id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.557 Rolnummer: A. 151642/X-11880 Zaak: Arrest 147557 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 11/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 21:50 Fiche Arrest nr 147.557 van 11 juli 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.557 van 11 juli 2005 in de zaak A. 151.642/X-11.880 In zake : Walter VAN WAUWE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan VAN RYSWYCKLAAN 16 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Walter VAN WAUWE op 10 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 16 januari 2004 houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur : "gecontroleerd overstromingsgebied met natuurverwevingsgebied Kruibeke-Bazel-Rupelmonde", bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 februari 2004; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-11.880-1/8 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BOSQUET die, loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 17 juni 1996 en 1 juni 1999, de tuin achter de woning van verzoeker, gelegen te Bazel, Blauwe Gaanweg 57, kadastraal bekend Sectie B, nr. 900 h, bestemt tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied met in overdruk de letters "GH", d.i. "gecontroleerd overstromingsgebied"; dat de Vlaamse regering bij besluit van 9 mei 2003 het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "gecontroleerd overstromingsgebied Kruibeke-Bazel-Rupelmonde" voorlopig heeft vastgesteld; dat verzoekers tuin in dezelfde mate wordt bestemd tot "gebied voor waterbeheersing"; dat van 2 juni 2003 tot 31 juli 2003 een openbaar onderzoek over het ontwerpplan wordt gehouden; dat er naar aanleiding van dit openbaar onderzoek 119 bezwaarschriften worden ingediend, waaronder één door verzoeker; dat de gemeenteraad van de gemeente Kruibeke bij besluit van 21 juli 2003 een ongunstig advies heeft verstrekt over het ontwerpplan; dat de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening op 28 oktober 2003 een voorwaardelijk gunstig advies heeft verleend over het ontwerpplan; dat de Vlaamse regering bij het thans bestreden besluit van 16 januari 2004 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische structuur : "gecontroleerd overstromingsgebied met natuurverwevingsgebied Kruibeke-Bazel- Rupelmonde" definitief heeft vastgesteld; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen X-11.880-2/8 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoekende partij wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, aanvoert wat volgt : "2. Door de definitieve vaststelling van het GRUP in kwestie wordt meer dan de helft de tuin van verzoekende partij bestemd tot waterbeheersingsgebied (WB), waarop 'waterbeheersingswerken zoals dijkjes, kleppen, pompgemalen, ... kunnen worden vergund' (...). Niette(ge)nstaande het bestreden besluit de impact van de bestemming WB op de percelen in kwestie minimaliseert, blijkt uit de toelichtingsnota wel degelijk dat met het WB ruimte gecreëerd wordt voor water, m.i.v. van overstromingsgebieden en wachtbekkens. In de toelichtingsnota (bijlage III) bij het definitief vastgesteld GRUP wordt bij artikel 2. Gebied voor waterbeheersing met name het volgende gesteld (...) : 'Het gebied moet bestemd worden als gebied voor waterbeheersing waarbij : - Het begrip waterbeheersing moet versta(
- an)worden in de normale taalkundige betekenis van het woord. Daaronder zijn begrepen alle werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen om het verloop van grond- en oppervlaktewater te regelen om enerzijds ongewenste overstromingen en wateroverlast van gebouwen en constructies buiten de al of niet natuurlijke overstromingsgebieden en anderzijds het voorzien van voldoende water voor de diverse functies mogelijk te maken. Een niet limitatieve lijst van voorbeelden van zulke werken, handelingen en voorzieningen en inrichtingen bevat : het creëren van ruimte voor water (via overstromingsgebieden, wachtbekkens of waterpartijen en de bijhorende (...) dijken, stuwen, sluizen, afwateringsconstructies, ... - [...]' Het is derhalve overduidelijk dat meer dan de helft van de tuin van verzoekende