id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.193 Rolnummer: A. 104790/XIV-4579 Zaak: Arrest 147193 - - 01/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-13 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 20:43 Fiche Arrest nr 147.193 van 1 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.193 van 1 juli 2005 in de zaak A. 104.790/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat V. PUZAJ, kantoor houdende te 4000 LIÈGE, Rue du Général Bertrand 22 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 15 maart 1974 en van Kazachse nationaliteit, op 30 april 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 26 april 2001, aan de verzoekende partij op dezelfde datum ter kennis gebracht; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 16 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 18 mei 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-4579-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. MAHY die, loco Advocaat V. PUZAJ verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt, afgeleid uit de schending van artikel 51/4, § 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); dat volgens de verwerende partij het verzoekschrift tot nietigverklaring in het Nederlands moest worden geredigeerd en niet in het Frans; dat de verwerende partij eigenlijk bedoelt dat de het Franstalige verzoekschrift nietig is; Overwegende dat overeenkomstig artikel 66, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een partij (in casu verzoekster), die niet aan de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken onderworpen is, voor de Raad van State voor haar akten en verklaringen de landstaal kan gebruiken die zij verkiest; Overwegende dat artikel 51/4, § 3, van de Vreemdelingenwet betrekking heeft op het taalgebruik door de overheden (met inbegrip van de Raad van State), die in dit artikel worden vermeld, en bijgevolg niet het taalgebruik regelt van de beroepsakten ingediend bij de Raad van State, door een vreemdeling of door zijn Advocaat; dat bijgevolg de exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen, vermits het verzoekschrift niet door nietigheid is aangetast;
- Overwegende dat, nu de ingestelde vordering ontvankelijk is, de exceptie van het rechtens vereiste actueel belang wordt onderzocht, die wordt uitgewerkt in het Auditoraatsverslag; dat verzoekster betreffende deze exceptie die, wanneer ze gegrond wordt verklaard, leidt tot de onontvankelijkheid van het annulatieberoep, geen opmerkingen formuleert op de openbare zitting van woensdag 18 mei 2005; Overwegende dat het bestreden bevel steunt op een dubbele rechtsgrond, met name enerzijds op artikel 7, lid 1, 2/ van de Vreemdelingenwet en anderzijds op artikel 77 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat naar luid XIV-4579-2/3 van voormeld artikel 77 de vreemdeling die niet als vluchteling is erkend, het grondgebied van het Rijk moet verlaten; Overwegende dat bij arrest nr. 118.509 van 22 april 2003 van de XIVe kamer van de Raad van State het beroep van verzoekster gericht tegen de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 8 december 2000, werd verworpen waardoor de hoedanigheid van vluchteling niet werd toegekend aan verzoekster, zodat erga omnes vaststaat dat verzoekster geen vluchtelinge is en de verwerende partij op basis van voornoemde reglementaire bepaling verplicht was om het bestreden bevel uit te vaardigen; dat de eventuele nietigverklaring van voornoemd bevel de rechtstoestand van verzoekster geenszins beïnvloedt of wijzigt, vermits zij illegaal op het grondgebied verblijft, ook na de eventuele nietigverklaring van het bevel, zodat de verwerende partij niet anders kan dan een identiek bevel afleveren, na de eventuele nietigverklaring van het thans bestreden bevel; dat bijgevolg verzoekster niet getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij een eventuele vernietiging van het bestreden bevel, zodat de exceptie uitgewerkt in het Auditoraatsverslag gegrond is en het beroep onontvankelijk is; dat de Raad van State tevens verwijst naar bladzijde vier van het Auditoraatsverslag, dat bij deze als uitdrukkelijk herhaald wordt beschouwd, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op één juli tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-4579-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.193 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.