← België

Arrest 147139 - - 30/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.139 Rolnummer: A. 89257/VII-20409 Zaak: Arrest 147139 - - 30/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-28 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 20:38 Fiche Arrest nr 147.139 van 30 juni 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.139 van 30 juni 2005 in de zaak A. 89.257/VII-20.409 In zake : Maria DE WEERT, die woonplaats kiest bij advocaat R. TOURNICOURT, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 270 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat P. BOGAERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Kunstlaan 44, bus

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maria DE WEERT op 28 januari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “artikel 2, 2/ van het Koninklijk Besluit van 21 oktober 1999 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor geneesheren, de apothekers en de drogisten, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 1 december 1999"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAES- BROUCK; Gelet op de beschikking van 7 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-20.409-1/3 Gelet op de beschikking van 14 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 14 april 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS ; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN PASSEL die, loco advocaat P. BOGAERT verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekster in haar verzoekschrift ter staving van haar hoedanigheid en belang om de voorliggende vordering in te stellen, aanvoert : ?Bovendien geeft verzoekster blijk van de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang, nu zij erkend apotheker is, en deze erkenning en alle voordelen daaraan verbonden haar ontnomen worden als rechtstreeks gevolg van het Koninklijk Besluit in kwestie. Anderzijds, dat Koninklijk Besluit een rechtshan- deling is die ertoe strekt de toestand van verzoekster te wijzigen" ; Overwegende dat uit de feitenuiteenzetting in het verzoekschrift blijkt dat het belang geput wordt uit het feit dat de officina te Ronse, Peperstraat 10, geneesmiddelen levert aan rusthuizen te Horebeke en Brakel, en dat dit ten gevolge van het bestreden besluit niet meer mogelijk zal zijn; dat het belang aldus gezocht wordt in het verlies van cliënteel van de betrokken officina; Overwegende evenwel dat, nadat de verzoekster bij haar laatste memorie stukken had gevoegd waaruit blijkt dat niet zijzelf, maar ?de Heer en Mevrouw FOSTIER-DE WEERT” eigenaar zijn van de officina, de verwerende partij bij haar laatste memorie stukken heeft gevoegd waaruit blijkt dat sinds maart 2000 Marc FOSTIER de enige ?eigenaar-vergunninghouder” is van de officina ; dat de verzoekster geen specifiek eigen belang inroept; dat zij niet ter terechtzitting is verschenen, en derhalve uiteraard ook geen argumenten heeft ingebracht tegen de VII-20.409-2/3 stelling van de verwerende partij, uiteengezet in de laatste memorie, dat zij niet over het vereiste persoonlijk en rechtstreeks belang beschikt; Overwegende dat het alleen aan de ?eigenaar-vergunninghouder” van de officina toekomt te beoordelen of rechtsvorderingen dienen te worden ingesteld die erop gericht zijn de economische belangen van de officina te verdedigen en die vorderingen te benaarstigen; dat de verzoekster niet de vereiste hoedanigheid daartoe heeft; dat haar beroep derhalve niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-20.409-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.