← België

Arrest 147284 - - 05/07/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.284 Rolnummer: A. 116153/IX-3204 Zaak: Arrest 147284 - - 05/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 20:54 Fiche Arrest nr 147.284 van 5 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.284 van 5 juli 2005 in de zaak A. 116.153/IX-

  1. In zake : Ronald VERMEULEN, wonende te GENT, Rodelijvekensstraat 40 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegen- woordigd door de afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ronald VERMEULEN op 28 januari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 28 november 2001 van SELOR waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor de mondelinge proef en alzo voor het vergelijkend examen nr. ANG99810 betreffende de samenstelling van een wervingsreserve van ambtenaren van de vierde administratieve klasse van de kanselarijcarrière voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; Gelet op het arrest nr. 112.528 van 13 november 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 16 december 2002 door verzoeker; IX-3204-1/5 Gelet op de beschikking van 29 maart 2002 waarbij aan verzoeker het voordeel van de gedeeltelijke kosteloze rechtspleging van 50 % wordt verleend voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gelet op de beschikking van 28 januari 2003 waarbij aan verzoeker het voordeel van de gedeeltelijke kosteloze rechtspleging voor 50 % wordt verleend voor wat de vernietigingsprocedure betreft; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 3 februari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 12 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3204-2/5
  2. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak uiteengezet zijn in het arrest nr. 112.528 van 13 november 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wegens ontstentenis van een ernstig middel verworpen wordt;
  3. Overwegende dat verzoeker de vernietiging nastreeft van de beslissing waarbij hij niet geslaagd verklaard is in het examen nr. ANG99810, waarmee een wervingsreserve van ambtenaren van de vierde administratieve klasse werd samengesteld; dat volgens het examenreglement die wervingsreserve twee jaar geldig blijft; dat verzoeker niet betwist dat de wervingsreserve verstreken is sinds 4 juni 2002; 2.
  4. Overwegende dat verzoeker enkel de vernietiging gevorderd heeft van zijn eigen examenuitslag en niet van de uitslag van de geslaagde kandidaten, van de wervingsreserve of van de benoeming van de laureaten, hoewel die beslissingen het eindpunt vormden van de benoemingsprocedure waarvan hij uitgesloten is geworden; dat verzoeker ook geen middel aanvoert dat de Raad van State ertoe kan brengen het examen in zijn geheel te vernietigen; dat aldus, ingeval verzoeker na een vernietiging alsnog zou slagen in het laatste gedeelte van het examen, hij niet meer benoemd kan worden; dat zijn initieel belang bij het annulatieberoep teloorgegaan is; 2.2.
  5. Overwegende dat verzoeker, ondervraagd over zijn actueel belang, uiteenzet dat een vernietigingsarrest fictief de toestand herstelt zoals die bestond op 31 mei 2000, de dag waarop hij de laatste proef van het examen aflegde en waarop hij nog wel in de werfreserve opgenomen kon worden, zodat de verwerende partij het verval van de werfreserve tegen hem niet kan inroepen; dat volgens hem elke andere redenering tot de conclusie noopt dat hij geen eerlijk proces in de zin van artikel 6.
  6. EVRM heeft gekregen aangezien dan “het winnen of verliezen van een proces in de praktijk hetzelfde resultaat oplevert”; 2.2.
  7. Overwegende dat een vernietigingsarrest de partijen fictief terugplaatst op het ogenblik dat de vernietigde beslissing genomen werd; dat zulks IX-3204-3/5 niet belet dat het bestuur het oorspronkelijk beoogde rechtsherstel slechts kan verlenen wanneer de inmiddels definitief gevestigde rechtstoestanden die op de bestreden beslissing gevolgd zijn, dit niet verhinderen; dat aldus in dit geval, aangezien verzoeker de uitslag van de laureaten van het examen definitief heeft laten worden en de wervingsreserve verstreken is, het bestuur geen ruimte heeft om hem, bij welslagen in het laatste examengedeelte, alsnog in een betrekking aan te stellen; dat het bestuur in ieder geval die vaststelling zal moeten maken en dat de omstandig- heid dat de Raad van State daar, met toepassing van de wettelijke bepalingen die zijn eigen werking regelen, gevolgen aan verbindt ten aanzien van het voordeel dat een vernietiging nog voor verzoeker kan opleveren, niets te maken heeft met de vraag of hij een eerlijk proces heeft gekregen; 2.
  8. Overwegende dat verzoeker ook nog van oordeel is dat hij op grond van een vernietigingsarrest bij de rechtbanken een eis tot schadeloosstelling kan indienen om van de FOD Buitenlandse Zaken de betaling te verkrijgen van het loon en de vergoedingen die hij wegens het bestreden besluit heeft moeten derven; dat dergelijk belang, dat niet gericht is op het herstel van de wettigheid maar op het gegrond horen verklaren van een middel en de vaststelling van een fout van het bestuur, een onrechtstreeks belang vormt dat niet volstaat om alsnog het belang van verzoeker te schragen; 2.
  9. Overwegende dat ambtshalve wordt vastgesteld dat niet voldaan is aan de voorwaarde van het actueel belang; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. IX-3204-4/5 De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3204-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.284 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.112.528 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.