partij wordt herbestemd tot een gebied dat volledig in functie staat X-11.880-3/8 voor waterbeheersing, met mogelijkheid van het creëren van ruimte voor water via overstromingsgebieden, wachtbekkens of waterpartijen en de bijhorende dijken), stuwen, sluizen, afwateringsconstructies etc... . Dat er volgens de stedenbouwkundige voorschriften onder bepaalde voorwaarden eveneens tuinhuisjes kunnen vergund worden, doet niets af aan het feit dat het in essentie gaat om een gebied waar ruimte voor water gecreëerd wordt. Men kan overigens niet inzien hoe men een tuinhuisje kan vergunnen in een gebeurlijk wachtbekken of overstromingsgebied of waterpartij. Het stedenbouwkundig voorschrift heeft het overigens enkel over tuinhuisje, zodat andere constructies in de tuinzone hoe dan ook uitgesloten zijn (b.v. veranda, serres, wintertuin, ...). Zeer terecht heeft verzoeker, samen met andere eigenaars van tuinen in de Blauwe Gaanweg en hierin gevolgd door de VLACORO, dan ook bezwaren gemaakt tegen de opname van zijn tuin in het WB met de mogelijkheid dat waterreservoirs/aquariums letterlijk tot hun achterdeur reiken, met de volgende risico's en ernstige nadelen tot gevolg : - risico op waterschade aan de huizen; - oververzadigde gronden door het opgevangen water in de desbetreffende percelen betekent een verhoogd risico voor waterschade in de huizen; - waardevermindering van de eigendom op en grenzend aan de percelen opgenomen in het GRUP als WB; - onduidelijkheid over de kwaliteit van het water dat opgevangen wordt (oppervlaktewater, rioolwater, ...?) zodat er niet de minste garantie bestaat dat er geen geuroverlast zal zijn in de tuin; - risico op verhoogde concentratie van insecten en ongedierte (b.v. ratten). Het ernstige nadeel vloeit onmiddellijk voort uit de definitieve vaststelling van het GRUP, waarbij immers de bestemming WB definitief wordt vastgesteld waarnaar de vergunningverlenende overheden zich dienen te richten. Er kan bijgevolg niet worden beweerd dat het MTHEN slechts zou ontstaan door het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning en/of milieuvergunning voor waterbeheersingswerken. 3. Tot slot van rekening geldt er op het waterbeheersingsgebied eveneens een recht van voorkoop in de zin van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (artikel 2.2 stedenbouwkundige voorschriften), derwijze dat de beschikkingsbevoegdheid van verzoekende partij met betrekking tot zijn eigendom wordt ingeperkt. 4. Daarenboven loopt het MTHEN van verzoekende partij voor een deel gelijk met datgene dat de gemeente Kruibeke moet ondergaan. Bij de aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied wordt het landschap onherroepelijk verminkt. Door de aanleg van de ringdijk verdwijnt minstens 16 ha bos dat biologisch zeer waardevol is. Door dit biotoopverlies zal de fauna en flora verdwijnen. Het is onaanvaardbaar dat er door dit waardevol gebied een ringdijk wordt gebouwd waardoor de polder een eiland zal worden, afgesloten van de rest van Kruibeke, dit ter realisatie van de aan de Europese Commissie aangemelde natuurcompensatie voor de aanleg van het Deurganckdok. Bij de aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied wordt recreatie onmogelijk gemaakt. Vissen aan de Rupelmondse kreek wordt onmogelijk. Het vuile Scheldewater zal immers vissterfte veroorzaken in de kreek en de kleinere visputten. De polder zal slecht toegankelijk zijn. De mogelijkheden voor wandelaars en fietsers zullen sterk beperkt worden, dit terwijl de polder van Kruibeke de enige plaats is in de wijde regio waar nog aan recreatie kan gedaan worden. Het gebied wordt enkel nog toegankelijk via enkele dijken. Bij de aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied - werken die jaren zullen duren - zal de gemeente Kruibeke voortdurend hinder ondervinden van X-11.880-4/8 lawaai : vrachtwagens die aan en af rijden, bulldozers die dijken leggen, werfwegen effenen, verkeer zal omgeleid worden. 