← België

Arrest 147560 - - 11/07/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.560 Rolnummer: A. 151941/XIV-19632 Zaak: Arrest 147560 - - 11/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 21:51 Fiche Arrest nr 147.560 van 11 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.560 van 11 juli 2005 in de zaak A. 151.941/XIV-19.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat V. DE MEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Justitiestraat 25, bus 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 19 mei 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 4 mei 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij haar beroep tegen de weigering van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen om haar als vluchteling te erkennen, onontvankelijk wordt verklaard; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-19.632-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat V. DE MEY verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegrondheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 57 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), verzoekster aanvoert dat haar beroep laattijdig is wegens overmacht, met name omdat zij nooit daadwerkelijk kennis heeft genomen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, dat zij namelijk in een sociaal appartement woont, haar post regelmatig verloren gaat en haar niet wordt aangeboden, “dat de post evenmin de moeite neemt om bestelling daadwerkelijk aan te bieden, doch liever (e)en kaartje op de stapel post in de gang achterlaat”, dat zij door het OCMW op de hoogte werd gebracht dat er een beslissing was tussengekomen, zij zich onmiddellijk naar Brussel begaf om de beslissing in ontvangst te nemen en hierna beroep aantekende, en dat zij vanzelfsprekend geen bewijs kan voorbrengen dat de post in haar appartementsgebouw niet correct wordt verdeeld en aangetekende zendingen in het geheel niet op correcte wijze worden aangebo- den; 1.
  4. Overwegende dat, zo verzoekster al op ontvankelijke wijze aanduidt welk onderdeel van het door haar aangevoerde artikel 57 van de Vreemdelingenwet zij geschonden acht, het uitsluitend ter beoordeling van de feitenrechter staat of er overmacht aanwezig is; dat uit geen enkel stuk -ook niet uit het verslag van de zitting- kan worden afgeleid dat verzoekster zich voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen op overmacht zou hebben beroepen; dat zij in de beroepsakte zich ertoe beperkte te stellen dat zij “op 16.12.2003 in kennis (werd) gesteld van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dd. 20.10.2003"; dat niettegenstaande zij daartoe de mogelijkheid had, mede gelet op de beschikking van 1 april 2004, waarbij verzoekster ervan op de hoogte werd gebracht dat de gemachtigde bijzitter van de Tweede Nederlandse Kamer besliste het beroep zelf te behandelen als alleenrechtsprekend lid omdat “het beroep onontvankelijk voorkomt wegens laattijdigheid”, uit geen enkel dossierstuk kan worden afgeleid dat verzoekster voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zou hebben laten gelden dat het te laat indienen van haar beroep te wijten was aan een verkeerde XIV-19.632-2/3 handelwijze of nalatigheid vanwege de post; dat dit gegeven niet voor het eerst voor de Raad van State kan worden aangevoerd; dat het enig middel moet worden verworpen;
  5. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-19.632-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.560 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.