id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.594 Rolnummer: A. 105650/XIV-4903 Zaak: Arrest 147594 - - 12/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-29 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 22:01 Fiche Arrest nr 147.594 van 12 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.594 van 12 juli 2005 in de zaak A. 105.650/XIV-4903. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. JESPERS, kantoor houdende te 2100 DEURNE, Martelaarslaan 202 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 23 juli 1965 en van XXX nationaliteit, op 7 juni 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 19 december 2000 houdende de verwerping van een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 8 mei 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 9 maart 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-4903-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. CALLEWAERT die, loco Advocaat R. JESPERS, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Voor alles wat er vóór de thans bestreden beslissing is gebeurd, wordt verwezen naar het volledige en correcte feitenrelaas opgenomen in het Auditoraatsverslag (cfr. bladzijde 1 en 2 van het verslag). 1.2. Op 19 december 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing waarbij het verzoek ingediend door verzoekster op basis van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemde- lingenwet) die ertoe strekt een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf te bekomen, wordt verworpen. Verzoekster dient deze aanvraag in op 13 oktober 1999 en de bestreden beslissing wordt haar op 8 mei 2001 ter kennis gebracht. Deze beslissing luidt als volgt: “(...) Mevrouw de Burgemeester, Onder verwijzing naar de aanvraag om machtiging tot verblijf die bij U werd ingediend door: XXX nationaliteit: XXX geboren te K. op 23/07/1965 kandidaat vluchteling in toepassing van art. 9, alinea 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied , het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, deel ik U mede dat dit verzoek geweigerd is. Reden(en): De redenen die werden aangehaald waarom de betrokkene de aanvraag om machtiging tot verblijf niet kan indienen via de gewone procedure namelijk de diplomatieke of consulaire post bevoegd voor de verblijfsplaats of de plaats van oponthoud in het buitenland kunnen niet als buitengewone omstandigheden aanvaard worden. Tevens dient te worden opgemerkt dat slechts één aanbevelingsbrief van vrienden werd voorgelegd als bewijs van duurzame bindingen met België. Haar asielprocedure was niet van onredelijk lange duur. Betrokkene verblijft reeds meer dan vijf jaar illegaal in België. De problemen in haar land hebben reeds het voorwerp uitgemaakt van een diepgaand onderzoek in het kader van de asielaanvraag. Deze aanvraag werd afgewezen, genoemde problemen kunnen derhalve niet meer worden aanvaard als buitengewone omstandigheden om de aanvraag in toepassing van art. 9 van de wet in België in te dienen. Op 21/06/1995 heeft de Raad van State het verzoek tot nietigverkla- ring van de verwerping van de aanvraag tot herziening met bevel om het grondgebied te XIV-4903-2/5 verlaten, verworpen. De aangehaalde politieke en economische situatie in haar land is van algemene aard en verhindert talrijke XXX onderdanen niet naar hun land terug te keren. Bijgevolg dient betrokkene dringend het Belgisch grondgebied te verlaten. Tevens dient haar een afschrift van deze brief overhandigd te worden nadat zij voor kennisname heeft getekend. Een afschrift dient aan mijn diensten te worden teruggestuurd. Gelieve te gepasten tijde ter plaatse na te gaan of betrokkene nog in Uw gemeente verblijft en mij onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van het resultaat van Uw bevindingen (...).”. 2.1. Overwegende dat verzoekster in een eerste middel de schending aanvoert van “artikel 2 en 3 van de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringen van bestuurshandelingen, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.