5. Tenslotte dient uitdrukkelijk gewezen te worden op de rechtsonzekerheid die in het leven wordt geroepen door de definitieve vaststelling van een GRUP vooraleer er door de Vlaamse Regering een (nieuw) Inrichtingsbesluit is goedgekeurd met de stedenbouwkundige voorschriften (en hun grafische weergave) die in een RUP kunnen gehanteerd worden. Zoals aangetoond in het eerste middel kan de door de decreetgever beoogde uniformiteit van de uitvoeringsplannen enkel gegarandeerd indien er een algemene lijst (Nieuw Inrichtingsbesluit) wordt goedgekeurd met de stedenbouwkundige voorschriften waarnaar de RUP's zich kunnen richten, met dien verstande dat gemeentelijke RUP's - en uitzonderlijk provinciale en gewestelijke RUP's - nieuwe voorschriften in het leven kunnen roepen die enerzijds een nieuwe gebiedscategorie invoeren of anderzijds bestaand(
- e)stedenbouwkundig(
- e)voorschriften uit het Nieuw Inrichtingsbesluit aanvullen. Indien men - zoals in casu het geval lijkt te zijn - de omgekeerde weg bewandelt (eerst RUP's goedkeuren en dan een Nieuw Inrichtingsbesluit), kan men onmogelijk de uniformiteit en compatibiliteit van de verschillende RUP's garanderen, aangezien er reeds een amalgaam van verschillende voorschriften en gebiedscategorieën in het leven is geroepen in verschillende RUP's vooraleer er algemene voorschriften en gebiedscategorieën zijn vastgesteld. Enkel de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan de garantie van de uniformiteit van de uitvoeringsplannen bewerkstelligen. 6. Ten overvloede dient benadrukt te worden dat het MTHEN mede volgt uit de ernst der middelen."; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota het volgende repliceert : "2. Als gevolg van de dramatische overstromingen in 1976 besliste de Ministerraad in 1977 om het zogenaamde SIGMA-plan om het Schelde-estuarium te beveiligen tegen overstromingen, uit te voeren. Dat SIGMA-plan had tot doel een hoog veiligheidsniveau langsheen de Schelde en haar zijrivieren te realiseren door enerzijds dijkversterkingen en verhogingen uit te voeren en anderzijds door het inrichten van gecontroleerde overstromingsgebieden. De aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied door middel van het bestreden besluit is derhalve een werk ter beveiliging tegen overstromingen. Het is de laatste fase van het SIGMA-plan. Het komt dan ook de gemeente KRUIBEKE en haar inwoners en omgeving enkel ten goede. In antwoord op de vrees voor de veiligheid van de bevolking en de schade aan de bewoningen werd in het advies van VLACORO verwezen naar het uitvoerig hydrologisch onderzoek dat aan dit RUP voorafging. 'De Afdeling Water en Zeewezen (AWZ) van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur deelde met betrekking tot deze vraag aan VLACORO mee dat in het kader van de bouwvergunningsaanvraag voor de ringdijk door ECOROM N.V. een studie werd uitgevoerd met betrekking tot de afwatering van de Barbierbeek en de waterlopen ten noorden en ten zuiden van de Barbierbeek. In het kader van het op te maken Integraal Plan, en de erop volgende MER-procedure die moeten toelaten om de verdere vereisten bouwvergunningen te bekomen, werd door de Afdeling Waterbouwkundig Laboratorium en Hydrologisch Onderzoek (AWZ) de afwatering van de Barbierbeek en de waterlopen ten noorden en ten zuiden van de Barbierbeek X-11.880-5/8 verder verfijnd. Op basis van de gedane studies kan gesteld worden dat de gebieden voor waterbeheersing verzekeren dat er voldoende ruimte is om de afwatering van het achterliggend gebied op een veilige manier te realiseren. Bij de inrichting van die gebieden wordt door AWZ gegarandeerd dat de nodige maatregelen zullen worden getroffen om de bebouwing in de buurt van die gebieden van wateroverlast te vrijwaren.' (advies VLACORO pag. 6-g pag. 8-9 onder kader 5). Het door verzoekende partij ingeroepen nadeel en risico's houden dan ook geen rekening met het uitvoerig hydrologisch onderzoek en de resultaten hiervan. De door verzoekende partij ingeroepen nadelen zijn dan ook niet realistisch minstens hypothetisch en zeker niet rechtstreeks voortvloeiend uit het bestreden besluit zelf. 3. In antwoord op de zogenaamde natuurschade en verdwijning van de fauna en flora, kan worden opgemerkt dat het bestreden besluit juist voorziet in natuurcompensatie weidevogelgebied. Ter compensatie van een natuurschade ten gevolge van de aanleg van het Deurganckdok, moet de natuurcompensatie weidevogelgebied volgens art. 2, 5/ van het Decreet van 14 december 2001 gelegen zijn in een gecontroleerd overstromingsgebied. Om de compensatie te Kruibeke te kunnen realiseren moet een gecontroleerd overstromingsgebied (deels met gereduceerd getij) worden aangelegd in de polders van Kruibeke, Bazel en Rupelmonde en dient daarbinnen via aangepast beheer een weidevogelgebied ingericht te worden. 