← België

Arrest 147583 - - 12/07/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.583 Rolnummer: A. 124366/IX-3437 Zaak: Arrest 147583 - - 12/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 21:58 Fiche Arrest nr 147.583 van 12 juli 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.583 van 12 juli 2005 in de zaak A. 124.366/IX-

  1. In zake : Patrick RAYMAKERS, die woonplaats kiest bij advocaat T. THYS, kantoor houdende te LIER, Eeuwfeestlaan 145 tegen : de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. EVERAERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Patrick RAYMAKERS op 24 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 juni 2002 van het directiecomité van de NMBS waarbij zijn aanvraag om vanaf 19 november 2001 te kunnen werken in een 32-urenstelsel wordt afgewezen omwille van dwingende dienstredenen; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van weder- antwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 24 november 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 18 december 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3437-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens artikel 21, zesde lid, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat verzoeker inmiddels bij beslissing van 2 maart 2004 is tewerkgesteld onder het 32- urenstelsel met ingang van 8 maart 2004; dat er, gelet op de concrete omstandig- heden van de zaak, reden is om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3437-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli 2000 en vijf, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-3437-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.