id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.219 Rolnummer: A. 163820/XIV-22932 Zaak: Arrest 147219 - - 03/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-06 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 20:45 Fiche Arrest nr 147.219 van 3 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.219 van 3 juli 2005 in de zaak A. 163.820/XIV-22.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij: Advocaat J. KAVARUGANDA, rue de la Rosée, 9 1070 BRUSSEL. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij: Advocaat C. DECORDIER, Harlekijnstraat, 9 9041 OOSTAKKER. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 13 december 1978 en van Egyptische nationaliteit, op 3 juli 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 1 juli 2005 en van de beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van dezelfde datum, aan de verzoekende partij op dezelfde datum ter kennis gebracht; Gelet op de beschikking van 3 juli 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 juli 2005 om 12.00 uur; XIV-22.932-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. KAVARUGANDA, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat G. COOLSAET, die loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 1.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker wordt gerepatrieerd naar Caïro op 3 juli 2005, zodat is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2; 1.
- Overwegende dat, wat de tweede voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 2, 3, 2/, 62, van de wet van 15 december 1980 op de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging, en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen; dat hij daaraan toevoegt dat het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3 van het E.V.R.M. werden geschonden; Overwegende dat uit de eerste bestreden beslissing en uit de gegevens van het administratief dossier blijkt dat verzoeker, naar aanleiding van de grenscontrole een bijzonder onduidelijk reismotief opgeeft, hij zou met name voor enkele dagen naar Brussel komen, terwijl hij niets kan vertellen over Brussel, hij een folder voorlegt die handelt over Duitsland, waarvan hij meent dat deze folder betrekking heeft op Brussel; dat hij geen documenten voorlegt die het doel van zijn reis staven; dat hij in het bezit is van een open ticket en een koffer vol met kledij bij zich heeft; XIV-22.932-2/4 Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift, derhalve twee dagen na zijn aankomst, beweert maar niet bewijst dat hij naar België komt om een vriend te bezoeken, die luistert naar de naam F. DARWISH, die woonachtig zou zijn te Turnhout, Kwakkelstraat, nr. 5; dat evenwel in het administratief dossier geen spoor wordt aangetroffen van deze persoon; dat verzoeker evenmin een uitnodiging van deze zogenaamde vriend voorlegt en zijn identiteit en adres niet bewijst aan de hand van een visitekaart of van enig ander document; dat zelfs als kan worden aangenomen dat artikel 3 van de Vreemdelingen- wet geen termijn voorziet om zijn reisdoel te bewijzen het met het redelijkheidsprincipe en het normdoel van voornoemd artikel strookt dat het werkelijke reisdoel hetzij bij de grenscontrole, hetzij onmiddellijk nadien wordt aangetoond aan de hand van bewijskrachti- ge stukken, wanneer, zoals in casu er ernstige twijfels bestaan over het werkelijke reisdoel van een reiziger die zich aanbiedt bij de grenscontrole; dat zelfs al is een verzoeker zoals in casu, in het bezit van een op het eerste gezicht rechtsgeldig visum, de verwerende partij over een appreciatiebevoegdheid beschikt, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 3, alinea 1,3/ van de Vreemdelingenwet; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt, dat de motivering van de eerste bestreden beslissing op het eerste gezicht pertinent, afdoende en draagkrachtig is, omdat verzoeker er niet in slaagt zijn werkelijk reisdoel te bewijzen; Overwegende dat het zorgvuldigheidsbeginsel op het eerste gezicht niet werd geschonden, vermits de verwerende partij rekening heeft gehouden met alle relevante elementen van het administratief dossier om haar beslissingen te nemen; Overwegende dat wat de beweerde schending van artikel 3 van het E.V.R.M. betreft, dit artikel niet werd geschonden, nu verzoeker niet aantoont dat hij, bij de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen het slachtoffer zou worden van handelingen waarbij hem op doelbewuste wijze hevige pijn of ernstig leed van fysieke of psychische aard zou worden toegebracht; Overwegende dat de tweede bestreden beslissing rechtstreeks voortvloeit uit de eerste bestreden beslissing, waarbij de tweede bestreden beslissing enkel kan worden beoordeeld door de Raadkamer van de bevoegde Correctionele Rechtbank, vermits het gaat om een vrijheidsberovende maatregel; Overwegende dat het enig middel niet ernstig is en dat niet is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2; XIV-22.932-3/4 1.
- Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, uit het verzoekschrift blijkt dat het in wezen gaat om een financieel nadeel, dat per definitie niet moeilijk ter herstellen is; dat bijgevolg niet is voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§1 en 2, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. XIV-22.932-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.219 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.