← België

Arrest 147134 - - 30/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.134 Rolnummer: A. 161788/XII-4434 Zaak: Arrest 147134 - - 30/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-14 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 20:37 Fiche Arrest nr 147.134 van 30 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.134 van 30 juni 2005 in de zaak A. 161.788/XII-

  1. In zake :
  2. de NV FRANKI GEOTECHNICS B,
  3. de BVBA ALGEMENE ONDERNEMINGEN VERHEYE,
  4. de NV ALGEMENE ONDERNEMINGEN SOETAERT, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8b tegen : de NV MAATSCHAPPIJ VAN DE BRUGSE ZEEVAART- INRICHTINGEN (MBZ), met zetel te Zeebrugge, Isabellalaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Franki Geotechnics B, de BVBA Algemene Ondernemingen Verheye en de NV Algemene Ondernemingen Soetaert, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, op 18 april 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
  6. De beslissing van 15 december 2004, aan verzoekende partij meegedeeld bij schrijven dd. 9 februari 2005, om de opdracht voor het bouwen van een Kaaimuur langs de Oostoever van het Zuidelijk Kanaaldok in de achterhaven van Zeebrugge - Bestek nr. 5 van 2004 [...] Openbare aanbesteding voor de uitvoering van werken, toe te wijzen aan de tijdelijke handelsvennootschap nv Besix/nv Depret
  7. De beslissing s.d. waarbij wordt beslist om de opdracht niet aan verzoekster toe te wijzen, maar integendeel haar offerte als onregelmatig te verklaren.”; XII-4434-1/4 Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de brief van de raadsman van de verwerende partij van 4 mei 2005 waarbij de intrekking van de eerste bestreden beslissing wordt medegedeeld; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 31 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 juni 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Van Heuven, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J. Goethals, die loco advocaat A. Lust verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; XII-4434-2/4 Overwegende dat de eerste bestreden beslissing op 28 april 2005 door de verwerende partij is ingetrokken; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van die intrekkingsbeslissing bij arrest nr. 145.471 van 7 juni 2005 is afgewezen; dat de vordering aldus heden geen voorwerp lijkt te hebben; dat zulks niet enkel geldt voor de eerste bestreden beslissing, namelijk de toewijzing van de opdracht maar evenzeer voor de tweede bestreden beslissing die de offerte van de verzoekende partijen onregelmatig verklaart; dat, mochten de verzoekende partijen nog pogen de intrekkingsbeslissing te doen schorsen of nietigverklaren door middel van een vordering tot schorsing of beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, zulks geen afbreuk doet aan de vaststelling dat heden in elk geval niet aan de tweede voormelde nadeelsvoorwaarde is voldaan; dat immers de verzoekende partijen hun nadeel afleiden uit het niet zelf kunnen uitvoeren van de te dezen in het geding zijnde overheidsopdracht; dat echter niet wordt ingezien op welke wijze de verwerende partij de toewijzingsbeslissing van de in het geding zijnde overheidsopdracht nog aan een bepaalde inschrijver zou kunnen betekenen en aldus een contract zou kunnen tot stand brengen, nu zij die toewijzingsbeslissing heeft ingetrokken; dat pas de totstandkoming van een dergelijk contract het nadeel van de verzoekende partijen zou realiseren; dat dit nadeel heden al te onwaarschijnlijk is om er een schorsing op te doen steunen; Overwegende dat aldus niet is voldaan aan de tweede van de voorwaarden gesteld in artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden ingewilligd; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. XII-4434-3/4 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4434-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.134 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.421 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.