien al operationeel zal zijn; 2.2.
  9. Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat "de betrokken bouwwerken intussen volledig zijn voltrokken en het ASTRID-systeem reeds in werking werd gesteld" en dat "een schorsing van de tenuitvoerlegging (...) dan ook zinledig (is) geworden"; 2.2.
  10. Overwegende dat de tussenkomende partij toevoegt dat gerechtsdeurwaarder GREEVE op 18 april 2003 heeft vastgesteld dat de constructie van hetgeen vergund werd volledig is uitgevoerd, dat de installatie op 15 januari 2004 in gebruik is genomen, dat de sleuteldoos, de voetpadkast en de afdekpannetjes met waarschuwingslint niet meer zullen worden geplaatst omdat zij ter plaatse niet noodzakelijk zijn, dat deze drie elementen op zichzelf trouwens niet aan de vergunningsplicht lijken te zijn onderworpen, dat een schorsing derhalve geen nuttig X-11.927-3/5 effect meer kan hebben voor de verzoekende partijen, dat het voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel alleszins niet met concrete gegevens en precieze argumenten wordt gestaafd, dat stijlformules, vage en algemene beweringen niet volstaan, dat de negen korte alinea's in het verzoekschrift tot schorsing niet volstaan, dat de nieuwe pyloon een bestaande zendmast voor de politie vervangt en de bestaande situatie niet wijzigt, dat het nadeel aldus voortvloeit uit de bestaande toestand en de reeds eerder verleende vergunning en dat de verzoekende partijen niet aantonen dat het vervangen van een pyloon hen thans een verlies van licht, een esthetisch nadeel en een schending van het uitzicht zou bezorgen, die in vergelijking met de reeds bestaande pyloon een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden vormen; 2.2.
  11. Overwegende dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve beslissing slechts kan worden bevolen wanneer die schorsing op een of andere manier nog een nuttig effect voor de verzoekende partij kan hebben; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak en de ter terechtzitting door de partijen zelf verstrekte toelichting blijkt dat de kwestieuze vakwerkpyloon reeds volledig is opgericht; dat de verzoekende partijen samen met het verzoekschrift tot schorsing zelf een proces-verbaal van gerechtsdeurwaarder VAN NOTEN van 24 december 2003 hebben neergelegd waaruit blijkt dat nog een sleuteldoos, een voetpadkast en afdekpannetjes met een waarschuwingslint ontbreken; dat, daargelaten de opmerking van de tussenkomende partij dat die onderdelen niet meer zullen worden geplaatst en de werken dus volledig zouden zijn beëindigd, de ontbrekende elementen geen invloed hebben op het aangevoerde nadeel, dat zou bestaan uit verlies van licht, een esthetisch nadeel en schending van het uitzicht; dat de vraag of de pyloon al dan niet effectief in het ASTRID-netwerk wordt gebruikt, niet relevant is voor de beoordeling van het aangevoerd uitsluitend visueel nadeel; dat, nu niet wordt betwist dat de 36 meter hoge pyloon reeds was opgericht toen het verzoekschrift tot schorsing was ingediend en a fortiori op het ogenblik dat de zaak in beraad werd genomen, niet valt in te zien hoe de schorsing van de bestreden vergunning de nadelen die volgens de verzoekende partijen uit de bestreden beslissing volgen, zou kunnen verhinderen of ongedaan maken; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, X-11.927-4/5 BESLUIT: Artikel
  12. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ASTRID in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  13. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2005, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.927-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.024 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.668 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.