← België

Arrest 147325 - - 05/07/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.325 Rolnummer: A. 112466/XIV-7204 Zaak: Arrest 147325 - - 05/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-13 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 21:08 Fiche Arrest nr 147.325 van 5 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.325 van 5 juli 2005 in de zaak A. 112.466/XIV-

  1. In zake :
  2. XXX,
  3. XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. DETHEUX, kantoor houdende te 1050 ELSENE, Rue du Mail 13-15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 25 juni 1970, en XXX, geboren op 26 juni 1978, beiden van Palestijnse nationaliteit, op 24 oktober 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de bevelen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 28 september 2001 om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 7 december 2001 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-7204-1/3 Gelet op de beschikking van 14 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 1 juni 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. WOLSEY die, loco Advocaat A. DETHEUX, verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  5. De verzoekende partijen komen België, via Zaventem, binnen op 8 september 2001 en verklaren zich vluchteling op dezelfde datum. 1.
  6. Op 12 september 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van toegang met terugdrijving. 1.
  7. Op 28 september 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissingen. De verzoekende partijen dienden tegen deze beslissingen een beroep in bij de Raad van State, gekend onder het nr. 112.050/XIV-
  8. 1.
  9. Op 28 september 2001 werden aan de verzoekende partijen de bevelen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken om het grondgebied van het Rijk te verlaten ter kennis gebracht. Dit zijn de bestreden beslissingen, waarvan de motivering telkens luidt als volgt: “Reden van de beslissing: Art. 7 al. 1,1/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen: Betrokkene verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten (noch paspoort, noch visum).” Overwegende dat uit de samenlezing van de gegevens van het administratief dossier met de inhoud van de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 17 mei 2005 blijkt dat de verzoekende partijen een tweede asielaanvraag hebben ingediend XIV-7204-2/3 op 9 augustus 2002 die op 22 augustus 2002 door de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken ontvankelijk werd verklaard; dat de verzoekende partijen op 22 oktober 2002 in het bezit werden gesteld van een immatriculatieattest geldig tot 20 juli 2005 in afwachting van een beslissing ten gronde van de Commissaris-generaal voor de vluchteling- en en de staatlozen; dat de verzoekende partijen aldus een tijdelijke verblijfsvergunning hebben bekomen, die verlengbaar is; dat voornoemde brief aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen ter zitting van woensdag 1 juni 2005 en dat de Advocaat van de verzoekende partijen hierop repliceert dat het beroep tot nietigverklaring tegen de thans bestreden beslissingen die onder punt 1.4.van huidig arrest worden weergegeven, zonder voorwerp is geworden, wat door het Auditoraat wordt beaamd; Overwegende dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp moet worden verklaard, zoals hierna bepaald, BESLUIT: Artikel
  10. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden zonder voorwerp verklaard. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 347,05 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET . D. MOONS. XIV-7204-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.325 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.