← België

Arrest 147584 - - 12/07/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.584 Rolnummer: A. 141894/IX-3929 Zaak: Arrest 147584 - - 12/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-18 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 21:58 Fiche Arrest nr 147.584 van 12 juli 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.584 van 12 juli 2005 in de zaak A. 141.894/IX-

  1. In zake : Luc VAN DER SPEETEN, wonende te DENDERLEEUW, Kouterbaan 19 tegen : de NV De Post. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc VAN DER SPEETEN op 23 september 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van De Post van 23 juni 2003 waarbij hij wordt afgezet uit zijn bediening van postman; Gelet op het arrest nr. 128.181 van 16 februari 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 1 maart 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; IX-3929-1/3 Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat op 1 maart 2004 aan verzoekende partij kennis is gegeven van het arrest nr. 128.181 van 16 februari 2004 tot verwerping van haar vordering tot schorsing; dat in een begeleidend schrijven wordt meegedeeld dat zij beschikt over een termijn van dertig dagen om eventueel een verzoek tot voortzetting in te dienen en dat dit verzoek vergezeld dient te zijn van fiscale plakzegels ter waarde van 175 euro; dat de brief expliciet haar aandacht vestigt op het voormelde artikel 17, § 4ter, waarvan de tekst wordt aangehaald; Overwegende dat de verzoekende partij op 3 maart 2004 de voortzetting van de procedure vraagt; dat het verzoek niet vergezeld is van de uitdrukkelijk gevraagde, en door het artikel 70, § 1, eerste lid, 2/, juncto artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State vereiste fiscale zegels; dat, bijgevolg, met het verzoek geen rekening gehouden kan worden; dat het niet ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. IX-3929-2/3 Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli 2000 en vijf, door : de HH. L HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-3929-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.584 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.128.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.