id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.214 Rolnummer: A. 110439/XIV-6630 Zaak: Arrest 147214 - - 01/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 20:44 Fiche Arrest nr 147.214 van 1 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.214 van 1 juli 2005 in de zaak A. 110.439/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. HAANS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 8 oktober 1978 en van Wit-Russische nationaliteit, op 18 september 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 5 juli 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 februari 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 5 juli 2001; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-Afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 16 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 18 mei 2005 om 14.00 uur; XIV-6630-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. HAANS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Over de ontvankelijkheid van het beroep.
- Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis opwerpt; dat deze exceptie in het Auditoraatsverslag wordt geanalyseerd;
- Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert dat “volgens de gegevens van het Commissariaat-generaal” de kennisgeving van de beslissing plaatsvond op 9 juli 2001; dat verzoeker woonachtig was op het adres Kloosterstraat 26 te 1020 Brussel, maar dat hij noch het aangetekend schrijven, noch het bericht waaruit bleek dat dit schrijven kon worden afgehaald op het postkantoor, heeft ontvangen; dat verzoeker kennis kreeg van de bestreden beslissing toen hij op 21 augustus 2001 bij het Commissariaat- generaal informeerde naar de stand van de procedure; dat de beroepstermijn van 30 dagen reeds was verstreken; dat verzoeker een gemotiveerd verzoek heeft gericht naar het Commissariaat-generaal om de datum van kennisgeving te wijzigen in 21 augustus 2001; dat het Commissariaat-generaal, zonder motivering, weigerde het dossier te heropenen; dat verzoeker aanvoert dat uit wat voorafgaat volgt dat het Commissariaat-generaal onzorgvuldig heeft gehandeld, zowel bij de kennisgeving van de bestreden beslissing aan verzoeker, als bij het ter zijde schuiven zonder motivering van het verzoek van 24 augustus 2001 van zijn Advocaat; dat de vordering tot nietigverklaring onontvankelijk zou zijn als gevolg van gebeurtenissen die verzoeker niet kunnen worden aangerekend; dat 21 augustus 2001 als rechtsgeldige datum van kennisgeving van de bestreden beslissing moet worden aangemerkt zodat het beroep is ingesteld binnen de termijn van dertig dagen en bijgevolg ontvankelijk is;
- Overwegende dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op donderdag 5 juli 2001 aangetekend werd verstuurd naar verzoeker; dat op 6 juli 2001 een bericht werd achtergelaten bij de woonplaats van XIV-6630-2/4 verzoeker, Kloosterstraat 26 te 1020 Brussel waar hij voor de procedure in dringend beroep woonplaatskeuze had gedaan; dat de aangetekende zending niet werd afgehaald; dat de beroepstermijn begint te lopen de dag nadat de bestreden beslissing ter kennisgeving wordt aangeboden aan de woonplaats van de betrokkene, in casu dus op 7 juli 2001; dat dit bij afwezigheid gepaard gaat met het achterlaten in de brievenbus van een bericht van aanbieding; dat de afwezigheid van de geadresseerde op de gekozen woonplaats de termijn om beroep in te stellen stuit noch schorst; dat de beroepstermijn van openbare orde is; dat het verzoekschrift door verzoeker werd ingediend op 18 september 2001; Overwegende dat overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 3 en 20 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de beroepen op straffe van niet- ontvankelijkheid moeten worden ingediend binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing; dat uit de vergelijking van de twee voornoemde data (7 juli 2001 en 18 september 2001) blijkt dat de laatst nuttige dag om het verzoekschrift aangetekend te versturen maandag 6 augustus 2001 was, zodat het verzoekschrift laattijdig werd ingediend en de ingestelde vordering niet ontvankelijk is; Overwegende dat de Advocaat van verzoeker ter terechtzitting van 18 mei 2005 geen opmerkingen heeft geformuleerd betreffende de analyse van deze exceptie in het Auditoraatsverslag; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot nietigverklaring wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-6630-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op één juli tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-6630-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.214 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.