← België

Arrest 147141 - - 30/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.141 Rolnummer: A. 110639/IX-3074 Zaak: Arrest 147141 - - 30/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-06 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 20:39 Fiche Arrest nr 147.141 van 30 juni 2005 - Beslissing : Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.141 van 30 juni 2005 in de zaak A. 110.639/IX-3074. In zake : de NV PFIZER, die woonplaats kiest bij advocaat P. L’ ECLUSE, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 165 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Economische Zaken, thans de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ, P. THIEL en K. VAN KETS, kantoor houdende te BRUSSEL, Brand Whitlocklaan 30 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV PFIZER op 24 september 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 juli 2001 van de minister van Economische Zaken waarbij de toegelaten prijzen voor de terugbetaalbare geneesmiddelen Neurotin 600 mg, 90 tabletten en Neurotin 800 mg, 90 tabletten, worden vastgelegd; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 19 oktober 2004; IX-3074-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, -dit is uiterlijk op 18 november 2004- geen verzoek tot voortzetting van de procedure, in de strikte zin van het woord, heeft ingediend; dat zij wel met een aangetekend schrijven van 15 november 2004 aan de Raad van State medegedeeld heeft dat de procedure geen voorwerp meer heeft, aangezien de verwerende partij op 18 december 2001 een nieuwe beslissing getroffen heeft die haar genoegdoening heeft gegeven; dat zij in die brief wel vraagt dat, wegens dat nieuwe besluit, de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij zouden gelegd worden; dat de verwerende partij zich met een brief van 25 november 2004 verzet tegen de toewijzing van de door de verzoekende partij gevraagde afstand en haar veroordeling tot de kosten en dat zij aanbiedt om haar standpunt daarover nader toe te lichten; Overwegende dat aan de partijen medegedeeld is dat, bij ontstentenis van een verzoek tot voortzetting van de procedure, de Raad van State zonder verdere plichtpleging de afstand van geding zou vaststellen, tenzij de verzoekende partij zou vragen om gehoord te worden; dat in deze evenwel vastgesteld moet worden dat de verzoekende partij binnen de termijn waarin zij de voorzetting mocht vragen, formeel gereageerd heeft met de mededeling dat het IX-3074-2/3 beroep geen voorwerp meer heeft en het verzoek om, in weerwil van de conclusie van de auditeur-verslaggever, de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen; dat mede gelet op de reactie van de verwerende partij, de zaak niet afgedaan kan worden zonder de partijen te horen; dat op de openbare terechtzitting de partijen hun standpunt kunnen uiteenzetten over de vraag of de verzoekende partij het geding rechtsgeldig voortgezet heeft en ten laste van welke partij de gedingkosten gelegd dienen te worden, BESLUIT: Enig artikel. De zaak wordt vastgesteld op de openbare terechtzitting van 12 september 2005, om 11.00 uur. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3074-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.141 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.013 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.