id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.428 Rolnummer: A. 129048/XIV-12491 Zaak: Arrest 147428 - - 07/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 21:31 Fiche Arrest nr 147.428 van 7 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.428 van 7 juli 2005 in de zaak A. 129.048/XIV-12.
- In zake : XXX alias XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. BOULBOULLE-KACZOROWSKA, kantoor houdende te 4621 FLERON, rue Bureau 87 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX alias XXX, van Wit-Russische nationaliteit, op 4 november 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 3 oktober 2002 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 29 juli 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 19 november 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 december 2004; XIV-12.491-1/5 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. SPELEERS die, loco Advocaat J. BOULBOULLE-KACZOROWSKA verschijnt voor de verzoekende partij en van Adjunct-adviseur M. HUYGHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- XXX alias XXX, van Wit-Russische nationaliteit, is België binnengekomen op 16 juli 2002 en heeft zich op dezelfde dag vluchteling verklaard. 1.
- Op 29 juli 2002 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 3 oktober 2002 neemt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissing tot bevestiging van deze beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken. De motivering van deze beslissing luidt als volgt: “(...) Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt een kopie van deze beslissing. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag onontvankelijk is. U heeft immers, zonder geldige reden, geen gevolg gegeven binnen de maand aan de oproeping noch aan de vraag om inlichtingen vervat in de brief die u aangetekend werd verstuurd op 8 augustus 2002 op uw gekozen woonplaats. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de vijf dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.). (...).”.
- Over de gegrondheid van het beroep. XIV-12.491-2/5 2.
- Overwegende dat verzoekster als enig middel aanvoert: “Moyen pris de la violation des articles 52 paragraphe 2 4/ et de l'article 2 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l’établissement et l'éloignement des étrangers, de l'erreur d' appréciation, de l'excès de pouvoirs, de la violation des principes généraux relatives aux droits de la défense en ce que la partie adverse motive incorrectement sa décision, Attendu que l'article 52 paragraphe 2, 4/ de la loi précitée prescrit: “Le Ministre ou son délégué peut décider que l'étranger qui est entré dans le Royaume sans satisfaire aux conditions fixées par l'article 2, qui se déclare réfugié et demande à être reconnu comme tel, ne sera pas admis à séjourner en qualité dans le Royaume (...) 4/ si l'étranger ne donne pas suite , sans motif valable, à une convocation ou à une demande de renseignements dans le mois de son envoi”; L'article 62 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers stipule notamment que: “Les décisions administratives sont motivées” Attendu qu'en l'espèce le Commissariat Général a convoqué la requérante, n'ayant pas réceptionné la convocation et qu'elle n'a pas pu se présenter à celle-ci; Attendu que cette non réception du courrier et la non présentation qui en résulte sont indépendants de la volonté de la requérante; Qu'en effet, ayant introduit la demande d'asile, la requérante s'est vue désigner un lieu obligatoire d'inscription à savoir l'initiative locale de l'emploi de Soumagne; Que cette structure, organisée par l’Etat avec collaboration du Centre Public d'Aide Sociale, s'est chargé d'assurer à la requérante un logement dans ses propres installations; Qu'ainsi, il a été renseigné à la requérante comme adresse de l'inscription : Rue des Combattants 14/1 à 4630 SOUMAGNE; Que, toutefois, le CPAS a signalé également comme l'adresse officielle: Rue des Combattants 14/2 à 4630 SOUMAGNE; Qu'en réalité, la requérante a beaucoup de mal à obtenir une précision quant à l'adresse exacte à laquelle elle a été logée par l'initiative d'accueil; Que, la requérante n'ayant pas le libre choix ni de domicile ni de conditions dans lesquelles elle est logée (les boites aux lettres ne sont pas signalées), celle -ci ne peut être responsable du fait que le courrier qu'il lui a été adressé par le Commissariat n'est pas arrivé à destination; Or, la décision prise par le Commissariat est d'une telle gravité que, les motifs qui la soutiennent ne peuvent être acceptés; Ceci d'autant, que le Commissariat est en possession de notes prises lors de l'audition de la requérante à l'Office des Etrangers, notes, qui relèvent le caractère sérieux de la crainte invoquée; Qu’ainsi, la décision doit être annulée;”; 2.2.
- Overwegende dat verzoekster niet ontkent dat zij geen gevolg heeft gegeven aan de vraag om inlichtingen; dat verzoekster stelt dat zij door het OCMW gedwongen werd om woonplaatskeuze te doen aan de rue des Combattants 14/1 te Soumagne; dat het OCMW echter ook als adres heeft opgegeven: rue des Combattants 14/2; dat verzoekster derhalve geen duidelijkheid had over het adres dat haar werd toegewezen; dat zij verder stelt dat zij de oproepingsbrief niet kon ontvangen omdat de brievenbussen niet aangeduid zijn; 2.2.
- Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat verzoekster voor de asielprocedure uitdrukkelijk woonplaats heeft gekozen aan de rue des Combbattants 14/1; dat de oproepingsbrief aldus naar het door verzoekster gekozen adres werd verstuurd; dat bovendien blijkt dat verzoekster de betekening van de bestreden beslissing wel degelijk op hetzelfde adres heeft ontvangen; dat verzoekster haar beweringen XIV-12.491-3/5 met betrekking tot de onduidelijkheid omtrent haar adres met geen enkel element staaft; dat verzoekster derhalve niet aannemelijk maakt dat de wijze van oproeping door het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen behept is met een onwettigheid; 2.2.
- Overwegende dat de aanvraag onontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 52, § 2, 4/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); dat indien de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen vaststelt dat hij wordt gehinderd om zijn opdracht uit te voeren, door het niet verschijnen van verzoekster of door het niet indienen van de gevraagde inlichtingen, hem geen andere mogelijkheid rest, gelet op de afwezigheid van verklaringen die de stelling van de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde zouden kunnen weerleggen, dan diens beslissing te bevestigen, zonder uitspraak te doen over de gegrondheid van de zaak; dat het enig middel niet gegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juli tweeduizend en vijf, door : XIV-12.491-4/5 de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-12.491-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.428 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.