id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.030 Rolnummer: A. 163563/XIV-22854 Zaak: Arrest 147030 - - 29/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-04 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 20:24 Fiche Arrest nr 147.030 van 29 juni 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.030 van 29 juni 2005 in de zaak A. 163.563/XIV-22.
- In zake : XXX, wonende te M., S.straat 14/302 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 13 november 1968 en van XXX nationaliteit, op 23 juni 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijk- heid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 13 juni 2005 (bijlage 13ter), aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 juni 2005; Gezien het verzoekschrift tot nietigverklaring dat op dezelfde datum werd ingediend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 29 juni 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. TASNIER die, loco Advocaat M. DE ROECK, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-22.854-1/5 Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 1.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, verzoeker op vrijdag 25 juni 2005 een verzoekschrift bij uiterst dringende noodzakelijkheid indient, gericht tegen het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van maandag 13 juni 2005 van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken, aan verzoeker op maandag 20 juni 2005 ter kennis gebracht, met de omstandigheid dat het bestreden bevel binnen een termijn van vijftien dagen moet worden uitgevoerd, te rekenen vanaf 20 juni 2005; dat verzoeker bijgevolg diligent en alert heeft gehandeld en dat het gevaar voor effectieve tenuitvoerlegging reëel is, gelet op het nieuw verslag van de controlerende geneesheer (cfr.infra); dat bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2; 1.
- Overwegende dat, wat de tweede voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, verzoeker een enig middel afleidt uit de schending van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van de artikelen 2, 3 tot 5 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen, van artikel 62 van de Vreemdelingenwet; dat verzoeker tevens de schending aanvoert van de omzendbrief van 30 september 1997 en gewag maakt van een manifeste appreciatie- fout; Overwegende dat de bestreden beslissing als volgt luidt: “(...) BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN Gelet op artikel 13, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1993; Overwegende dat XXX, geboren te O., op 13/11/1968, nationaliteit: XXX XIV-22.854-2/5 verblijvende te S.straat 14/302 M. -gemachtigd werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden met beperkte duur. Overwegende dat: betrokkene op 26/06/2003 een Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister kreeg afgeleverd op basis van het medisch advies van 24/03/2003 van de aangestelde controle-geneesheer; dat in dit advies de controle-geneesheer tot een verblijf in België adviseerde omdat betrokkene in België familie wonen heeft, ondanks dat de nodige medicatie in het herkomstland bestaat. Dat nadien bekend werd dat betrokkene in XXX huwde met Mevr. A. Dat op basis van deze informatie de controle-geneesheer op 21/04/2005 gevraagd werd een nieuw medisch advies te verstrekken op basis van dit nieuwe gegeven. Dat de controle-geneesheer op 05/06/2005 (zie gesloten omslag) oordeelde dat een terugkeer nu wel mogelijk is; dat de medicatie in het herkomstland aanwezig is en dat de betrokkene nu familie in XXX heeft dat (die) als sociaal en medisch vangnet kan optreden. Dat derhalve de grond waarop betrokkene een tijdelijke verblijfsmachtiging (kreeg), vervallen is. In uitvoering van artikel 26 bis, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1993, wordt aan hem bevel gegeven het grondgebied te verlaten binnen 15 dagen. Brussel, 13/06/2005 De Gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken, (...)”; Overwegende dat het medisch verslag van Dr. J. DE BLOCK, die door de verwerende partij werd aangesteld, op het eerste gezicht oppervlakkig, summier, onnauwkeurig en vaag is; dat hij de huidige medische klachten van verzoeker als volgt samenvat: “Krijgt neuroleptische medicatie. Zonder deze medicatie is deze patiënt een gevaar voor zichzelf en voor zijn omgeving. (...). Geeft indruk van afwezigheid.”; Overwegende dat voornoemde dokter beweert, maar niet bewijst dat de ziekte van verzoeker kan worden behandeld in XXX en dat in dat land mantelzorg aanwezig is (via verzoekers echtgenote); dat verzoeker sedert 1993 in België verblijft en sedertdien zijn echtgenote op het eerste gezicht niet heeft gezien; dat het bijgevolg op het eerste gezicht noch medisch, noch maatschappelijk verantwoord lijkt om een ernstig psychisch zieke persoon terug te sturen naar een land, waar in dit geval, de medische en sociale opvang van deze persoon, in de huidige stand van de procedure niet is gewaarborgd, en zelfs materieel onuitvoerbaar lijkt voor wat de opvang van verzoeker door zijn echtgenote betreft; Overwegende dat de behandelende geneesheer van verzoeker, Dr. W. VANDENDOOREN, in een medisch attest van 15 maart 2005 tot de volgende conclusies komt: “Verzoeker lijdt sedert elf jaar aan een chronische kwaal, die niet verbeterbaar noch geneesbaar is, die ambulant wordt behandeld, waarbij de permanente aanwezigheid van één of meerdere familieleden of derden bij de zieke vereist is, met de omstandigheid dat de aandoening waaraan verzoeker lijdt hem belet te reizen en hij geen lange reis met het vliegtuig verdraagt.”; XIV-22.854-3/5 dat de behandelende geneesheer daaraan toevoegt dat genezing volgens hem niet haalbaar is, dat de behandeling hier verder nodig is tot verdere stabilisering en dat de geschikte medicatie hiervoor hier aanwezig is; Overwegende dat dokter J. DE BLOCK op de vraag of de zieke kan reizen, het volgende antwoordt: “Ja, begeleid.”; dat de vraag kan worden gesteld wie verzoeker zal begeleiden, nu hij meerderjarig is en het administratief dossier geen concrete en precieze gegevens bevat over de actuele woon- of verblijfplaats van de echtgenote van verzoeker, die op dit ogenblik in XXX woont en geen contact heeft met verzoeker; Overwegende dat het advies van Dr. J. DE BLOCK dat “de terugkeer kan gebeuren”, geen steun vindt in zijn verslag; Overwegende dat het enig middel in de mate dat de schending van de formele en materiële motiveringsplicht wordt aangevoerd, ernstig is, vermits het bestreden bevel uitsluitend steunt op de opeenvolgende verslagen van Dr. J. DE BLOCK; dat bijgevolg is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2; 1.
- Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de gedwongen terugkeer van verzoeker naar zijn land van herkomst, op dit ogenblik uitgesloten is, en voor hem op medisch, familiaal en sociaal vlak een moeilijk te herstellen ernstig nadeel inhoudt, gelet op zijn huidige persoonlijke en familiale situatie, die uiteraard nog kan evolueren; dat bijgevolg is voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 13 juni 2005 (bijlage 13ter), aan de verzoekende partij op 20 juni 2005 ter kennis gebracht. Artikel
- De kosten worden voorbehouden. XIV-22.854-4/5 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en vijf, door : de H.H. D. MOONS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. D. MOONS. XIV-22.854-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.030 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.