id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.212 Rolnummer: A. 107743/XIV-5634 Zaak: Arrest 147212 - - 01/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 20:43 Fiche Arrest nr 147.212 van 1 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.212 van 1 juli 2005 in de zaak A. 107.743/XIV-
- In zake :
- XXX,
- XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. CALEWAERT, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Belgiëlei 15B tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnen- landse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 6 mei 1955 en XXX, geboren op 31 maart 1960, beiden van XXX nationaliteit, op 13 juli 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 28 juni 2001 tot bevestiging van de beslissingen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 maart 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partijen aangetekend verstuurd op dezelfde dag; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 6 september 2001 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; XIV-5634-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 16 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 18 mei 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS die, loco Advocaat J. CALEWAERT, verschijnt voor de verzoekende partijen, van Attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partijen komen België binnen op 8 november 1999 en verklaren zich vluchteling op 9 november
- 1.
- Op 20 maart 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 28 juni 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissingen. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal ten aanzien van de eerste verzoekende partij, die de eerste bestreden beslissing uitmaakt, is als volgt gemotiveerd: “(...) Op 9 april 2001 heeft U een dringend beroep ingediend tegen de beslissing van weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten van de gemachtigde van de Minister inzake uw aanvraag tot het bekomen van het statuut van vluchteling (overeenkomstig artikel 52 van de Vreemdelingenwet). De beslissing van de gemachtigde van de Minister werd U op 30 maart 2001 ter kennis gebracht. XIV-5634-2/4 Uw beroep werd niet binnen de drie werkdagen ingediend zoals voorgeschreven door artikel 63/2, 2/ van de Vreemdelingenwet van 15 december
- U brengt evenmin een geldige reden aan die de laattijdigheid kan verklaren. Bijgevolg wordt uw beroep niet in aanmerking genomen en blijft de termijn om het grondgebied te verlaten die desgevallend werd vermeld in de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken geldig. (...).”. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal ten aanzien van de tweede verzoekende partij, die de tweede bestreden beslissing uitmaakt, is als volgt gemotiveerd: “(...) Op 9 april 2001 heeft U een dringend beroep ingediend tegen de beslissing van weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten van de gemachtigde van de Minister inzake uw aanvraag tot het bekomen van het statuut van vluchteling (overeenkomstig artikel 52 van de Vreemdelingenwet). De beslissing van de gemachtigde van de Minister werd U op 30 maart 2001 ter kennis gebracht. Uw beroep werd niet binnen de drie werkdagen ingediend zoals voorgeschreven door artikel 63/2, 2/ van de Vreemdelingenwet van 15 december
- U brengt evenmin een geldige reden aan die de laattijdigheid kan verklaren. Bijgevolg wordt uw beroep niet in aanmerking genomen en blijft de termijn om het grondgebied te verlaten die desgevallend werd vermeld in de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken geldig. (...).”.
- Overwegende dat verzoekers in een enig middel de schending aanvoeren van het recht op verdediging en van het recht om gehoord te worden; Overwegende dat verzoekers zich beperken tot een opsomming van de rechtsbeginselen die zij geschonden achten en niet aanduiden op welke wijze deze rechtsbegin- selen werden geschonden; dat zij enkel onder de hoofding “Feiten” uiteenzetten dat de Commissaris-generaal in de bestreden beslissingen niet kon stellen dat zij geen geldige reden hebben aangebracht voor het laattijdig instellen van hun dringend beroep; dat de beslissingen van de Commissaris-generaal buiten hun wil aan hun vorig adres werden betekend; dat uit het administratief dossier niet blijkt dat verzoekers de wijziging van woonplaatskeuze aangetekend naar de Commissaris-generaal hebben verstuurd; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat het middel niet beantwoordt aan een ontvankelijk middel zoals vereist door artikel 20, lid 2, 2/ van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het enig middel van verzoekers onvoldoende is uitgewerkt en bijgevolg niet tot de nietigverklaring kan leiden; dat daaraan wordt toegevoegd dat de Raad van State geen spoor vindt van de brief van 20 april 2001van verzoekers gericht naar het Commissariaat-generaal in het administratief dossier van het Commissariaat; dat de Raad bijgevolg op dit stuk geen acht kan slaan, vermits dit stuk zich niet bevindt in het dossier van de eerste verwerende partij en bijgevolg niet is bewezen dat deze partij dit stuk ontving, vermits het niet aangetekend werd verstuurd; XIV-5634-3/4
- Overwegende dat de verzoekende partijen geen middel hebben aangevoerd dat tot de nietigverklaring van de bestreden beslissingen kan leiden; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,05 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op één juli tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-5634-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.212 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.