id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.569 Rolnummer: A. 110088/X-10548 Zaak: Arrest 147569 - - 11/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-19 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 21:53 Fiche Arrest nr 147.569 van 11 juli 2005 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.569 van 11 juli 2005 in de zaak A. 110.088/X-10.
- In zake : Patrick ARICKX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. ROTSAERT, kantoor houdende te 8510 MARKE-KORTRIJK, Pieter Breughelstraat 25 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Bevrijdingslaan 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Patrick ARICKX op 10 september 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : "
- het ministerieel besluit van 11 juni 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken, houdende bescherming als monument, stads- en dorpsgezicht van onder meer als monument het "Strichtensgoed", eigendom van verzoeker, gelegen te 8700 Tielt (Kanegem) en er op het kadaster gekend onder Tielt, Sectie A, deel van perceel nummer 149C en als dorpsgezicht de omgeving van het "Strichtensgoed", op het kadaster gekend onder Tielt, Sectie A, perceelnummers 145A, en 145C en 149C,
- en het daaraan voorfgaand ministerieel besluit van 8 maart 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport, houdende termijnverlenging van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten stads- of dorpsgezichten"; Gelet op het arrest nr. 102.323 van 21 december 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 6 februari 2002 ingediend door Patrick ARICKX; X-10.548-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 3 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 november 2004, datum waarop de zaak voor onbepaalde datum wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 28 april 2005, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 mei 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. ROTSAERT, die verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat N. DE CLERCQ die, loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het beroep tot tweede voorwerp heeft, het besluit van 8 maart 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport houdende termijnverlenging van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- of dorpsgezichten; X-10.548-2/5 Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie bij wege van exceptie opwerpt dat het beroep wat het tweede voorwerp betreft laattijdig is; dat zij er op wijst dat het verlengingsbesluit een afzonderlijke individuele bestuurshandeling is die door verzoeker niet binnen de beroepstermijn van zestig dagen werd bestreden met een beroep tot nietigverklaring; Overwegende dat verzoeker, anticiperend op de exceptie, in zijn inleidend verzoekschrift stelt dat dit besluit een voorbereidend besluit is ten aanzien van het eerste bestreden besluit dat hem bij aangetekende brief van 8 mei 2001 verzonden is en het beroep bijgevolg tijdig is ingediend; Overwegende dat artikel 4, derde lid, van het algemeen procedurereglement voorschrijft dat een beroep tot nietigverklaring van een individuele administratieve rechtshandeling die dient te worden betekend, zoals het tweede bestreden besluit, binnen een termijn van zestig dagen dient te worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid ratione temporis; Overwegende dat een besluit houdende termijnverlenging van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- of dorpsgezichten, een zelfstandige van het besluit tot bescherming losstaande, bestuurshandeling is, met eigen rechtsgevolgen, die onafhankelijk van elke vordering tegen de latere bescherming vatbaar is voor nietigverklaring door de Raad van State; Overwegende dat het tweede bestreden besluit met een ter post aangetekende brief van 8 maart 2001 aan verzoeker werd toegezonden; dat het beroep tot nietigverklaring dat op 10 september 2001 werd ingesteld, buiten de door artikel 4, derde lid, van het algemeen procedurereglement voorgeschreven termijn van zestig dagen werd ingesteld; dat de exceptie gegrond is; dat het beroep tegen het tweede bestreden besluit niet ontvankelijk is; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat verzoeker slechts belang heeft bij het bestrijden van het eerste bestreden besluit voor zover daarin wordt besloten tot het beschermen van het "Strichtensgoed" en omgeving en het beroep niet ontvankelijk is voor zover het bestreden besluit andere hoeves beschermt; X-10.548-3/5 Overwegende dat de exceptie wezenlijk de vraag doet rijzen of, indien één of meer middelen gegrond zijn, een eventuele vernietiging geheel of slechts gedeeltelijk moet zijn; dat eerst het onderzoek van de middelen wordt gedaan; Overwegende dat, wat de door verzoeker aangevoerde middelen betreft, de Auditeur zijn verslag beperkt tot het onderzoek van het tweede middel in zoverre in dit middel wordt aangevoerd dat het tweede bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dit enkel heeft onderzocht vanuit het oogpunt van de wettigheid van het tweede bestreden besluit; Overwegende dat een beweerde onregelmatigheid in het besluit houdende termijnverlenging, gelet op hetgeen hiervoor werd uiteengezet met betrekking tot de ontvankelijkheid van het daartegen gerichte beroep evenmin voor het eerst nuttig kan worden ingeroepen ter ondersteuning van een annulatieberoep tegen het beschermingsbesluit; dat het tweede middel voor zover het de onwettigheid van het tweede bestreden besluit aanvoert, niet ontvankelijk is; Overwegende dat luidens artikel 68 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen elke regering haar werkwijze regelt; dat artikel 69 bepaalt dat elke regering collegiaal beraadslaagt, onverminderd de door haar toegestane delegaties; dat hieruit volgt dat de verdeling van de bevoegdheden in de schoot van de Vlaamse regering uitsluitend een zaak van die regering is; dat het daarom aan de decreetgever niet zou toekomen een lid van de regering beslissingsbevoegdheid toe te kennen met betrekking tot door hem aangewezen materies; dat het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten dat ook niet doet en, in artikel 5, § 1, aan de Vlaamse regering opdracht geeft het ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten en stads- en dorpsgezichten vast te stellen; dat, onder uitdrukkelijke verwijzing naar voormelde artikelen 68 en 69, de Vlaamse regering bij besluit van 11 mei 2001 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering aan Paul VAN GREMBERGEN, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken, delegatie verleent voor het nemen van beslissingen voor de toepassing van onder meer de wetten en decreten inzake de monumenten en de landschappen; dat het eerste bestreden besluit ook effectief door Paul VAN GREMBERGEN is genomen; dat het niet door onbevoegdheid is aangetast; X-10.548-4/5 dat het door de Auditeur-verslaggever ambtshalve opgeworpen middel van onbevoegdheid van de steller van de akte niet gegrond is; Overwegende dat er grond is om het onderzoek van het tweede middel en van de overige middelen voort te zetten, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.548-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.569 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.102.323 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.239 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.