'De belangrijkste doelstellingen die in dit gebied zullen gerealiseerd worden zijn het van 's lands belang verhogen van de veiligheid in het Zeescheldebekken tegen ongewenste overstromingen, het verhogen van de interne samenhang tussen de aanwezige natuurwaarden, het verstevigen van het ruimtelijk belang van de vallei, het bufferen van de natuurfunctie, het ontwikkelen van slikken en schorren onder getijdeninvloed en het realiseren van broedgebied voor weidevogels. Zacht recreatief medegebruik wordt eveneens voorzien.' (...). 4. De door verzoekende partij aangehaalde schending van het rechtszekerheidsbeginsel maakt het voorwerp uit van het tweede middel en werd reeds hoger weerlegd. Waar dit middel als niet-ernstig dient te worden beschouwd, kan dit vanzelfsprekend evenmin gelden als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel."; Overwegende dat verzoeker in eerste instantie nadelen aanvoert die volgens hem voortvloeien uit de bestemming "waterbeheersingsgebied (WB)" die het bestreden besluit aan meer dan de helft van zijn tuin geeft; dat bij het onderzoek van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel ook rekening dient te worden gehouden met de voorheen vastgestelde bestemming van het plangebied; dat blijkt dat het betrokken gebiedsdeel krachtens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Sint-Niklaas- Lokeren, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 17 juni 1996 en 1 juni 1999, reeds was bestemd tot "gecontroleerd overstromingsgebied" (letters "GH" in overdruk); dat dit gebiedsdeel aldus volgens de voorheen geldende bestemmingsvoorschriften reeds een "gecontroleerde overstromingsfunctie" had; dat een eventuele schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit derhalve de toestand, wat de nadelen betreft die door verzoeker worden toegeschreven aan de aan een deel van zijn X-11.880-6/8 eigendom gegeven bestemming "waterbeheersingsgebied (WB)", ongewijzigd laat; dat deze nadelen niet dienstig kunnen worden ingeroepen; Overwegende, in zover verzoeker aanvoert dat het voorkooprecht zijn beschikkingsbevoegdheid met betrekking tot zijn eigendom inperkt, dat hij geen concrete gegevens bijbrengt waaruit blijkt dat hij het voornemen heeft om binnen afzienbare tijd zijn eigendom te vervreemden zonder daarbij te vallen onder de uitzonderingsgevallen bepaald in artikel 64 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, en dat een eventueel vernietigingsarrest alleszins te laat zou komen; dat verzoeker bovendien niet verduidelijkt waarin voor hem als verkoper het ernstig nadeel is gelegen indien eventueel van het recht van voorkoop gebruik zou worden gemaakt; Overwegende voorts dat het nadeel rechtstreeks en persoonlijk moet zijn; dat een verzoeker zich niet kan beroepen op nadelen die aan derden kunnen worden berokkend; dat de uiteenzetting met betrekking tot verminking van het landschap, biotoopverlies en het onmogelijk maken van recreatie nadelen zijn die, indien zij zich zouden voordoen, de algemeenheid van de bevolking van het betrokken gebied treft; dat verzoeker nalaat concreet aan te geven op welke wijze deze nadelen op hem persoonlijk kunnen worden betrokken; Overwegende ten slotte dat de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen, met name dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, twee afzonderlijk en cumulatief te vervullen voorwaarden zijn; dat het in voorkomend geval voorhanden zijn van ernstige middelen op zich niet aantoont dat ook aan de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is voldaan; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.880-7/8 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.880-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div